Verdoemd

De oude man zette zijn wandelstok tegen de zijkant van het verveloze parkbankje. Daarna veegde hij met een zakdoek zorgvuldig een deel van de bank schoon en nam daar vervolgens zorgvuldig op plaats.
Hij kuchte en keek naar de snaterende eenden in het troebele vijvertje. Het was een prachtige lentedag.
Ik zou hier in slaap kunnen vallen, dacht hij peinzend. Gewoon maar een beetje achterover leunen en wat dromen met de zon op mijn huid. Hij sloot zijn ogen en dacht aan de vorige keer toen hij, op ditzelfde bankje, een gesprek met die jongen had gehad.

Ze hadden een beetje zitten keuvelen over het weer en de eenden. Zo maar een gesprekje van niets. Toen was er een man langs gekomen die vriendelijk groette. Natuurlijk had hij teruggegroet. De jongen had echter zodanig stuurs de andere kant opgekeken dat hij niet kon nalaten naar het waarom daarvan te vragen. Daarop vertelde de jongen grimmig dat hij de man niet mocht groeten omdat hij geen geloofsgenoot meer was. Terwijl zijn ouders zo hun best hadden gedaan de man tot bekering te brengen, had deze op een dag een brief geschreven dat hij uittrad. Zulke mensen waren verdoemd en moest men dus mijden als de pest. 

De oude man was geschokt geweest. Hoe oud was die jongen nu nog? Zestien, zeventien hooguit. Hij ordende zijn geest. Hoe was dat gesprek verder gegaan? O ja…

…hij had de jongen proberen uit te leggen dat in de Bijbel stond dat God nooit iemand laat vallen. De jongen had echter exact kunnen aangeven waar precies in de Bijbel stond dat er ooit een tijd zou komen dat het kaf van het koren gescheiden zou worden. Welaan, hij zou er wel voor zorgen dat hij bij het koren behoorde. Hij kenden zijn plichten. Als er mensen waren die niet wilde luisteren dan was dat hun probleem, niet het zijne. Daar zou geween zijn en gekners der tanden…tja, hadden ze zich maar moeten laten bekeren.

De oude man stond op, pakte een zakje brood uit zijn jaszak, greep zijn wandelstok en begaf zich naar het hek dat het grasveld van de vijver scheidde. De eenden kwamen in snel tempo, vol verwachting op hem af.

‘Voelt dat goed, dat bekeren? ‘ had hij de jongen gevraagd. ‘Het geeft wel een kick als het lukt’, had deze enthousiast geantwoord. ‘Je doet het dus niet voor een ander, maar voor jezelf.’ had de oude man gezegd. ‘Maar toch zal het niets opleveren. Elk mens moet zijn eigen, volledige levensweg aflopen. Dat kun je niet van hem overnemen. Daarom werkt bekeren niet!’ De jongen was een tintje bleker geworden. ‘Als u er zo over denkt, kan ik niet verder met u praten. Want dan bent u ook verdoemd.’ En snel was hij weggelopen.

De oude man schudde in een keer het hele broodzakje in de vijver leeg. ‘ Hier jongens’, riep hij. ‘ Jullie zijn verdoemd? net als ik. Neem het er dus maar eens goed van. Nu kan het nog.
Daarna kuierde hij langzaam weg, als een man wiens enige zekerheid lag in de wetenschap dat hierna zijn heil uit een klein glaasje zou komen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s