De jacht

Diana wierp met haar staaflantaarn een felle bundel licht over de, op het bedrijventerrein opgestapelde, pallets.
Alles veilig, zoals altijd, dacht ze en keek naar het bleke, zilveren licht van de maan, die daar roerloos mooi stond te zijn in het wolkenloze decor van de nachtelijke hemel. Ze zuchtte. Want Diana hield van de maan als van zichzelf.

In de verte kwam, zacht zoevend, een Renault het terrein oprijden en parkeerde bij het bewakershokje. Diana keek op haar zilveren horloge: 3 uur. ‘Mooi op tijd Max,’ zei ze. ‘Nog wat bijzonders?’ informeerde hij losjes. ‘Nope,’ antwoordde ze nonchalant, wetende wat hierna kwam. ‘Nou in dat geval hebben we nog wel even tijd om ehh, hè?’ grijnsde Max. ‘Ja, dat weten we nu wel,’ meesmuilde Diana, ‘dat doe je maar met je vriendin, doeiii.’

In het bewakershokje verwisselde ze de bedrijfskleding voor haar trainingspak. Daarnastapte ze met speels gemak op haar mountainbike. ‘Eens maagd, altijd maagd hè?Ze haatte de cynische toon waarmee hij zijn woorden door de donkere nacht strooide.
‘Yep,’ riep ze over haar schouder en spurtte in één lange streep het terrein af.

Heerlijk waren die ritten door het nachtelijke bos. Ze liet de zaklantaarn over de stammen van de bomen flitsen. Daardoor kreeg het bos een nog machtiger, mysterieuzere aanblik.
Even nog dacht ze aan Max. Ze wist: dit was zijn soort humor. Vroeger, nog voor zijn relatie met Marieke, was hij serieus geweest. Ze had hem echter afgehouden zoals ze ook met andere mannen deed. Want liever nog dan een relatie te hebben, was ze vrij als een vogel.

Onwillekeurig dacht ze nu aan haar tweelingbroer. Hoezeer waren ze elkaars tegenpolen. Ab, de gezinsman die in de grote stad woonde en een kleine uitgeverij bezat waar hij talentvolle dichters en esoterisch materiaal uitgaf. Ab, altijd op jacht naar de zon van het succes. Ze zouden elkaar vaker moeten zien. Maar hun levenswijzen verschilden teveel.

Apollo_1

Ze bedacht hoe gelukkig ze was ze met haar huisje aan de bosrand, haar honden en haar witte hertje. Hoe goddelijk het voelde het als ze, op vrije dagen, gewapend met een camera,door het bos zwierf om de ultieme foto van een specht of boomklever te schieten. Hoe heerlijk het was om aan de bosrand bij de struiken te knielen en de kruiden te plukken die ze bewerkte en verkocht aan de reformwinkel in de stad. Sommigen noemden haar een heks. Het deerde haar niet.

Aan de bosrand stopte ze abrupt. Er klopte iets niet. Ze snoof de geur angst. Behoedzaam scheen ze met de lantaarn langs de struiken. Vlakbij klonk een wanhopig ritselen. Daar, in die lichtbundel, lag een konijn dat, terwijl hij vocht voor zijn leven, steeds verder verstrikt raakte in een dodelijke lus.

Terwijl ze het diertje bevrijdde, voelde ze een kille woede. Ze zou de dader,als deze voor hem stond, zonder scrupules de hersens kunnen inslaan. Voor de jacht had ze begrip, mits deze op eerlijke basis geschiedde. Maar dit was gewoonweg moord. Want een dier doodde je hooguit uit noodzaak maar niet voor je plezier of uit vuil winstbejag.

Zorgzaam hield ze het konijn in haar armen en onderzocht de wond. Misschien viel het nog mee. In elk geval zou ze het mee naar huis nemen en daar alle zorg geven. Ze nam het diertje in de kom van haar linkerarm. Met de fiets in de rechterhand, liep ze langzaam verder.

De maan verlichtte glimlachend haar pad.

Artemis_1

Verhaal: @Plato2008
Plaatjes: Internet
Voor de mythologische achtergronden van dit verhaal: klik hierrrrr!
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s