Aversie

De oude vrouw zat op het bankje in het park en vouwde gedachteloos een figuurtje van een reclameblaadje. Ze voelde noch de zon op haar huid, noch de zachte wind door haar haren. Haar gedachten waren ver van de wereld om haar heen.

Het kind speelde zo lief in de zandbak. Het stak tien mollige vingertjes naar haar uit en lachte. Zij glimlachte terug en pakte een denkbeeldig zandtaartje aan. Hap, hap, hap deed ze en  mmmmm, lekker. Het kind kraaide van plezier.

Telkens als ze het grote gebouw binnenkwam, voelde ze de kille dreiging van de wet. Weliswaar had ze nooit het gevoel van aversie tegen haar als persoon, maar er was ook niets dat haar ook maar enige grond onder de voeten deed voelen. Ze wisten niet, voelden niet, begrepen niet, maar voerden slechts bevelen uit. En tenslotte noemden ze haar die onherroepelijke datum.

Het kind kwam zich even tegen haar benen vleien, speelde dan weer verder. Wat leek hij toch op hem wiens onschuldige naam verwaaid was in de wrede woestijn, haar achterlatend met kapotgeschoten illusies. Ze streek een lok haar onder haar hoofddoek en hechtte haar blik aan het spelende kind, nu nog zo dichtbij haar. Hoe zou ze het hem ooit duidelijk kunnen maken?

˜Oma, oma, mama toe?” riep het kind. Ze glimlachte. “Ja, naar mama toe”, zei ze zacht, zette het kind in het wagentje en liep, voor de allerlaatste keer, het pad af naar het huisje dat zich baadde in de milde najaarszon.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s