Horizon

Ik sta voor het raam en vertroetel een plant
En tuur naar omhoog, naar het grauw.
De motregen valt. Herfst valt over het land.
Zelfs in huis dringt een vleugje van kou.

Ik sta in mijn keuken en eet een beschuit.
En kijk in de tuin, net als toen.
De bomen zijn kaal, heel de groei is er uit.
Hoe lang zal het duren: nieuw groen?

Ik sta in mijn jeugd. Kijk, mijn broer, zo gezond
Mijn moeder staat voor het fornuis
Ik teken een paard, met de tong uit mijn mond
Het is warm en gezellig, ons thuis.

Ik sta op mijn voeten. Strak kijk ik hem aan.
Mijn pa brult zijn gelijk, keer op keer
Dat gaat zo al jaren. Dan zien we hem gaan
Zo vreemd, maar nooit zien we hem weer.

Ik sta bij de trein op het volle perron
Ach, mijn liefste, ze snelt op mij toe.
We zwijgen de liefde, haar kussen zijn warm.
Zo jong, maar dan toch al zo moe.

Ik sta aan hun bed en ik babbel. Niets lacht.
Ach  we weten wel hoe het zal zijn
Ze zijn dapper, moedig, gaan uit van hun kracht
En ik zit daar en voel slechts hun pijn.

Ik kijk naar vier stenen, de bloemen, het zand
Door de bomen zie ik in het grijs
De motregen valt. Het is koud op het land
En de wind zingt een herfstige wijs.

Wist ik maar hoe ik hen bereiken kon
Wachten ze daar… achter de horizon?

Dit bericht werd geplaatst in Gedichten. Bookmark de permalink .

2 reacties op Horizon

  1. Anna zegt:

    Krachtig en beklijvend schrijven @->–

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s