Spelen

Het was stil in huis. Kat lag languit op de driezitsbank en liet zich verwarmen door de warme zonnestralen die door het tuinraam naar binnen schenen.
Af en toe bewoog hij nijdig zijn snorharen, half mauwend, om een droomkat van zich af te schudden. Dan lag hij weer stil, want het was veel te vermoeiend om je ook maar ergens druk om te maken.

Poes doezelde wat in het grote kattenkasteel. Ze had zin om te spelen. Maar Kat was weer eens te lui voor mauwen. Daar had je niets aan. En vrouwtje, ach dat was zo akelig. Vrouwtje had pijn en ze lag in haar mandje. Nee, die viel voorlopig niet te storen.

Ineens werd de broze stilte ruw doorbroken door hetharde geluid van een boormachine. Weliswaar op enige afstand maar ze werd er toch wakker van. Ze had hoofdpijn en het geluid leek dwars door haar schedel te gaan. Ze stond op, bewoog zich wrakkig naar de badkamer en nam een aspirine. Daarna zat ze lange tijd op de rand van haar bed..

Ze had voor deze week een programma opgesteld. Foto’s bewerken en rangschikken, de harde schijf van haar PC schonen, DVD’s branden, haar klusjes in de hobbykamer vervolgen. En natuurlijk was er ook nog de strijd tegen het eeuwig onkruid. Als ze zich nu maar eens één dagje goed voelde, wat zou ze dan niet allemaal kunnen realiseren.

Ze was er inmiddels aan gewend geraakt van de overheid geen erkenning te krijgen voor haar gezondheidsproblemen. Want regels zijn regels. Maar gewone mensen, die elke dag naar hun werk togen, waarom konden die maar zo moeilijk begrijpen hoe vreselijk het was om dagelijks pijn in je spieren en botten te hebben? Hoe wanhopig je kon worden als een vallend schroefje al een oorlog in je hoofd ontketende. Hoe verlammend het werkte als je zo moe was dat je werkelijk geen vin kon verroeren.
Het lullige was, het was aan haar buitenkant niet te zien. Zo vaak had ze al gehoord: ‘Je bent toch een gezonde, jonge meid? Zoek toch een leuke baan, ga studeren, doe wat met je leven. Je gaat toch niet je hele bestaan van een uitkering trekken?’ Alsof dat haar ultieme doel in het leven was.

Ze voelde de onderliggende steken. En ze had, in het begin, wel geprobeerd haar situatie uit te leggen. Maar ze slaagde er niet of nauwelijks in te overtuigen. Vastgeroeste meningen in harde, ongenuanceerde koppen, dacht ze bitter, praat je er niet zo maar uit. Uiteindelijk was ze ermee gestopt en leidde haar stille leven dat zich noodzakelijkerwijze vaak binnen de muren van haar huisje afspeelde.
Toch bleef, op de achtergrond, altijd dat knagende hopen. Dat ze ooit vrij van pijn zou zijn, dat ze ongeremd zou kunnen fietsen,dansen, hollen, feesten en liefhebben. Dat ze het leven zonder reserves zou kunnen genieten. Zoals die anderen.

Maar uiteindelijk ook, dat die anderen haar zouden begrijpen en dat ze af en toe een beetje met hen zou mogen meespelen.

Verhaal: Plato 2008
Foto: internet
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s