Tuinier: bomen

“Ik heb het zo druk,” zei buurman gapend, “ik zie door de bomen het bos niet meer.”
“Tja, grijnsde Tuinier, dan moet je je leven zodanig aanpassen dat je door de bomen het bos weer wel ziet.”
“Tsss, “kaatste buurman sarcastisch. “Je kan hoe dan ook niet door een boom heen kijken en als dat wel zou kunnen zie je hooguit een andere boom, maar geen bos.”
“Ach,” zei Tuinier en staarde diepzinnig in de verte, “het is maar hoe je het bekijkt.”
“Ha,” riep buurman melodramatisch. “Gaan we weer filosofisch worden?”
“Nee hoor,”, glimlachte Tuinier superieur, “ik ben het alleen niet met je eens.”
“Bewijs het,” zei buurman, “en je krijgt een fles port.”
“Ok, ik ben gek op port.” Tuinier glimlachte nog steeds.
Die rust wond buurman een beetje op maar hij beheerste zich. “Nou zeg het dan…”
“Morgen zal ik het je bewijzen,” zei Tuinier kalm, “en wel om precies 12.37.”
Buurman trok zijn wenkbrauwen op. Hier werd hem een enorme loer gedraaid, maar welke? “Hoezo?”
“We gaan morgen om half elf op pad,” zei Tuinier langzaam. “Neem de port en twee glazen mee.”

Die ochtend om 12.34 stapten ze in C. uit de trein. De lucht was fris en geurde naar dennen. Links was de bebouwde kom. Rechts van de spoorlijn begon na 200 meter het bos dat doorliep tot de duinen.
Buurman keek op zijn horloge. “In drie minuten halen we dat bos niet meer,” lispelde hij.
“We zullen het zien,” zei Tuinier, “laten we gaan.”
Langzaam wandelden ze het perron af en liepen langs het fietspad. Juist toen ze bij de spoorwegovergang kwamen, gloeiden de lichten rood op.
Buurman schaterlachte. “Nu halen we het zeker niet meer, filosoofje. Maarkrijgt wel een glas port van me hoor. Hahaha.”
“Ga eens op je hurken zitten,” zei Tuinier opgewekt.
“Wie, ik?”  vroeg buurman verbaasd.
“Ja, jij,” zei Tuinier en duwde buurman in de goede richting.  “Wat zie je nu?”
“Gewoon, spoorbomen,” zei buurman narrig en wilde overeind komen.
“En daarachter, buurman?” zei Tuinier, terwijl hij zwaar op diens schouder leunde.
“Daar achter? Nou het bos natuurlijk.”
“Dus jij ziet door de bomen het bos? Wel, kom dan maar op met je port,” zei Tuinier triomfantelijk. Kijk daar heb je de trein van 12.37 uur. Goh da’s ook toevallig.”

Over het bospad liepen twee lichtelijk beschonken mannen. Ze hielden elkaar bij de arm en zongen, zo vals als ze maar konden, een lied. Wie goed luisterde kon er met enige moeite ‘zie de maan schijnt door de bomen’ in ontdekken.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Tuinierverhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s