Fiets

Dames en Heren, mag ik mij even voorstellen? Ik ben Loco1, de fiets van Plato. Mijn naam verdient enige toelichting.
Ik kom namelijk uit de locomotief fabriek die weer een onecht kind van de familie Gazelle is. De 1 staat voor het feit dat ik de eerste locomotief ben die Plato ooit heeft gekocht. Er is echter ook een groep mensen die mijn naam anders uitlegt. Verwijzend naar o.a. het Papiaments noemen ze mij gek (loco) omdat ik voor Plato werk.

Ik heb begrepen dat er de laatste tijd aardig wat belangstelling voor mij is. Goed, ik zal u alles vertellen. leest u maar gewoon verder.

Een tijdje geleden fietste ik, met Plato op mijn zadel, in de nachtelijke uren over een dijkje. Op een bepaald moment lette hij niet op en gaf per ongeluk een ruk aan het stuur. Kijk, als zo’n vent nou alleen maar niet uitkijkt is er niets aan de hand. Want dan corrigeer ik de boel zelf wel. Maar als hij aan mijn stuur gaat lopen klooien, dan kan ik niet anders dan gehoorzamen.
Dat zijn de wetten van het rijdend materieel artikel 8a.sub 1.

Goed…ik gehoorzaamde dus. Het gevolg was dat mijn voorwiel tegen een paaltje denderde, Plato over mijn stuur kieperde en met zijn hoofd onzacht op de grond neerkwam. Man, hij bewoog meteen voor geen meter meer. Ik kon tingelen en rammelen met de kettingkast wat ik wilde. Maar er gebeurde helemaal niets.

Als ik nou een mens was, dan had ik wel gaan liggen jammeren. Maar zo zijn wij fietsen niet. Als u dat denkt dan kent u ons niet. Wij gaan door tot de roest ons pakt. Zonder dat we daar overigens ook maar in geringe mate de credits voor krijgen. Mijn spaken hebben mijn wel eens toegeroepen: laten wij toch staken. Maar ik vind stakende spaken ongepast want artikel 10 lid 4 zegt…..enfin, laat ik u daar niet mee vermoeien.

Waar was ik, o ja…ik lag daar al een tijdje toen plotseling Plato wakker werd. Hij zocht naar mij terwijl hij toch werkelijk bijna op mijn achterwiel trapte. Onmachtig zijn aandacht te trekken, probeerde ik via spirituele weg zijn hersenpan binnen te dringen. Maar of zijn kop was te dik of mijn vermogens op dat terrein te gering want het enige wat er gebeurde was dat hij opstond en weg liep. Ik zie hem NOG lopen. En op een bepaald moment was ik verdwenen. Ik was ver-bijs-terd.

Na een tijdje kwam er plotseling iemand aan wandelen. Nou, wandelen, zeg maar zweven. Zo’n klein ventje dat eigenlijk nog op een kinderfietsje thuishoorde. Heel raar kereltje. Ik herinner me nog dat hij ogen als spleetjes had. Maar plotseling gingen ze open en ze werden zo groot als mijn koplamp. Ik schrok me wild, zo nadrukkelijk keek hij naar me. En toen wees hij naar me. Ik zweer je bij mijn krankstel, hij wees alleen maar. En vanaf dat moment weet ik niets meer.

Het enige wat ik nu wel weet is, dat toen ik weer bij kennis kwam, ik gewoon weer tussen de rotzooi in Plato’s schuurtje stond. Van Plato zelf geen spoor. Hij heeft nu al een paar dagen niet op mij gereden. En dat is gek want normaal doet hij dat elke dag.
Nu weet u alles. U kunt mij nu alles vragen, maar ik garandeer u niet dat u antwoord krijgt. Ik tast namelijk net zo in het duister als u.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Een reactie op Fiets

  1. Misschien moet u dan het licht in uw koplampen ontsteken. Maar dat zal niet meevallen zonder de drijvende kracht van Plato. Rustig afwachten, is alles wat u rest. Het gaat namelijk niet om u, maar om (de gezondheid van) onze Plato. En geloof mij nou maar als ik zeg dat ik voor zeer heel veel fietsen een zwak heb…

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s