Wonder

In de stille, Vlaamse, kloostertuin geduldig het onkruid tussen de rozen plukkend, overdacht zij zuchtend de afgelopen week waarin haar het wonder was gebeurd dat ze pas na lang aarzelen had durven opbiechten.
Drieënzeventig was ze. En vijftig jaar in deze congregatie die door moeder-overste strenger werd bestuurd dan de Heer zelf had kunnen bedenken. De stilte-uren, de zorg voor patiënten en stervenden, de lange gebeden, de boetedoening, het werk in die akelige tuin, ze had het ondergaan vanuit diep geloof en berusting. Het kopje koffie op zaterdagochtend was haar enig lichtpuntje.

Vorige week had ze, voor het eerst, toestemming gekregen om haar zuster in Maastricht te bezoeken. Vanwege diens zeventigste verjaardag. Weliswaar in haar vreugde getemperd door de vele vermaningen van moeder-overste, ging ze toch die ochtend blij de trein in. Het weerzien was een feest.

Op een terrasje aan het Vrijthof bestelde haar zuster een enorm glas bier. ‘Jij ook?’ vroeg ze uitnodigend. Ze weigerde. Voor haar geen alcohol.
‘Limonade dan, of een bakje koffie?’
‘Nee, wimpelde ze af. Het was immers geen zaterdag. ”Doe maar een glas water,’ fluisterde ze bedeesd. Haar zuster fronste haar wenkbrauwen maar bestelde toch een Spa blauw voor haar.
Haar consumptie mocht ze niet betalen. Ze was toch te gast? |
‘Wat kost dat wel niet?’ vroeg ze angstig.
‘Oh, één euro negentig,’ lachte haar zuster en betaalde geroutineerd de rekening. Ze kon niet anders dan gelaten accepteren.

Die avond gebruikten ze het maal dat haar zuster kundig had klaargemaakt. Ze kon zich niet herinneren ooit ZO lekker gegeten te hebben. De dag was veel te snel om. Het afscheid deed een beetje pijn.

De volgende ochtend werd ze ontboden door moeder-overste. Alle aspecten van het uitstapje kwamen aan de orde. Hebt gij niet onmatig gegeten? Hebt gij voldoende gebeden? Dat terras, was dat niet van een ordinair café? Wat hebt gij daar gedronken? Ze aarzelde. ‘Ik geloof Spa blauw,’ mompelde ze, ‘ja zo heette het.’
Moeder-overste keek haar met grote ogen aan. Toen ontplofte zowat haar hele wezen. ‘Spa blauw? Zijt gij nu helemaal? Dat is toch pure luxe! Gij had gewoon kraanwater moeten nemen. Dit tolereer ik niet. Ga naar uw cel en bid de Heer om vergeving.’
Vol schuldgevoel ging ze naar haar cel, zakte moeizaam door haar onwillige knieën en hief een droef gebed aan.
Toen gebeurde datgene wat moeder-overste later niet wilde geloven, zodat zij nu als boetedoening in die nare tuin werkte. Ze grimlachte koppig. Want dit wonder, háár wonder, was werkelijk gebeurd.
Opeens was de kleine, donkere cel vol licht geweest. Daar, driedimensionaal op de kale muur geprojecteerd, stond Maria. ‘Vrees niet, mijn kind,’ glimlachte ze zacht, ‘gij hebt niet gezondigd. Want het is de Heer bekend, dat in Nederland het grootste deel van het bronwater gewoon uit de kraan komt.’

Verhaal © Plato 2009

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s