Glas

Hij stond voor het raam van zijn flat en tuurde in het halfduister. Ondanks de kou was het druk op straat.
Het leek of alle mensen hadden afgesproken tegelijk boodschappen te gaan doen in het kleine winkelcentrum. Hij niet. Voor één persoon lag er nog zeker voor een week in de koelkast.

Zijn blik verschoof naar binnen. In het spiegelend glas zag hij een magere, wat gebogen, treurige gestalte. Wat had hij nu behoefte aan die kleine smalle, maar o zo liefdevolle armen. Wat miste hij haar geur en de warmte van haar lijf. Met moeite verdrong hij opkomende tranen. Zelfs in de beslotenheid van zijn bunker kon hij zichzelf het verdriet niet toestaan.

Hoe lang geleden was ze vertrokken? Iets meer dan drie maanden? Volkomen onverwacht had ze het hem een paar weken daarvóór verteld. Ze zou teruggaan naar haar land van herkomst. Alléén.Om de haar resterende tijd door te brengen onder mensen waarmee ze was opgegroeid. Wat kon hij zeggen onder de gegeven omstandigheden? Had hij een keus?

Zijn gedachten gingen nog verder terug. Het ziekenhuis. De specialist die hem even apart nam. Het gesprek. De flarden: ‘ongeneeslijk’, ‘kan drie jaren duren, kan ook drie maanden zijn’.  Het grote ongeloof, het ongrijpbare gevoel.

Daarna: zijn liefste, zo breekbaar, in dat grote ziekenhuisbed. Troostende woorden. Nog éénmaal zwaaien van achter glas. En later: het afscheid. De brieven. Dat ene nachtelijke telefoontje. De diepe afgrond.

Opgeschrikt door het rinkelende geluid van flessen in de glascontainer, sloot hij de gordijnen. Etenstijd.

Dit bericht werd geplaatst in verhalen fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s