Jeugdherinnering

Zingend liep zij over het brede trottoir. Haar half lange, blonde haar wapperde in de zachte lentewind en de zon toverde een beetje kleur op haar gewoonlijk zo bleke wangen. 

Zojuist had zij twee grote bossen tulpen gekocht en in de kleine, glazen vaas op het dikke, bonte kleed van de woonkamertafel gezet. Precies in het midden. Gezellig stond het zo. Daarna had ze keurend de kamer rond gekeken. Alles zag er prima uit. Ze snoof. De kast en de stoelen blonken en roken nog licht naar boenwas. Wat was dat toch een heerlijke geur.

Aan het einde van het huizenblok sloeg ze rechtsaf.  De straat liep ogenschijnlijk dood. Maar wie dichterbij kwam, zag dat twee kleine poorten toegang gaven tot een plein. Daar weer achter waren de brede straten van een onbekende buurt. Ze was nooit onder die poorten doorgegaan. Ze had daarachter niets te zoeken en die vreemde ruimte betreden was voor haar hetzelfde als het reizen naar een ver vreemd land.

Vlak voor de poorten was de kleuterschool. Over enkele minuten zou het grote, sombere gebouw een stroom van kleurig geklede bengels vrijlaten. Een aantal moeders stond zwijgend op het trottoir. Ze beantwoordden haar gemompelde groet met een stille knik.

Daar waren de kinderen. Haar zoontje kwam als laatste van een groepje naar buiten. Ze aaide hem over zijn bolletje. ‘Kom,’ zei ze, ‘je mag mee, boodschappen halen.’
‘Krijg ik dan een ijsje?’ bedelde de jongen. ‘We zullen zien’, antwoordde moeder kort, ‘eerst maar eens kijken of je liefbent’. De jongen verkneuterde zich. Hij nam zich voor heel lief te zijn.

Met aan haar linkerhand haar zoon en aan haar rechterhand de zware boodschappentas liep ze door de drukke winkelstraat. Ze dacht na. Had ze nu alles? Ze ging haar aankopen nog eens na. Ja, dat was het. Ze keek op de uithangklok van een van de winkels. Kwart voor vijf. Ze had nog twintig minuten.

Een meter beneden haar klonk het: ‘Mam, maham. Mag ik nou een ijsje?’
‘Straks, even wachten nog,’ sprak ze glimlachend tot het kleine, blonde kopje daar beneden. ‘ luister eens, we gaan papa ophalen, zullen we dan door het park of gewoon door de straat? Jij mag kiezen.’
De jongen aarzelde niet. ‘Gewoon door de straat’, riep hij. Want daar was een ijswinkel. Dat wist hij nog van de vorige keer.

Met allebei een roomijsje stonden ze bij het stoplicht en keken naar het voorbijgaande verkeer.
‘Zie jij papa al?’ riep moeder hoog boven het motorgeronk uit. De jongen tuurde tussen de fietsers, brommers en auto’s door. Maar hij zag zijn vader niet.

Moeder keek op de klok van het bankfiliaal. Half zes. Hij had er allang moeten zijn, dacht ze meteen gevoel dat het midden hield tussen bevreemding en verontrusting. En nog iets, maar dat kon ze geen naam geven. ‘Kom,’ zei ze, ‘we gaan naar huis.’
‘Gaan we door het park mam?’
vroeg de jongen enthousiast.
‘Nee, we gaan gewoon door de straat.’ antwoordde moeder. Hij keek haar aan. Haar gezicht stond strak. Zwijgend liepen ze door de straat, terug naar huis.
Rijnstraat

Toen ze de kamerdeur open deed, zag ze hem achter zijn krant zitten. ‘Waar bleef je nou,mens?’ Zijn stem scheurde keihard door de kleine ruimte.
De jongen ging benepen achter de grote leunstoel staan als wilde hij ontkennen dat hij in de ruimte aanwezig was. ‘Waar bleef je nou, waar bleef je nou,’ gaf moeder op hoge toon terug, ‘we hebben een half uur bij het stoplicht staan wachten, om je te verrassen, zei moeder driftig.
‘Ach, kom nou toch,’ zei vader schamper. ‘Een half uur?
‘Vraag het dan aan de jongen.’. Moeder wees op de leunstoel. De jongen maakte zich nog iets kleiner. Hij moest vooral niet opvallen.
Vader negeerde de woorden van zijn vrouw. ‘Wie is er nou zo stom bij een stoplicht te gaan staan,voer hij uit, ‘dan heb ik toch al mijn aandacht bij het verkeer nodig.Trouwens, ik ben langs een andere route gekomen. De weg was daar in de buurt opengebroken.’

De jongen gluurde langs de stoel. Hij zag zijn vader met een ontevreden gezicht over de krant gebogen. Zijn moeder stond wrokkig voor het raam. De kamer leek er kleiner van te worden. Weg moest hij hier. Hij besloot onder dekking van de andere stoelen naar zijn kamer te sluipen. Het lukte.
Maar hij wist het. Net als zoveel andere keren zou het ook dit keer geen vredige avond worden.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Familieverhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s