Mees 10: eekhoorn

Wakker worden, hé luie verenbaal, hoor je me niet, wakker worden.
Mees schrok op uit zijn slaap en keek wild om zich heen. Wie sprak daar
.
Wat zit je nou dom te kijken, vogel, hier ben ik, piepte het achter hem. Mees keerde zich met een flinke fladder om en keek recht in het gezicht van… tja, WAT het dan ook was. Het was bruin en wollig, had geen snavel en op de plek waar de staartveren zitten had het een enorme bos haren.
Hé makker, heb je nog nooit een eekhoorn gezien, zei het dier, dat dus kennelijk een eekhoorn was.
Mees stelde zich beleefd voor.
Ook aangenaam, zei de eekhoorn. Ik heet Joris, maar daar gaat het niet om. Je zit op mijn tak?
Op mijn tak? sufte Mees
Nee, op MIJN tak, zei Joris ongeduldig. Ik gebruik hem altijd om naar mijn voorraadkamer te gaan.
Voorraadkamer? sufte Mees door. Zijn hoofd zat nog helemaal vol van die prachtige droom  over een ei, waar hij in zat en waarin hij de meest fantastische wereldreizen…
Voorraadkamer ja, bitste de eekhoorn. Mag ik er even bij alstublieft, ik heb nog niet ontbeten namelijk, snapt u?
Gewillig fladderde Mees een takje hoger. De eekhoorn sprintte naar voren, ging een boomholte binnen en kwam er, smakelijk kauwend op een beukennootje, weer uit.
Mees keek gefascineerd toe hoe het ene brokje na het andere in zijn wollige hoofd verdween.
Geen rupsen, geen insecten? informeerde hij verwonderd.
Rupsen? Slappe hap, piepte de eekhoorn met volle mond. Geef mij maar een noot! Nee, een eekhoorn heeft een ander eetpatroon dan een mees.
Mees begreep. Een kat weer een heel ander, zei hij snel om Joris duidelijk te maken dat hij ook wel iets wist. Maar dat gaf een ander effect dan hij had gedacht. Joris verslikte zich lelijk en keek hem met grote kraalogen aan.
Zei je… DE KAT? fluisterde hij.
Ehh ja, fluisterde Mees terug.
Joris greep Mees bij de linkervlerk. Wil je de naam niet zo plotseling noemen, piepte hij op hoge toon, onze tak van de familie heeft geen sterk hart.
Oh, maar ik wilde je niet…
Laat maar, het gaat alweer, zei Joris. Het is alleen…
Mees keek hem afwachtend aan. Joris leek plotseling zo… anders. Er moest iets ergs gebeurd zijn.
Joris haalde diep adem en vervolgde: drie dagen geleden heeft ie mijn broer gepakt. Op slag dood natuurlijk.
Mees schrok. Verschrikkelijk. Wat moest hij zeggen? Maar terwijl hij naar de juiste woorden zocht, bedacht hij wat Joris nu eigenlijk precies gezegd had.
Heel erg gecondoleerd, zei hij opgewonden. Je moet wel heel erg verdrietig zijn, nietwaar? Verdriet? Joris keek hem niet begrijpend aan. Hoezo?
Nou gewoon, zei Mees, emoties en zo. Dat je het akelig vond dat hij dood was en dat je er misschien niet van kon slapen.
Joris dacht even na: nee hoor, ik was eerder woedend.
Op de kat? vroeg Mees hoopvol.
Joris keek hem verbaasd aan. Nee, makker, op mijn broer.
Maar waarom? vroeg Mees beteuterd.
Simpel vogel. Hij had mijn halve hol aan beukennootjes van me geleend, maar nog niets terugbetaald, piepte Joris opstandig. Hoe krijg ik dat ooit nog bij elkaar? Van die smerige kat zeker. Geloof me vogel: leen nooit wat uit en kom nooit te dicht bij een kat, wat hij ook fleemt. Maar ik ga want ik moet nog van alles… ik loop al achter. Ajuus. En weg was hij.

Mees keek nog even naar het gebladerte dat Joris had opgeslokt. Daarna verzonk hij in stil gepeins. Pas toen zijn maag onheilspellend begon te rommelen, richtte hij zich op en vloog in in de richting van de moestuin. Onderwijl dacht hij: het wordt tijd voor het ei!

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Meesverhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s