Buuv II

Het is maandag. Ik sta voor het raam en kijk naar de eindeloze regen die klettert tegen de ruiten en de tuin doorweekt. Mijn voortuin is nu voor de helft klaar en ik wil er zo graag in om het af te maken.
Dan kijk ik naar de tuin van Buuvje. Het is een grote wildernis van uitgeschoten koolzaadplanten, brandnetels, paardenbloemen, zevenblad en een soort boterbloemen dat zich hardnekkig snel vermenigvuldigt..

Op 25 juli, weet ik, is Buuvje jarig. Dan wordt ze 84 jaren klein. Klein ja, want het is een pittig opdondertje dat alles zelf doet en nog niet het kleinste klusje aan haar zoon overlaat. “Laat mai maer gaen”, zegt ze altijd, “ik moet in bewegung blaive. Anders kenne ze me so wel naer ut kerrekhof sjouwe”. De tegenhanger van deze gedachte is: wat zal er met hem gebeuren als ik er niet meer ben. Want hij kan nog geen ei koken en hij is er niet te gek voor om dagelijks op pizza’s te leven die hem door zo’n brommerbezorger tegen betaling worden aangereikt.

Zoon zou al maanden de voortuin doen. Maar hij is ook druk met zijn werk en zijn hobby: auto’s. Het is een eerste klas monteur en hij doet niets liever dan auto’s in elkaar zetten, repareren, spuiten en testen. Dus van die tuin komt het maar niet.

Het is nog steeds maandag. Ik sta in mijn tuin en praat met andere buuv . Zij is jong en heeft een dochter  van 9. Ik vertel haar het verhaal van de tuin van buuv I. Daarna ga ik door met spitten en graven.

Het is half zeven. Plotseling komt andere buuv met dochter en gewapend met schep de deur uit. Ze begint fanatiek onkruid te scheppen bij buuv.  Die komt naar buiten. “Wat leuk zegt ze, maar waarom?”  “Nou, Willem zegt: je bent volgende week jarig en dan is het leuk als de tuin opgeknapt is. Dus ik doe maar even een beginnetje.” Daar komt zoon. Hij voelt zich aangesproken en kijkt me aan. Ik grijns. “Dat heb jai aangestookt, seg ut maar eerluk”, zegt hij, quasi woest. “Klopt’, zeg ik. “Moet je een schep? ik heb er twee”. ‘Ja geef maar”, bromt hij, “als je maar weet dat je bij mij uit de gratie bent”. “Voor eeuwig? vraag ik, voor alle zekerheid”. “Nou, toch zeker deze week”, bromt hij nogmaals.

Even later staan wij gedrieën het onkruid uit buuv’s tuin te hakken. Buuv kijkt “grainzend” toe. Dat gaat lekker zo, hoor je haar denken. En het wordt nog mooier als buurman II zijn deur opent en ook met een schep op ons afkomt. Zodat het verdacht veel op een buurtproject begint te lijken.

Ondertussen heeft buuv’s zoon de geest gekregen en maait wil met schep en hegmaaier in het rond. Het is geen slechte vent, maar hij moet af en toe die schop onder zijn kont hebben.

We hebben al bijna drie groene containers vol als de lucht zwart wordt. Even later barst het onweer los. Met een: “nou morgen verder” sprint iedereen zijn eigen huis binnen.

Ik sta voor het raam. Brandnetels prikken in mijn bemodderde handen. Mijn oksels klotsen en het onkruid zit in mijn haren. Maar buuv’s tuin ziet er al een stuk beter uit.

014onkruid20groeit20weelderig

Foto: internet
Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie, verhalen non fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s