Rood-wit-blauw

I  – Verschrikkingen

Het eerste wat ze van de Hollandse bodem zag was de rood-wit-blauwe driekleur en de grijze, betonnen baan waarop het vliegtuig precies 11.23 uur landde. Verbaasd dacht ze: heel Nederland is plat en van steen.
Ze woonde met de hele familie in de schamele hut met het strodak. Zo lang ze zich kon heugen bewerkte ze met haar moeder en zusjes het kleine mais- en bonenveld. Ook was het haar taak om water uit de gemeenschappelijke put te halen in het grote gedeukte blik. Eerst met haar oudere zuster, later alleen. Een dag in de week kwam de leraar van over de berg en gaf de dorpskinderen les in rekenen, lezen en schrijven. Van hem leerde ze ook wat Engelse woordjes. Haar moeder had vreemd opgekeken toe ze haar had begroet met de woorden: hello, goodbye en how are you. Ze glimlachte bij de herinnering.

De leraar was wijs. Hij had altijd prachtige verhalen over de grote stad, waar iedereen werk had en goed verdiende. Soms nam hij oude kranten mee en dan vergaapte iedereen zich aan de vergeelde foto’s. In die tijd kwam de gedachte in haar op dat ze later graag verpleegster wilde worden in de grote stad.

Toen kwam het jaar waarin de oogst slecht was en de plunderingen, die tot dan toe gelukkig zelden voorkwamen, erger en erger werden. Ze hoorden verhalen over dorpen die tot de grond toe waren afgebrand omdat de bewoners zich hadden verzet, over mannen die waren vermoord en over vrouwen waar ze hele erge dingen mee hadden gedaan. Ze vroeg zich af wat voor dingen dat waren maar als ze het haar moeder vroeg, zweeg deze als het graf.

Het waren verhalen. En het bleven verhalen tot de dag dat het noodlot ook hen trof. Meteen steek van pijn herinnerde ze zich die dag dat Boy het dorp huilend kwam binnen rennen en hijgend gilde over de hinderlaag waar de groep mannen, die terugkeerden van de jacht, in  waren gelopen. Niemand, behalve Boy, die tussen de bosjes weg kon glippen, had de aanslag overleefd.

Wat er daarna gebeurde herinnerde ze zich niet meer. Naar het leek eindeloos veel later vertelde haar zuster haar huilend over de moorden en de verkrachtingen die hadden plaatsgevonden en waar kennelijk ook zijzelf het slachtoffer van waren geworden. Moeder was ook tussen de doden.  De spaarzame overlevenden waren alle gevoel voor richting kwijt.

Een paar weken na het gebeurde kwam er een vrachtwagen, afgeladen met mensen, in het dorp. Er werd gesproken over een vluchtroute naar het westen. Naar een vlak land dat geen oorlog en geen plunderingen kende. Een land waar iedereen werk had en zich een TV en een koelkast kon veroorloven.

Iedereen sloot zich aan en nauwelijks een half uur later koos  de overbeladen vrachtwagen met brullende motor het smalle pad dat naar de berg voerde.

Ze keek niet één keer om.

Africangirl800_1

 II – Dat andere land

Aanvankelijk had ze zich vermaakt met spelletjes. Een Nederlandse bewaker leerde haar dammen. De eerste spelletjes had ze verloren. Toen begon ze het stilaan te begrijpen. Maar op de dag dat ze hem op het nippertje verslagen had, stopte hij abrupt. Hij had het te druk met bewaken. Verder was er niemand die met haar wilde spelen.

Ze dacht: hoe zijn we eigenlijk in dit verschrikkelijk koude land terechtgekomen?  Waarom zijn we niet gewoon naar de stad van de leraar gegaan, daar heeft toch ook iedereen werk en eten? De leraar, zou ze hem ooit nog zien? Het waren veel vragen en ze had op geen enkele een antwoord.

Ze kwam er snel achter: Nederland was een groot dorp met witte aanééngeschakelde barakken waar zwarte en bruine mensen woonden. Daar buiten,ver weg achter de hekken met prikkeldraad, waren de anderen, van wie ze zorgvuldig werden weggehouden.

