Het plan

I

Eigenlijk beviel het me wel, dat heerlijke simpele leventje van gitaar spelen op straat, het centenbakje meestal redelijk gevuld en totaal geen zorgen voor morgen.
Hoewel, helemaal zeker dat ik aan het begin van de maand mijn kamerhuur zou kunnen voldoen, was ik natuurlijk nooit. Soms benauwde me dat wel. Maar och, dan dronken we een pint, mijn vrienden en ik, en al snel dachten we weer aan héél andere dingen.
Op een dag was mijn kas echter zo slecht gevuld dat ik er, na het vierde glas, tamelijk bedrukt onder was. Mijn vrienden probeerden me op te beuren maar ik voelde me er niet beter van worden. Toen, plotseling, boog Ernst zich naar mij over.
‘Ik geloof dat ik de oplossing heb”, zei hij gedempt en begon in mijn oor te fluisteren.

‘Kan dat dan zo maar?’ vroeg ik weifelend. Want diep in mijn hart ben ik geen durfal.
‘Natuurlijk’, zei Ernst met een overtuiging die mijn bezwaren totaal lam legde, ‘Het is een enorm gebouw, er werken meer dan 7000 mensen en geloof me, de bureaucratie is anno NU nog even erg als in de 19e eeuw.’
Ik dacht na. Ergens was het natuurlijk een aanlokkelijk voorstel. Het geld leek makkelijk verdiend en ik kon gaan en staan waar ik wilde. Tot op zekere hoogte natuurlijk, maar toch, ik was verzekerd van een inkomen en mijn zorgen waren in één klap voorbij. Een heerlijk vooruitzicht. Ik voelde een prettige tinteling van enthousiasme in me oplaaien.
”Maar mondje dicht, fluisterde Ernst waarschuwend. ”Als het uit komt weet ik van niks, dat begrijp je toch hè?
Ik negeerde allerlei alarmsignalen en knikte. Het plan was TE aantrekkelijk.

II

Die ochtend om negen uur was ik, map onder de arm, door de hoofdingang gelopen en had de receptioniste vriendelijk doch gehaast toegeknikt.
‘Les 1: altijd zekerheid uitstralen alsof je dit al jarenlang doet,’ had Ernst gezegd.
‘Les 2: altijd een dossier onder de arm, alsof je op weg bent naar een vergadering.’
De receptioniste had vriendelijk teruggeknikt. Het werkte.

Terwijl ik in de hal, met aan weerskanten overvolle vergaderruimten, rondliep, herhaalde ik de andere instructies:
Les 3:  Uiterlijk negen uur inklokken.
Les 4: Nooit de lift gebruiken.
Les 5: alleen koffie drinken bij de uitvoerenden van de tweede etage. Stellen deze moeilijke vragen, dan
les 6: op je horloge kijken, roepen: ‘oei, mijn vergadering’ en naar het trappenhuis snellen.

Op de gang van de vierde etage zetelde de loonadministratie. Hier betalen ze dus de salarissen, dacht ik grijnzend. Ze hebben geen idee. Hoe had Ernst dit alles geregeld, dacht ik verwonderd? Hoe goed kende ik hem eigen…
‘Kunt u het vinden?’ riep een lijzige stem achter me.
Ik vermande me en zei kort: ‘afdeling mutaties.’
‘Oh, da’s twee verdiepingen lager, lift naar beneden, zelfde gang,’ zei de stem toonloos. Ik knikte, draaide me om en schreed weg.

Zo gingen de eerste dagen. Het bleek verbluffend simpel door een groot kantoorpand te wandelen, koffie te drinken, te kletsen met ‘collega’s, een gratis lunch te gebruiken op vertoon van de van Ernst gekregen badge, in te klokken, na een half uurtje weer uit te klokken als ‘externe bespreking’ en lekker in het park te gaan zitten lezen in de wetenschap dat dit maandelijks een leuk inkomen opleverde.

De vraag was alleen: waarom deed Ernst dit allemaal voor mij. En wat wilde hij er voor terug?

III

Vijf weken later had ik het gebouw zo vaak doorkruist dat veel personeelsleden mij, soms vaag, herkenden. Toch bleef ik op afstand. Zo kon niemand mij vragen stellen. Het gebouw kende ik nu vrij goed.

Omdat het eerste salaris sinds gisteren op mijn rekening stond, besloot ik door te gaan. Niet te lang natuurlijk, overdrijving kon mijn ondergang worden. Een maand, hooguit. Daarna zou ik subtiel verdwijnen.

Op een dag, in ons stamcafé, nam Ernst me apart. ‘Je vraagt je natuurlijk af waarom ik je dit voorstel deed hè?’ Hij boog zich naar mij over en liet zijn toon een octaaf zakken. In de directiekamer ligt een geheim plan dat we overigens al hebben gefotokopieerd. Maar wat we missen is de code om een ‘essentiële formule te ontcijferen. Vind hem en je kunt rekenen op een pittige bonus.’
Ik schrok. Nu kwam de aap uit de mouw. “En als ik weiger”, vroeg ik schor, want ik voelde het antwoord al.
‘Dan,” dempte Ernst zijn stem, ‘weet personeelszaken zo maar plotseling dat jij illegaal een graantje loopt mee te pikken. Vergeet niet dat ze je naam, adres en gironummer met de salarisoverboekingen hebben.’
Ik slikte. ‘Ik kan mijn sporen prima kan uitwissen. Dus, in je eigen voordeel, zoek die code. Ik geef je een maand. Faal je, dan kunnen we niets voor je doen.’ Zijn stem klonk onverbiddelijk.’Maar het gaat goed. Houd dat zo.’
‘Hoe weet je dat? Hoe heb je dit alles voor elkaar gekregen? ‘
De vragen brandden op mijn tong.
‘Ik werk op personeelszaken, legaal, jij bij technical supports, illegaal, grijnsde Ernst.
‘Nu geen vragen meer, je kan beter niet teveel weten.’
Maar hoe moet ik…’ stamelde ik. Maar Ernst was al in gesprek gewikkeld met Eva. Zat zij ook in dit vreemde complot?

