Ochtendfiles

Heb je je brood nou in je koffer gestopt? mompelt zijn vrouw gapend terwijl ze op haar uitgetrapte sloffen, de ochtendjas wijd open, uit de slaapkamer stapt. Verstoord propt hij de laatste papieren in zijn koffertje en brult: waar dan?
In de koelkast, geeft zijn vrouw een beetje venijnig terug. Zoals elke ochtend, in een plastic zakkie. Hij hoort het nauwelijks. Heeft ie nou alles. Oh ja, dat brood. Hij opent de koelkast, haalt het plastic pakje eruit en gooit het tussen de A4-tjes en zijn portefeuille. Een snelle kus en weg is hij. Zijn vrouw kijkt hem wrokkig na. Elke ochtend hetzelfde, denkt ze, schopt haar sloffen uit, gooit haar ochtendjas over de stoelleuning en duikt weer onder het dekbed.

Hij heeft zijn koffertje op de passagiersplaats gesmeten, de oude bak (zoals hij zin auto liefdevol noemt) de garage uitgemanoeuvreerd en boemelt nu langzaam door de smalle straat die vol staat met tientallen andere bakken. Hij kijkt op zijn horloge. Tien over zeven. Hij is aan de late kant.

Even later draait hij met een flinke vaart de snelweg op. De zon schijnt fel door de voorruit. Hij draait het zonneschermpje naar beneden en zet de autoradio aan. Op de klanken van Proud Mary van Tina Turner maakt hij vaart en houdt de kilometerteller keurig op honderdtwintig. Met enige spanning in zijn lijf ziet hij dat andere auto’s, zich niets aantrekkend van de maximum snelheid, hem als schichten passeren. Hij zingt een stukje mee met Tina: ‘rolling huhuh,rolling oehhh, rolling on the river, DAA DAA DAA DAA, DAA DAA DAA DAA, brult hij mee en even voelt hij zich licht en gelukkig.

Het wordt drukker op de weg. Een aantal banen komt hier samen. Hij wordt gedwongen langzamer te rijden. Met een boosaardige blijheid constateert hij dat de bak, die hem net nog met recordsnelheid passeerde, maar twee auto’ voor hem rijdt. In de verte staat het stil. Maar voorlopig rijden ze nog. Het blauwe bord boven zijn hoofd geeft aan dat het nog negen kilometer tot aan de tunnel is. Het is vijf voor half acht.

Even later staan ze stil. Ochtendfiles, altijd hetzelfde, denkt hij berustend. Meestal een kilometertje of twee. Hij luistert naar de laatste tonen van Let it be, in de uitvoering van the Beatles. Het lijkt hem wel een toepasselijk nummer voor het moment.
Dan wordt het nummer onderbroken door de opgewekte stem van de verkeersinformatie die meldt dat er voor de tunnel een file staat van vijf kilometer in verband met een verkeersongeluk. Vijf kilometer…met zijn vingers op het stuur trommelend mompelt hij binnensmonds iets onwelvoeglijks, alsof iemand hem, hier op deze plek, zou kunnen horen. De opvoeding van een keurige echtgenote, denkt hij wrang.

Hij kijkt naar de onafzienbare rij auto’s voor hem en besluit alvast maar een broodje te nemen. Heeft hij het zakje toch niet voor niets uit de koelkast gehaald, alhoewel hij liever wat in de kantine had genomen. Maar enfin.

Het is tien over half acht als hij zijn koffer opent. Hij haalt het pakje er ongezien uit, maakt het open en.. zit plotseling in zijn handen met een een pakje glibberige kipfilet.

Zijn vloek scheurt door de auto als een F16 die zojuist de geluidsbarriëre heeft doorbroken.

Tekst: Plato 2007

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Fictieve verhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s