Goede aarde

De lage najaarszon werpt haar stralen via de majestueuze kastanjebomen in het eindeloos lijkende kanaal. Het water ruikt hier naar bedrijvigheid. Diepgeladen schepen glijden onder de moderne kabelbrug door, op weg naar verre bestemmingen.
Aan de overkant klinken geluiden die duiden op nijverheid. Daarachter staan de fabrieken met ingehouden uitstoot van waterdamp en chemicaliën. Aan deze kant van het kanaal wordt de stilte slechts doorbroken door, merendeels bejaarde, fietsers die, in groepjes, lachend en gestaag pedalerend, werken aan een optimale conditie.

Hier, op deze zachtglooiende overgang van oost naar west, is het vreemd stil. Geen mens die de oversteek maakt, geen vogel die op zijn leuning neerstrijkt. De brug ligt glad, strak en eenzaam grijs als een koude winterlucht.

Op het midden van de brug ligt een eikel. Ooit werd hij geboren bij de dode kanaalkom, twee kilometer verderop. Hoe is hij hier terechtgekomen? Hij weet nog dat hij wat aan een tak hing te suffen tot een windvlaag hem in het gras deed belanden. Een schokkende ervaring. Heeft hij daarna geslapen? Hij weet het niet. Maar sinds hij zich weer van de dingen bewust is, ligt hij op dit harde oppervlak waar niets ooit wortel kan schieten.

De eikel denkt na over de fluisterende belofte van zijn moeder: ‘kinderen, ieder van jullie heeft de mogelijkheden in zich om uit te groeien tot een boom. Ik geef jullie allen een goede raad: zorg dat je in goede aarde valt. Daar draait alles om, onthoud het goed.’ Daarna had ze gezwegen.
De eikel had deze woorden sindsdien talloze malen voor zichzelf herhaald, vastbesloten om ooit in goede aarde te vallen. Maar nu… zijn voornemen lijkt verder weg dan ooit.

Plotseling trekt er een zoele bries over de lengte van de brug. De eikel roept: ‘wind, kun je me zeggen waar ik goede aarde kan vinden?’
‘Geen idee,’ antwoordt de wind, ” maar ik ga naar het westen. Als je die kant op wil, kan ik je wel even meenemen.’
‘Heel graag,’ roept de eikel verheugd en laat zich, weliswaar langzaam, voortrollen over het brugoppervlak op weg naar goede aarde.

Dan schuift er een wolk voor de zon. De wind zwelt aan en verandert van koers. ‘Wat doe je?’ gilt de eikel.
‘Sorry, opdracht van bovenaf,’  roept de wind hijgend, ‘ik word Noord-Oost en kracht 5. Niets aan te doen.’

Niet lang daarna wordt de eikel over de rand van de brug geblazen. Eenmaal in het water wordt hij bijna onmiddellijk overvaren door een containerschip. Nog even denkt hij aan zijn moeders woorden. Dan neemt zijn onderbewuste bezit van hem.

Ver voorbij de brug gaat het kanaal over in een brede rivier. Grote schepen varen er richting de verre zee. Fabrieken lozen er hun gif. Het water golft amechtig tegen de hoge kanten. En ergens drijft een eenzame eikel, op weg naar goede aarde.

(c) Plato 2010

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s