Hoe moest ik in hemelsnaam verder?

IV

Bij de koffieautomaat overdacht ik mijn situatie.
Ik zat bij technical support. Ik was goed in computers. Maar spioneren? En voor welke zaak? Dat had Ernst niet gezegd. Enfin, misschien zou ik daar gaandeweg achterkomen. Als het ging om pure misdaad, kon ik me altijd nog gewoon melden bij de directie en zeggen dat ik dit alles had gedaan om Ernst te kunnen ontmaskeren. Het salaris zou ik dan uiteraard terugstorten, hoewel ik hoopte dat ik het, wegens bewezen diensten, zou mogen houden.

Het liep tegen vijf uur. Normaal gesproken was ik al weggeweest. Maar de nieuwsgierigheid dreef me naar de directieverdieping.
De etage leek volkomen leeg. Zeker vergaderingen, die lui waren altijd zo druk. De deur van de directiekamer stond open. Ik gluurde naar binnen. Op het bureau in de hoek stond de computer aan. Zou die code er in zitten? flitste het in een milliseconde door me heen. Ik kon me niet meer bedwingen en even later muisde ik door de bestanden. Koortsachtig bedacht hoe ik in hemelsnaam kon weten of iets een code was en zo ja, of dat was wat Ernst wilde.

‘Ah, daar hebben wij de helpdesk al.’
Ik schrok me wild en keek op. Voor me stond de directeur, een man van middelbare leeftijd in een grijs streepjespak en keek me vorsend aan.
‘Meestal duurt het een dag of twee voor jullie komen.’ Ken ik jou trouwens?”
‘Eh,’ zei ik onhandig, ‘ik werk hier pas. Eigenlijk zou ik naar huis gaan maar toen kreeg ik deze opdracht.’
‘Fijn,’ zei de directeur. ‘Hij loopt steeds vast, kun je daar op korte termijn iets mee?’
Ik knikte.

Binnen twintig minuten had ik het probleem opgelost. De pc bevatte niet al teveel bestanden, maar een code had ik zo snel niet kunnen vinden. Plotseling voelde ik een hand op mijn schouder. Ik draaide me om en keek in het gezicht van de directeur.
‘Kunnen wij even vertrouwelijk praten?’ vroeg hij vlak.

V

De directeur trommelde nerveus met zijn vingers op het tafelblad.
‘Een uiterst delicate zaak.’ zei hij mij strak aankijkend. ‘Ik neem aan dat je weet dat je geheimhoudingsplicht hebt? ‘
‘Natuurlijk’, zei ik. Even was ik bang geweest voor ontdekking, maar hij wilde me alleen maar iets vragen, begreep ik nu. Maar waarover?
‘Het gaat om een code,’ zei hij langzaam en keek me doordringend aan.
Slaagde ik er in mijn gezicht in de plooi te houden? In elk geval knikten mijn knieën behoorlijk. ‘Een code,’ echode ik en keek weg door het grote raam waarachter witte wolken in vrijheid ronddreven.
‘Er zit een belangrijke code in mijn kluis,’ hervatte de directeur.
Nu heeft mijn voorganger diezelfde code ook in de PC gezet. Maar dat is mij te diefstalgevoelig, vind je ook niet?’ Weer die blik.
‘Hoogst onverstandig,’ bevestigde ik neutraal. Het zweet stroomde door mijn schoenen. voelde lopen.
‘Die code moet eruit. Maar ik weet niet hoe. Als ik je de plek aanwijs, kun jij dan de desbetreffende files deleten?
Ik knikte. Daarop nam hij mij mee naar een andere kamer en wees op de pc die daar stond.
Het was natuurlijk een karweitje van niets. De directeur wees aan en ik delete het mapje. Terwijl ik zo dicht bij de verdomde code was, moest ik hem onder zijn ogen verwijderen. Maar ik kon niet anders.

De directeur nam me mee terug naar zijn kamer.
‘Er is nog iets,’ zei hij. ‘Normaal zou ik dat niet met een helpdeskmedewerker bespreken en zeker niet met iemand die hier nog maar pas werkt. Maar ik wil er zo min mogelijk mensen bij betrekken. Ik heb namelijk sterke aanwijzingen dat er in het gebouw een fraudeur werkt die op zoek is naar die code. En ik meen te weten wie het is. Vermoedelijk werkt hij op personeelszaken.’ Hij stond op en fluisterde iets in mijn oor.
Ik verbleekte.
‘Ik wil graag, hervatte de directeur,’, dat jij morgenavond na vijf uur zijn PC kraakt en kijkt of er belastende bestanden op staan. En als dat zo is, kom jij me dat vertellen. Begrepen?’

Verbleken kon ik niet meer. Maar nu huiverde ik.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s