Verwondering

Met verwonderde blik keek hij naar de zacht blauwe hemel, zuchtte en speurde daarna de omgeving af. Er was niemand te bekennen.
Weliswaar drongen er vanuit de verte wat geluiden tot hem door maar die kon hij niet goed thuisbrengen. Met een licht gevoel van ergernis probeerde hij zijn gedachten te structureren.

Eerst was er die volmaakte rust. Nee, er was meer. Dat wist hij haarfijn. Maar hoe hij ook zijn best deed, hij kon er geen concrete gedachten aan verbinden, laat staan dat hij ze in woorden zou kunnen uitdrukken. Het bleef bij losse begrippen als: luchtledigheid, volmaaktheid, warmte en misschien zelfs vrijheid.

Aanvankelijk leek die toestand eindeloos. Maar toch was er iets dat hij, na lang nadenken, als een beslissing zou kunnen omschrijven. Vanaf dat moment stond alles in het teken van vertrek. Er was iets geweest als een wachtkamer, maar niet in de zin van muren, ramen en banken. Het was meer een… weer stokte zijn gedachten.

Toen was er dat onhoorbare vertreksein geweest. Als in een droom vervaagde de beelden, het werd donker, hij werd in bezit genomen door begrippen als zwaar en traag. Uiteindelijk sufte hij weg in een kleine, donkere ruimte die toch warmte en vertrouwdheid uitstraalde.

Hoe lang had die situatie geduurd? Hij kon het onmogelijk bedenken. Tijd was een relatief begrip en ijkpunten had hij niet. Wat hij zich nog wel kon herinneren waren de momenten van toenemende benauwdheid kort daarna gevolgd door een onherkenbare pijn, afgewisseld met flitsen van fel licht. En daarna was er opnieuw een vertrouwd gevoel dat leek op de volmaakte rust van weleer maar dat toch niet te bepalen anders was.

Waarom was het hier zo stil? Hoe lang zou hij geslapen hebben? Weer dacht hij na over de voorgaande periode. Kon hij die structuur nu maar aanbrengen. Maar hoe vaker en wanhopiger hij dat probeerde, des te minder hij zich kon herinneren. Alsof iets in zijn binnenste zei dat alleen het NU nog maar belangrijk was.

Plotseling voelde hij zich eenzaam. En met die eenzaamheid kwam ook dat andere gevoel zijn bewustzijn binnengeslopen. Het werd nu toch werkelijk tijd om iemand te vinden die hem behulpzaam zou kunnen zijn. Hij opende zijn mond en begon te roepen, hard te roepen.

Hij schrok zelf van het resultaat van zijn inspanningen. Want vanuit het niets, was daar ineens een enorm wezen dat geluiden in zijn richting maakte. Hij was niet bij machte deze te decoderen.’Ik begrijp je niet,’ riep hij extra luid, ‘maar ik heb honger, kun je me helpen?’ Daarop verscheen er een tweede wezen dat op één of andere manier een prettige vertrouwdheid uitstraalde. Hij besloot nogmaals te roepen.

‘Tjonge’, zei de vrouw, “Zulk brullen. Nou Archibald, je kunt wel zien dat het jouw zoon is. ‘

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s