Generaliseren

‘Zeg nou zelf mijnheer, ben ik iemand die generaliseert? Het idee alleen al. Toch wordt dat vaak tegen mij gezegd. Domme, mensen.
Hij was zojuist op mijn zonnige Belgische bankje komen zitten. Een wat oudere, half kale Rotterdammer met een trage tred en moedeloos grijze snorpunten die overduidelijk van het leven nog maar weinig verwachtingen hadden.
‘Weet je,’ zei hij, ‘Jullie Vlamingen zijn zo traag en lusteloos. Een beetje jaren vijftig. Jullie hebben wel het imago van vriendelijk maar vooruitstrevend ho maar en bovendien hebben jullie allemaal vooroordelen tegenover buitenlanders, wat zeg ik, zelfs de Walen zijn voor jullie niet veilig. Maar wel zeggen dat anderen generaliseren natuurlijk.
‘Ik ben helemaal geen Vla…’ begon ik, maar hij formuleerde de volgende volzin alweer.
‘Als je me niet gelooft, ga dan eens naar het spoorwegloket. Vergeet geen brood en koffie mee te nemen want ze laten je rustig een uur op een kaartje wachten. Ergerlijk gewoon. En de politiek? Vechten op de vierkante meter, om niks, ik zweer het je.’
Ik zweeg, want er kwam vast nog meer.
‘Je kunt het ook zien hè. Vlamingen zijn een beetje benepen, gezagsgetrouw. Ze zien er ook allemaal wat witjes uit en… let maar eens op, ze staren heel vaak naar hun schoenpunten.
‘Zeg, nu gaat u toch wel een beetje te v…..’ Hij onderbrak me onmiddellijk.
‘Maar soms komen jullie los. een voorbeeldje. Op een dag zit ik in de trein. Komt er in Aarschot zo’n dikke, Afrikaanse vrouw binnen, je kent ze wel, ze zijn allemaal hetzelfde. Nou heeft die vrouw óf een tekort linkerbeen óf een wankel heupgewricht. En dan met drie koffers. U begrijpt. In Diest moet ze er uit. Maar ze is traag. Net als er twee koffers op het perron staan klinkt er een fluitje en gaan de deuren dicht.’ Wat denk je dat er toen gebeurde, nou?’
ik wachtte het af.
‘Op dat moment komen al die Vlamingen overeind en beginnen als gekken op trein te bonken. Net zo lang tot de deuren weer open gaan en die vrouw naar buiten kan. Natuurlijk helpen ze niet met haar koffers. Want ja, aan buitenlanders hebben jullie een hekel.
‘Maar ondertussen hebben ze haar toch mooi geholpen,’ waagde ik een tegenzet.
Hij lachte smakelijk om zoveel onbegrip. ‘Alleen maar omdat jullie een nog grotere hekel aan ambtenaren hebben’, riep hij triomfantelijk en stond moeizaam op. ‘ Nog een prettige dag verder!’
Hij stond op en liep stram het pad af, als een generaal die niet te beroerd is het domme volk af en toe van een minzame groet te voorzien.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s