Hond

Bordercollie
Terschelling. Op een late namiddag wandelen wij langs restaurant de Walvis de duinen van Skylge in. In de verte nadert een hond. Hij zwerft van links naar rechts door de duinpannen en snuffelt zich een ongeluk. Zodra hij ons ziet, gaat hij plat op het pad liggen en kijkt ons aan met een blik van: valt hier nog wat te beleven? Als we doorlopen komt hij plotseling met een dennenappel die hij voor mijn voeten gooit. Ah, meneer wil spelen? Daar ben ik voor te porren. En al snel hollen de hond en ik enthousiast over het duinpad. De hond reageert prima op opdrachten als pak, lig, kom en dergelijke. En hij heeft een penning. Maar waar is zijn baasje.

We spelen ruim een uur.  Als we weer in de bewoonde wereld komen is de hond plotseling weg.  He, jammer, denk ik. Wij gaan het dorp in en kiezen een aardig restaurantje uit. Na ongeveer twee uren komen we er weer uit en… daar ligt de hond op ons te wachten, een dennenappel in zijn bek.

Wij onderzoeken zijn halsband en zien dat daarop een logeeradres vermeld staat. Dan vragen we de restauranteigenaar of hij weet wie daar woont. Oh, zegt hij. Ik weet het al. Dat is de hond van Lampie. Lampie? Ja, zo noemen we de baas van de hond. Hij heeft namelijk rood haar. Lampie is op vakantie en de hond loopt wel meer weg van het logeeradres. Kom maar mee in de landrover. Dan brengen we hem even weg.

Bordercollie2

Het huis is in duisternis gehuld. Slechts een grote zwarte hond bast tegen de nacht. We bellen bij de buren aan. De buurvrouw noodt ons binnen. Ze kent de hond wel. Hij loopt wel vaker weg en is al eens tot in Formerum gekomen. De hond mag daar voorlopig blijven. Het meisje dat op de hond past, is nog aan het werk. De hond is ondertussen onder tafel gaan liggen als betreft het hier zijn stamkroeg. Hij slaapt.

Wij stappen weer in de landrover. De restauranteigenaar rijdt met ons een rondje door het dorp. Hij moet nog even wat bij de haven doen. Daarna rijdt hij ons naar huis. Tijdens de rit ziet hij het honden oppasmeisje. Hij toetert en laat haar stoppen. We hebben je hond gevonden, zegt hij. Oh, is ie weer weggelopen, zegt ze berustend. Elke keer hetzelfde. Ik pas nooit meer op hem hoor. En daarna verdwijnt ze in de nacht.

Wij worden keurig bij het hotel afgezet. De volgende dag wandelen we nog even langs het huis. Het is er weer donker.
Er is geen hond te bekennen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen non fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s