Blieb

Hij haatte de feestdagen. Want niet alleen dat vervelende geslenter, maar ook het gehang in mensenrijen voor winkelautomaten was zo vermoeiend dat hij nog dagen nadien pijn in zijn spieren had.
‘Betaal!’, beval de elektronische stem toonloos. Hij duwde zijn voorhoofd tegen de scanner. Even later klonken de drie bekende piepjes. ‘Betaald’, klonk de stem opnieuw. Hij nam zijn pakjes uit de roestvrijstalen lade en schoof in de rij naar buiten.

Had hij nu alles? Gamespelletjes, gedehydrateerde maaltijden voor vanavond, vitaminepillen en medicijnen (ze moesten verdorie eens een betaalchip uitvinden die geen evenwichtsklachten gaf), Ipod-oorbellen voor zijn dochter (het E-book voor zijn vrouw had hij al via zijn MFC besteld. Dat dat was het wel zo’n beetje.

In voorgeschreven tempo liepen de mensen zwijgend naar het hek. Gedachteloos keek hij naar de vrouw voor hem terwijl ze door de scanner bliebte en verdween in de anonimiteit van de drukke hoofdstraat.

Er klonk een kort huilsignaal. ‘Probeer nog eens!’, zei een metalen stem. Hij deed een stap terug en betrad opnieuw de scanner. Achter hem klonk ongeduldig gesis. ‘Blieb,’ nu ging het goed. Opgelucht liep hij door.

Voorlopig was er alleen plaats op het langzame deel van de brede rollerband. Altijd hetzelfde met die overvolle hoofdstraten. Even overwoog hij de metro te nemen. Maar nee, ook daar waren wachtrijen en bovendien voorzag hij stampvolle coupés.

Drie polsprikkels. Hij keek op zijn MFH. Op het minuscule scherm het haarscherpe beeld van zijn vrouw. ‘Waar blijf je nou?’ klonken haar, op licht verwijtende toon gesproken, woorden in zijn hoofd.
‘Het is druk,’ fluisterde hij verontschuldigend, ‘en mijn chip hapert, ik hoor gekraak als je praat.’
‘Oh God, toch niet weer een operatie vlak voor de feestdagen?’ kreet zijn vrouw. ‘En nu op eigen kosten hè! Man, stop toch met dat stomme elektronische boksspel, het kost ons een vermogen.’
‘Ik ben zo thuis,’ zei hij kort en verbrak de verbinding. ‘DAT gezeik,’ dacht hij wrevelig.

Plotseling zag hij een zijdelingse opening naar de middelsnelle rollerband, duurder, maar een kwartier sneller. Pas na drie angstige errors klonk de bevrijdende blieb zodat hij kon overstappen. Meer mensen drongen nu in zijn richting en zo gleden ze, als haringen in een ton, voorwaarts.

Weer drie polsprikkels. Hij schrok. ‘Verplichte oproep’ van de polikliniek voor 3 januari!
Een fijn 2048 schat, dacht hij grimmig,  je kan tevreden zijn.

Dan zette hij zijn MFH af en liet zich, op de tonen van een hoog boven zijn hoofd rondjengelend jingle bells, met gesloten ogen meevoeren in de dagelijkse, eindeloze stroom.

Verhaal (c) Plato 2009

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s