Coupé

De jongen stond in de doodstille stationshal. Hij was uitgeput en wilde naar huis.
De hele avond had hij gedanst. Toen, rond middernacht, zijn energie taande, kocht hij van een bij de toiletten rondhangende jongen, wat pillen. Te duur natuurlijk en het gebruik stond hem tegen, maar hij moest door,  juist vannacht. Hij slikte de pillen met kraanwater en wachtte, zittend op het toilet, tot ze werkten. Die nacht was hij een God in een onaantastbaar universum.  

Volgens de dienstregeling vertrok de trein naar Gouda om 6.13 uur van perron 5. Nog een half uur, dacht hij gapend. Hij slenterde de hal door, de trap op. De trein stond er al. Het mededelingenbord vermeldde: niet instappen.

Balorig drukte hij op een deurknopje van een der rijtuigen. Tot zijn verbazing klapte de deur open. Schichtig keek hij om zich heen. Hij moest even slapen. Als er iemand kwam was hij zo weer weg. Hij sloop de coupé in, stortte zich op een bank en sloot zijn ogen.

Gewichtloos, met onbeperkte snelheid, bewoog hij door het duister. Kleurige sterren maakten ruim baan. Zonnen en manen bogen. Plotseling ontwaarde hij haar kleine gestalte. Hij noemde haar naam, reikte naar haar. Maar zonder hem op te merken, zweefde ze langzaam weg. Wanhopig strekte hij zijn armen. Op dat moment  trok een zware hand hem uit de baan van zijn vlucht.

Traag opende hij zijn ogen. Voor hem stond de treinmachinist en gromde:
‘Wat doe jij hier? MOCHT jij de trein in?’
‘Maar,’ stamelde hij.
‘Niets maar. We staan hier op een rangeerterrein. En nu?’
De jongen trok vermoeid zijn schouders op.
‘Voor deze keer kun je mee terugrijden,’ zei de machinist. ‘Maar nooit meer doen, hè’
De jongen knikte.

Naast het halfdonkere perron stond de trein. Het mededelingenbord vermeldde: niet instappen. Ja, ok, ik heb mijn lesje nu wel geleerd, dacht hij. Hij drentelde wat heen en weer en zakte toen geeuwend op een bankje.

‘Wat IS dat hier?’
Hij schrok. Een treinmachinist keek hem streng aan.
‘Hoe kan dat nu,’ stamelde de jongen slaapdronken.
‘Voeten van de bank, man kom, kom,’ riep de machinist ongeduldig. ‘MOCHT jij de trein in? Dit is een rangeerterrein.’
‘Nee, maar ik ben toch niet…’
‘Liggen pitten zeker,’ meesmuilde de machinist. ‘Kom jij maar eens mee.’

Gedwee volgde hij de machinist. Een stekende hoofdpijn vertelde hem haarfijn dat hij heel erg wakker was.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Een reactie op Coupé

  1. Je voelt gewoon op de een of andere manier een beklemmende sfeer. En je vraagt je af hoe het af is gelopen met die jongen. Goed, slecht? Hij maakt er natuurlijk wel een puinhoop van!

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s