Winkelmeisjah

Het was ochtend. Het oude vrouwtje strompelde de supermarkt binnen. Uit haar beursje diepte ze een twee euromunt op en stopte dat in het schuifje van een winkelkar. Daarna duwde ze het gevaarte door het poortje en schoof onhandig door het draaihekje.
Wat moest ze ook alweer? Vuilniszakken, vliegengaas voor de slaapkamer, magere kaas en…er was nog wat. Haar oude ogen speurde de stellingen af. O ja, abrikozenjam. Strammig pakte ze het potje en deponeerde het in de winkelwagen.

Even later stuurde ze de logge kar moeizaam naar de kassa.
‘Goedemorgen,’ glimlachte ze tegen de caissiëre. Het meisje lachte niet terug maar schoof de boodschappen bitsig over de glazen plaat en lispelde kauwend, terwijl haar glazige blik aan de kast met krasloten bleef kleven: ‘das dan zes eujo vijftag pesies.

Het vrouwtje wroette in haar beursje en legde vier euro vijftig op de boodschappenband. ‘
‘Ut is zes eujo vijftig, zei het meisje, nu verveeld naar het plafond kijkend. ‘Das twee eujo tekojt. ‘
‘Oh,’ zei het vrouwtje beduusd. ‘Ehhh, ik heb wel twee euro maar die zit in het winkelkarretje. Mag ik die straks even geven?’
‘Dat ken niet mevjouw, u moet hiej betalah. As u ut niet ken betalah dan moet u wat wegleggah.’ Haar gezicht had nu een beslistheid van een kolonel in oorlogstijd.
Het vrouwtje zuchtte en legde het vliegengaas apart. Maar kennelijk rook het meisje nu bloed want ze teemde: ‘U moet het zelf wegleggah mevjouw, ik mag hiej niet weg.’
Het vrouwtje pakte het doosje met vliegengaas, en schuifelde naar de desbetreffende stelling. Nadat ze het artikel had teruggelegd keerde ze terug naar de kassa en legde vier euro vijftig op de transportband. Het meisje tikte, scheurde de bon af en lijsde: dah bón.

Het vrouwtje deed de artikelen in een zakje, zette de winkelwagen in de rij en pakte haar twee euromunt. Juist wilde ze opnieuw de winkelruimte in gaan om het vliegengaas te gaan halen toen de caissiëre zich omdraaide en scherp riep: ‘dat mag niet, u moet un kajjetjah nemahhh!

Het vrouwtje zuchtte vermoeid. ‘Heeft u geen mandjes? probeerde ze nog. ‘
‘Nee, die hebbah we niet. U moet un kajjetjah.’
Het vrouwtje wachtte het einde van deze volzin niet af en verliet hoofdschuddend de winkel.
‘Nou seg, sommige mensen denkah dat alles ZO maaj kan, riep het meisje verontwaardigd tegen de krasloten.’
Maar die zeiden niets terug. Voor geen prijs!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s