Soms kwamen er mensen in keurige pakken. Uit de Engelse woorden die ze herkende, begreep ze dat de kansen om in het land te mogen blijven, klein waren. Want er was een nieuwe regering die zeer gekant was tegen nog meer vreemdelingen.

Op een dag zag ze, in het gemeenschappelijke lokaal, een minister op de TV. Het was een vrouw met donker haar en dreigende wenkbrauwen. Ze zou gezegd hebben: ‘U gaat niet links, u gaat niet rechts, maar u gaat terug naar uw land,’ of woorden van gelijke strekking. Ze wist niet zeker of het werkelijk zo was of dat Mkono, die hier al anderhalf jaar zat en de tekst een beetje voor vertaalde, een grapje had gemaakt.

Hoe lang zat ze hier nu al? Volgens Mkono, die twee en twintig was, had gestudeerd en haar Engelse les gaf, vijf maanden. Ze vertelden elkaar verhalen over vroeger. Hun verledens leken veel op elkaar zij het dat Mkono niet verkracht was maar dat zijn rug door de rebellen kapotgeslagen was zodat hij zich nu krom en met veel pijn voortbewoog.

Op een dag gaf Mkono haar de Engelse vertaling van een Nederlands gedicht.Vooral de laatste zin sprak haar erg aan: ‘Nooit heb ik wat ons werd ontnomen zo bitter, bitter liefgehad’ en ze overwoog dat een volk dat zulke gedichten kan voortbrengen, toch niet ZO slecht kon zijn. Waarom kozen ze dan zulke politici?

Een week later had ze een kamerlid op TV gezien. Ze was gefascineerd door zijn uiterlijk met dat vreemde golvende haar waardoor het leek alsof hij een soort pruik op had. Mkono had haar met een bitter gezicht uitgelegd dat van hem al helemaal niets te verwachten was omdat hij vreemdelingen haatte.

Sindsdien was ze bang. Want terug naar huis betekende: een onzekere toekomst, angst, herinneringen aan wat was gebeurd. ‘s-Nachts droomde ze heftig en vaak werd ze badend in het zweet wakker. Dan kroop ze (ze wist zelf niet waarom) naar het hoekje van de slaapzaal en ging daar met opgetrokken knieën zitten. Later, als ze koud werd, ging ze  weer naar bed.

Mkono woonde vroeger aan de zee. ‘Weet je,’ zei hij op een dag, ‘een ochtend aan zee, als de zon net is opgekomen en je de vissers in de verte ziet pagaaien, is het mooiste wat er is.’  Zoals hij het vertelde leek het haar óók het mooiste wat je kon bedenken. Vanaf dat moment was Mkono een vriend, een echte vriend en het meest nabije wezen op de wereld sinds de dood van haar moeder.

Op een ochtend werd ze ruw gewekt. Een paar harde mannenstemmen riepen:
‘opstaan, aankleden, bezittingen meenemen.’ Slaperig en niet begrijpend keek ze de mannen aan.  Als in een droom kleedde zij zich aan en pakte haar enige bezit, het Engelse lesboekje dat ze van Mkono had gekregen. Daarna liep ze gedwee mee in de rij landgenoten. Mkono was nergens te zien.

Precies om 8.43 uur ronkte het vliegtuig over de startbaan. Niemand had haar gezegd waarom ze weg moest. Ze wist alleen dat ze terug werd gestuurd naar haar land. Omdat hier geen plaats voor haar was. Verdrietig dacht ze aan Mkono van wie ze zelfs geen afscheid had kunnen nemen. Ik zal hem wel nooit meer zien, dacht ze bitter en keek door het kleine raampje naar buiten.

Haar verdrietige ogen zagen niet het laatste wat ze van het land had kunnen zien:  de rood-wit-blauwe driekleur en de grijze wolkenlucht boven de grauwe betonnen startbaan.

Maar ook zonder dat wist ze wel dat Nederland plat en van van steen was.

Tekst: © Plato 2007
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s