Zo maar op een bankje in december

Roerloos zat hij daar, aan het water. Terwijl achter hem het verkeer voorbij raasde, trachtte hij het raadsel van zijn leven te ontcijferen. Zo maar, op een bankje in december. Hij keek in de kleine, felle waterglinsteringen en bedacht dat ze net zo springerig, zo moeilijk te vangen waren als zijn gedachten.

Hij dacht: als iemand mij vraagt: “waarom zit u daar toch in de kou?” en hij hoort mij zeggen dat ik nadenk, dan zal hij terugzeggen: “maar mijnheer, doet u dat dan toch lekker thuis, op de bank!”. En dan kan ik hem geen ongelijk geven. Want hoe geloofwaardig is het als ik zeg dat dat niet kan; dat er hier en nu moet worden nagedacht? Hij zal op zijn voorhoofd tikken en doorlopen.

Veertien jaar was het geleden. Om precies te zijn: het was de elfde van de elfde geweest. Hij, en zijn broer die toen nog leefde, hadden, samen met de overige familieleden, moeder ten grave gedragen. Daarna besloten ze nog even aan het water te gaan zitten. “Gewoon, even een momentje voor onszelf”, zei zijn broer. En terwijl de overige familieleden huiswaarts keerden, zaten zij daar aan dat glinsterende water en lieten hun gedachten de vrije loop. Veel later, toen de magie van het moment al op kousenvoeten was verdwenen, had hij zijn broer eerst naar het verpleeghuis gebracht en was daarna teruggekeerd naar de hectiek van het gezin.

Veertien jaar geleden, dacht hij. Wat was er veel gebeurd. Zo niet te bevatten veel. Stormen hadden zijn bestaan geteisterd. Bij de eerste storm was zijn gezin meegevoerd.  Bij de tweede had zijn gezondheid een flinke veer gelaten. De derde storm voerde zijn broer niet te stuiten mee de oneindigheid in. Na de vierde storm was hij pré-Vutter en bij de vijfde en laatste storm, hoe kort geleden nog,  was zijn relatie op de klippen gelopen. Hij schudde zijn hoofd. Het was allemaal wat veel geweest. Maar hij was het te boven gekomen.

Roerloos zat hij daar, op dat bankje. Aan dat water. En de kleine, zilverwitte glinsteringen vertelden hem dat niets ooit hetzelfde bleef. Dat het water van het leven alle mogelijke vormen aannam zodat het elke keer toch weer anders werd dan hij van te voren had kunnen bedenken.

Maar dat het nochtans water bleef.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Familieverhalen. Bookmark de permalink .

2 reacties op Zo maar op een bankje in december

  1. Prachtig. Ik blijf erbij Plato: je zou een boek moeten uitgeven. Er zijn zoveel juweeltjes op jouw site.

  2. Het raadsel van het leven valt niet te ontcijferen, maar af en toe denk je een “glimps” op te vangen. En niets kabbelt zo geruststellend als water langs de kant. Ik zie de man zitten op het bankje. De kou trekt via zijn schoenen, zijn voeten verder omhoog en naar binnen. En dan is het ook nog bijna kerst… Met alle liefde zou ik ‘m een bakkie troost èn een warme deken aanbieden. Omdat hij het verdient!
    Liefs Kakel

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s