Tuinier: de schepper

Het is toch een rot leven? zeg nou zelf, knorde de dikke man bij de koffieautomaat suggestief.
Tuinier mompelde wat onbestemds. Hij had de man niet goed gehoord. Want het was beestachtig druk in de supermarkt en hij had het gevoel dat hij elk moment door zijn hoeven kon zakken van vermoeidheid.

Ik bedoel, er zou toch geen enkele reden moeten zijn om deze troep aan te schaffen? Kijk nou.
Tuinier keek. Hij zag een halfje oerbrood, een bakje magere kaas, aardappelen, uien, wortelen en een miniem pakje kippenvlees in het mandje liggen.
Nou, dat valt toch wel mee, daar is vast wel wat smakelijks van te maken, antwoordde hij zo opbeurend mogelijk.
De man spoog vuur. Valt wel mee?, rotzooi is het, tinnef, geen smaak  aan. Kijk, ik weet dat er 25 kilo af moet. Ik kom dus bij de dokter. Vertelt die kwal me dat ik zo regelrecht op weg ben naar suikerziekte, kanker of een hartinfarct. Of alle drie tegelijk, dat schijnt ook te kunnen. Dus ik laat me doorverwijzen naar zo’n graatmager kind van een jaar of 25 die er voor gestudeerd heeft, me op de weegschaal zet en me vermanend toespreekt. Het wicht had mijn kleindochter kunnen zijn. Maar goed, ik denk aan die kwalen en ik voeg me.

Tuinier zweeg en dacht aan zijn eigen kleine overgewicht. Maar het toch is voor uw eigen bestwil?, repliceerde hij.
De dikke man keek met een vies gezicht in zijn mandje. Bent u gelovig? vroeg hij.
Ik hoor niet bij een kerkgenootschap, zei Tuinier, maar…

Ik ben katholiek opgevoed, zei de man mistroostig. Ik heb altijd netjes mijn plichten vervuld, al meer dan 50 jaar. En nou flikt ie me dit. Is dat fair? Hij wachtte het antwoord niet af. Nee mijnheer, dat is helemaal niet fair. Het is mij duidelijk geworden dat tussen de schepper en mij de liefde geheel van één kant komt. De mijne.
Tuinier keek een beetje weg. Want hij had geen idee wat hij moest zeggen.

Daarom ben ik de laatste tijd niet meer naar de kerk gegaan, verklaarde de man narrig. Want als het ZO moet hoeft het van mij niet meer.
Maar het is toch niet de schuld van het opperwezen dat u zo dik bent?’ probeerde Tuinier nog eens.
De man pakte met een afwijzend gebaar zijn mandje en zei:  ‘als je zo knap bent dat je een heel universum kunt uitvinden, met planten, dieren, mensen en de hele mikmak, is het dan ZO moeilijk om te zorgen dat gezond eten altijd lekker is en ongezond eten vies? Maar dat kan ie niet eens. Nou dan is het voor mij geen schepper maar een opschepper. En dus is het zijn schuld wel degelijk. Maar goed, ik draag mijn lot in dit mandje en ik ga nu weg. Want van jou krijg ik ook geen gelijk. Gegroet!’
Hij pakte het mandje op schommelde wrokkig de supermarkt uit. Op weg naar zijn avondeten.

‘De schuld van de opschepper’, mompelde Tuinier grinnikend. ‘Daar zit beslist iets in.’

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Tuinierverhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s