Een vreemde droom

Wat een wonderlijke droom. Gewichtloos zweefde ze, zonder enige inspanning, door de doodstille nacht. In de verte wenkte een licht. Ze hoefde niets te doen om het te naderen. Ze voelde: daar is mijn thuis.
Plotseling was het alsof iets haar terugtrok. De atmosfeer werd zwaarder, ze hoorde flarden van stemmen. Een benauwde onrust maakte zich van haar meester.

Met een schok werd ze wakker. De wekker stond op 9.45 uur. De zon scheen door de kieren van de overgordijnen. Vogels tjilpten. Ze draaide zich om. Het bed naast haar was leeg. ‘Zo laat, iedereen is al weg,’ mompelde ze. Snel wipte ze over de rand van het bed.

Op de gang luisterde ze. In de voorste slaapkamer klonk een geluid als zuchten. Zachtjes ging ze de kamer binnen en zag tot haar verwondering haar dochter doodstil aan haar bureautje zitten. ‘Wat is er, moet je niet naar school?’ Haar woorden klonken hol alsof ze in een lege toneelzaal stond .Haar dochter antwoordde niet, keek zelfs niet op. Even wilde ze haar bemoedigend aanraken maar iets hield haar tegen. Ze draaide zich om.

Op de driezitsbank in de woonkamer zaten haar man en zoon dicht tegen elkaar aan met grauwe gezichten. Ook zij zwegen. ‘Hallo, kan iemand mij even bijpraten? Wat is er in Godsnaam aan de hand,’ riep ze.
Geen antwoord. ‘Hallo, ik ben niet onzichtbaar hoor,’ riep ze nogmaals. Ze wilde haar man bij de schouder pakken maar weer was het alsof ze werd tegengehouden.
Ik droom nog, dacht ze. Gisteravond teveel gedronken. Komaan, de proef op de som. Ze sloot haar ogen en visualiseerde zichzelf op straat. En warempel, daar was de menigte. Het viel haar op dat niemand haar aankeek, dat iedereen zo duidelijk en gejaagd op weg was naar…ja waar naar toe? Toen dacht ze weer aan haar man en kinderen en plotseling overviel haar de onrust. Ze moest terug, naar huis.

Op het bankje in haar voortuin zat een oude man te soezen in de zon. Juist toen ze hem wilde vragen wat hij daar in hemelsnaam deed, stopte er een zwarte auto. De oude man sloeg de ogen op en keek haar vriendelijk aan. ‘Precies in mijn zonnetje’ zei hij. ‘Het wordt tijd om te gaan.’
Een schok van herkenning doorvoer haar. ‘Papa?’ fluisterde ze. Hij legde zijn arm om haar heen. ‘Ja, lief kind van me, kom, wees niet bang om los te laten, ik zal steeds bij je zijn.’  Ze wees aarzelend op het huis. ‘Maar,’ fluisterde ze.
‘Voor hen wordt gezorgd, altijd,’ antwoordde hij en pakte haar bij de hand.

Daarna liepen hand in hand over de stralen van de zon de oneindigheid tegemoet.

P1010176_4

 

Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s