Tom ‘la Chat’


I

Laat ik me even voorstellen. Kort, want ik moet heel nodig pissen en dus snel naar buiten. Maar even kan nog wel.
Ik ben Tom la Chat en woon vanaf mijn eerste weken bij Plato, mijn butler die na al die jaren eigenlijk meer een vriend is geworden. Ik ben acht jaar, heb een wit-zwarte vacht en een oog. Het andere ben ik kwijt geraakt in een gevecht met die rot-cyper van een huizenblok verder.

Maar daar wil ik het niet over hebben. Ik ben geen kat van slachtoffergedrag. Liever wil ik u via dit dagboekje op de hoogte houden van het leven van mij en mijn stiefzuster Minnie, die drie jaar ouder is en eigenlijk zelf zou moeten schrijven, maar daar geen sikkepitje concentratie en schrijftalent voor heeft. Enfin, dan doe ik het wel.

Plato adviseert mij per stukje niet meer dan zo’n 250 woorden te gebruiken omdat lange stukken de meeste lezers afschrikt. Hij zegt: ze hebben het al zo beredruk met van alles, houd het maar kort. Dit advies volg ik op. Trouwens: als u mij zat bent, dan zegt u het maar. Ik heb tenslotte hobby’s zat.

Voor nu houd ik het  hier bij. Bent u geïnteresseerd in bepaalde onderwerpen betreffende mijn kat-zijn, zeg het mij, dan schrijf ik nog een hoofdstukje.

Maar nu moet ik weg, het kan echt niet anders want de deurmat is net nog gereinigd en ik… enfin, de groeten.

II

Vandaag waait het keihard. Ik word er bloednerveus van en, hoe verstandig ook, ik moet gewoon achter die warrelende blaadjes aan. Hier geldt het instinct.

Plato was vanmorgen pas om 9.15 uur op, zijn ogen nog halfdicht van de slaap. Wij zaten al op de keukenmat maar ik zag meteen: die gooit niet uit zichzelf de buitendeur open. Dus zetten Minnie en ik  het op een veelbetekenend mauwen. En ja hoor, met succes. Even later stonden we buiten. Ik dook meteen op de verhoging onder het tuintafelblad. Want het regende als een gek. Minnie liep nog een tijdje over het pad alsof de zon scheen. Niet te geloven, zo traag van begrip dat beest soms is.

Denk nou niet dat, als ik daar zo zit, het leven zo makkelijk is. Ten eerste is mijn vacht vaak nat en vies. Ten tweede heb ik nog steeds last van vlooien. Plato heeft me wel ingespoten met die troep, maar ondertussen zitten ze nog steeds op mijn poten, nek en staart. Vuile krengen, niet weg te bijen.

Even later ging de keukendeur weer open en klonken de bekende deur- en keukenla geluiden alsmede bakjesgerammel. Nu kom ik voor harde brokken niet snel uit mijn schuilplaats, maar als het om dat lekkere blikvoer gaat, sprint ik me rot voor die deur weer dicht gaat. Dit keer was Minnie eerder. Ik achter haar aan. Net op tijd. We vlogen op de bakjes af en… toch brokjes.
Dat flikt die Plato nou altijd.

Zo…nu weer naar buiten.

PS. Iemand vroeg la Chat en niet le Chat heet. Het is een droevig verhaal over “jeweetwel” waar ik Plato niet dankbaar voor ben. Ik praat er niet graag over.

Deze foto heeft Plato in 2005 gemaakt.  rechts van mij, maar niet op de foto zichtbaar staat Plato’s computer. Als ik hier zit kan hij met zijn linkerhand net naar mij reiken zodat ik hem een kopje kan geven. Kopjes zijn handig. Met een kopje krijg je zoveel meer gedaan.Diversen_002

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s