Sproet

Zich maar half van zijn omgeving bewust, zat Sproet op een duintop en keek uit over de wijde, wijde zee. Ondertussen woelden er duizenden gedachten tegelijk door zijn hoofd. Het was om gek van te worden. De zee zou me toch rustig moeten maken, dacht hij. Maar niets was minder waar.
Hoe lang was het geleden dat zijn vader en moeder van bos- tot duinkabouters werden? Toch zeker al tweehonderd jaar, dacht Sproet. Hij was toen nog een heel kleine Sproet en hij vond het niets leuk om te verhuizen. Tenslotte woonden al zijn vriendjes in het bos. Maar vader was onvermurwbaar. Het werd te gevaarlijk, had hij gezegd. “Waarom dan pap?” Had hij gevraagd. Vader had hem streng nadenkend aangekeken en maar een woord gezegd: “mensen”.

Hij herinnerde zich dat ze hun schaarse spulletjes op een karretje hadden geladen en moeizaam over een zandspoor in de richting van de duinen waren getrokken. Soms konden ze een stukje afslaan door via een onbewoonde konijnenburcht te trekken. Maar meestal was het ploeteren geblazen. Na ruim vier dagen had vader plotseling het karretje neergesmeten en gezegd: “hier blijven we”.

Sproet zuchtte. De herinnering leek zo dichtbij. Ze hadden een prachtige plek gevonden. Een halfholle boom die voldoende kamertjes bevatte voor een klein gezin. Bovendien was de ruimte tussen de wortels prima geschikt als schuilplaats. En het leuke was dat als je helemaal langs de stam omhoog klom, er in het dunnere gedeelte van die stam nog een kleine holte was. Net genoeg voor twee volwassen kabouters. Vanuit die holte kon je perfect tot aan de zee kijken. Sproet had het plekje meteen ingenomen als speelplaats en uitkijktoren. Die laatste functie had het altijd behouden, want Sproet was, ook na de dood van zijn ouders, altijd in die boom blijven wonen.

De zon werd van helgeel langzaam oranjerood en wierp zijn stervende stralen over zee, strand en duin. Sproet knipperde met zijn ogen. Onwillekeurig huiverde hij. Hoe kort geleden nog maar was het dat zij samen in die hoge schuilplaats de zon sissend in zee zagen zakken? Dat ze lange wandelingen langs het strand maakten? Dat ze heerlijk in de schaduw van een berkenboompje meegenomen eikeltjeskoffie dronken. Hij zuchtte voor de tweede keer. Voorbij, dacht hij droevig terwijl hij zijn knieën hoog optrok.

Zo bleef hij zitten, totdat het laatste puntje van de zon daadwerkelijk in zee was verdwenen en de armen van de duisternis zich langzaam uitstrekten over het weidse landschap.

Die ochtend werd Sproet steenkoud wakker. Stram stapte hij uit bed en pakte zijn dekens die als een kluwen op de grond lagen. Ik moet wel enorm gedroomd hebben, dacht hij. Tjonge, wat heb ik om me heen getrapt. Vlug klom hij het laddertje op naar een hogere verdieping waar hij zich waste in een bakje fris regenwater. Daarna droogde hij zich af en dook snel in zijn warme kabouterkleren.

Nog voor hij zijn boterhammen kon smeren, werd hij opgeschrikt door een schel gefluit. Dat geluid kende hij, dat was immers… Met een paar sprongen was hij buiten. En ja hoor, daar stond hij, in zijn nog altijd slordige kloffie. “Héé Kriek”, schreeuwde hij enthousiast en struikelde haast over een boomwortel. “Sproet, allemachtig, ouwe Sproet, daar ben je dan eindelijk”, brulde Kriek enthousiast en even later vielen de twee kabouters elkaar lachend in de armen.

Sproet en Kriek zaten gezellig buiten met ieder een kom warme eikeltjeskoffie tegen de stronk van een boom geleund. “Sproet”, sprak Kriek op bezorgde toon, “er moet me wat van het hart. Je ziet er wat somber uit. Volgens mij ben je ook flink afgevallen. Je bent toch niet ziek hè?

Sproet gaf niet direct antwoord. Kriek had gelijk. Hij voelde zich de laatste tijd inderdaad niet zo vrolijk als een kabouter behoorde te zijn. Hij merkte dat hij het moeilijk vond om de juiste woorden te vinden. Daarom sloeg hij Kriek plagend vriendschappelijk op zijn meer dan gevulde buik en zei: “dat ligt bij jou wel een beetje anders hè?” Kriek deed zijn best om het gewraakte lichaamsdeel enigszins in te trekken maar dat lukte niet erg. Met een half beschaamd lachje antwoordde hij: “Awel, maar het bier is bij ons dan ook zo lekker hè? Ik begrijp niet dat jij het niet lust. Man, zo’n lekker blond rakkertje is toch de uitvinding van de eeuw?

“Hoe lang heb je er nu over gedaan om hier te komen?” informeerde Sproet, blij dat het onderwerp over zijn somberheid zo makkelijk afgeslagen was. “Ik had geluk dat ik mij in een vrachtwagen kon verstoppen”, zei Kriek vrolijk. “Hij moest helemaal naar Alkmaar, dat was echt boffen. Vandaar heb ik ‘s-nachts gelopen tot ik in de duinen was. Daarna was het een peulenschil.”

“Wat goed dat je me zo snel gevonden hebt”, zei Sproet bewonderend. “Ik bedoel, je bent hier maar een keer eerder geweest. Weet je nog, na de open bosreünie. Tjonge, wat hebben we toen verschrikkelijk gelachen hè?” Kriek knikte. Hij herinnerde het zich nog prima. “Dat komt omdat ik een tekening heb gemaakt van de weg die ik aflegde. En die heb ik goed bewaard. Ik ben trouwens een tijdje geleden ook nog in Nederland geweest. Meer naar het oosten. Vreemde mensen heb je daar. Op een dag werd ik, volkomen onverwacht terwijl ik buiten even een puntmuts aan het passen was, zo maar op de foto gezet door een mens. Een mens zeg ik! Tjonge, wat was DAT mens blij zeg. DIE ga ik op de computer zetten, riep ze keihard. Ik heb haar website nog bij een bevriend aardmannetje opgezocht, want hij kende haar gelukkig. Oh die, zei hij alleen maar, dat doet ze wel vaker. Nou, ik heb nog even gereageerd maar ze liet de foto gewoon staan. Toen dacht ik: ach laat ook maar, mensen zijn niet wijzer. En ik heb er een lekker oud bruintje op genomen.”

Sproet knikte nadenkend. “Mensen”, zei hij afwezig, “mensen zijn rare wezens. Maar goed, vertel me liever maar eens: “wat verschaft mij de eer van je komst?”

Kriek slikte het laatste slokje koffie weg en boog zich samenzweerderig naar Sproet toe. “Dat zal ik je vertellen”, zei hij zachtjes.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s