Verdwijnen

Hij stond voor het raam en keek naar het straaltje regenwater dat uit de kapotte dakgoot gutste. De loodgrijze lucht leek zich over de godganse aardbodem uit te strekken.
Wanhopig probeerde hij zijn denken te ordenen. Wat had je gedacht.’. Terwijl hij de woorden uitsprak, zag hij een grijs ademwolkje op het raam verschijnen. ‘Wat had je gedacht’, herhaalde hij bijna geluidloos, ‘dat je op een ochtend wakker zou worden en dat het allemaal niet waar was? Dat alles zo maar weer zuiver en mooi zou zijn?’ Hij draaide zich om.

Terwijl hij in de keuken brood smeerde, keek hij door het regengordijn de tuin in. De vijver was tot de rand toe gevuld. Hij dacht: als het gieten maar lang genoeg doorgaat, bereik je uiteindelijk de laatste druppel. Onoverkomelijk!
Die zin uit dat liedje van Bram Vermeulen… ‘de loop van een rivier, houd je niet tegen’. Was dat wat hij had geprobeerd? De rivier, waarvan hij wel zag dat ze beetje bij beetje een heel andere kant op begon te stromen, bij zich te houden om zich te kunnen koesteren aan de hoop van haar oevers? Had hij niet veel eerder beter moeten weten?

Hij at met lange tanden en voelde zich ellendig. Buiten brak het wolkendek open en liet een schuchter zonnetje door. Ze hebben allemaal gelijk, na regen komt zonneschijn, dacht hij wrevelig. Misschien zou hij dan ook realistisch, blij zelfs, moeten zijn.
Maar het enige wat hij voelde was dat hij het liefst met de laatste regenwolk aan de einder zou willen verdwijnen.

 

Verhaal: Plato 2008
Foto: blog.bitcomet.com
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s