Soep

Eindelijk hoorde ik het vertrouwde geluid van de scooter  die de straat in draaide. Even later kwam mijn zoon met drukke gebaren de huiskamer binnen.
‘Ha,’ hoe gaat het?’ vroeg hij jongensachtig ruw terwijl hij met zijn vrije hand hardhandig door mijn haar woelde.
Ik stond op. ‘Goed, goed, rustig, trek in een bakje soep?’
‘Wat voor soep’, vroeg hij met enige argwaan.
‘Indische maaltijdsoep, een recept van internet,’ antwoordde ik.
‘Oh, doe maar dan,’ antwoordde hij gehaast, want hij wilde eigenlijk alweer achter zijn PC. Hij keilde zijn helm de kelderkast in en stormde naar boven.
Ik ging naar de keuken en verwarmde het laatste restje soep, pakte daarna een soepkom en schepte hem vol. Precies voldoende, constateerde ik met genoegen en riep vervolgens naar boven:
‘Het staat klaar!’
‘Jahaâ,’ zijn stem klonk licht geërgerd. Hij was alweer met heel andere dingen bezig.
‘Het is nou nog warm hoor,’  probeerde ik nog, ging vervolgens de woonkamer in en nam plaats voor het beeldscherm.
Even later hoorde ik hem met zevenmijlslaarzen naar beneden rennen, een lepel uit de la nemen en met de soep weer naar boven speren.
‘Eet smakelijk, ‘ brulde ik naar boven.
‘Hij is lekker,’ hoorde ik vanuit de verte terug. Mooi, dacht ik en verdiepte me tevreden in het logje dat ik aan het schrijven was.

Terwijl ik mijn zinnen zorgvuldig formuleerde, bedacht ik dat het ’s avonds in onze buurt zo heerlijk stil was. Na acht uur hoorde je meestal geen enkel geluid meer. De straten waren uitgestorven en het merendeel van de mensen zat op de bank en keek TV of zat aan de PC.

Plotseling werd mijn concentratie verstoord door een gigantische schreeuw. Het klonk alsof er iemand ter plaatse de keel werd doorgesneden. Ik stond op, opende de deur en schrok. Met donderend geraas kwam mijn zoon de trap af rennen en stormde de keuken in. Wat hij daar vervolgens boven de gootsteen deed, loog er niet om. ‘Wat is er nou?’ vroeg ik verbaasd.
Met een kop als vuur was hij nu bezig zijn mond grondig te spoelen.
‘Wat er aan de hand is?’ schreeuwde hij. ‘Man, weet je wat er op de bodem van die kom lag?’ Op zijn gezicht lag een niet mis te verstane walging.

Ik wist het niet.

‘Twee vieze vette naaktslakken. Ik had er al één half in mijn mond,’ brulde hij. ‘Als je nog eens soep op het fornuis laat staan, doe dan @#$%$@@% de deksel op de pan.’
Daarna holde hij de trap op en dook de badkamer in.
Nog geruime tijd hoorde ik hem in de badkamer vloeken, poetsen en rochelen.

Wie zei er nou dat het hier ’s avonds zo heerlijk stil was?

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Soep

  1. Wat vreselijk. Wat ontzettend. Ik probeer me voor te stellen hoe IK zou reageren maar het lukt niet – er zit ergens een blokkade die me verhindert verder te denken!

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s