IJS

Verdorie, nou had ie al weer zo zitten lummelen. Altijd hetzelfde. Nooit op tijd weg kunnen komen. Gejaagd keek hij op de klok. Drie over zeven al.
Haastig schoot hij in zijn jas en schoenen en rende de deur uit. Hij was net op tijd om de bus van even over zeven de hoek om te zien hobbelen. Hij vloekte lang en hard.

Koortsachtig dacht hij na. Taxi? Te duur. Fietsen, nee, dan kon hij beter de volgende bus nemen. Hij moest op tijd komen, want de vergadering zou stipt om half acht beginnen. Schaatsen! In een flits ging het door hem heen. Daar lag zijn tijdwinst. Zo kon hij grote delen van de route afsteken. Hij moest het in twintig minuten kunnen redden. Hij dook de kelderkast in en pakte zijn lage noren.

Vijf minuten later zwierde hij in flink tempo over de vaart. Daar bij de brug uitkijken nu. Daar was het ijs altijd een stukje slechter. Even deed zijn warme adem zijn brillenglazen beslaan. Nu sloeg hij links af, een brede sloot op. Het ging prima zo.

Het ijs was donker. Alleen langs de kanten tussen het riet, lag een laagje wit. Weer sloeg hij af, de Wateringsloot op.  Hier was het oppassen geblazen. Water op het ijs. Even leek het alsof hij onderuit ging door een scheur, maar hij hield zich overeind.

Ondertussen dacht hij aan het conceptje dat hij voor de vergadering had geschreven. Was hij compleet geweest, of moest hij er nog iets aan toevoegen? Maar daar was immers geen tijd meer voor. Hij zou moeten improviseren. Maar ach, had hij niet voor veel hetere vuren gestaan?

Nu nog het kanaal schuin over en dan was ie er. Hier kraakte het vervaarlijk maar hij vloog nu als het ware en twee minuten later bereikte hij de overkant. Vijf voor half acht. Mooi op tijd.

Met een van inspanning doortrokken rood hoofd ging hij het kleine zaaltje binnen. Men begroette hem hartelijk. “Joh, wat zie jij er uit, hard gefietst zeker”, zei de voorzitter met iets van meewarigheid in zijn stem. “Nee, ik miste de bus, toen ben ik maar op de schaats gekomen”, zei hij opgewekt.

Ineens was het doodstil in het zaaltje. De aanwezigen keken hem aan alsof hij een geest was. “Op de schaats?” doorbrak Frits de stilte. “Maar hoe ben je dan gereden?” “Nou gewoon, via de Wateringsloot en daarna schuin het kanaal over. Het viel best mee hoor”, lachte hij”. “En nu wil ik wel een lekker bakkie ko”…. “Maar dat kan niet, onderbrak Frits hem. “Om half zeven vanavond is er nog een ijsbreker door het kanaal gevaren. En op de Wateringsloot ligt maar zo’n miniem stukkie ijs. Ze hebben op de scholen zelfs nadrukkelijk gewaarschuwd er beslist niet op te gaan. Levensgevaarlijk. Hoe kan jij in godsnaam…”. Hij zweeg.

Allen zwegen. Soms zijn er vragen waar je toch nooit antwoord op krijgt.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s