Vader

Dscf0038_1

Afgelopen zondag ging ik met S. voor de tweede keer naar de begraafplaats. De zon scheen uitnodigend te lachen toen we de omgeving naderden waar ik vroeger vijf gelukkige jaren heb doorgebracht. Westfriesland, de streek van bloeiende boomgaarden en uitgestrekte bollenvelden. De plek waar ze vanzelluf zeggen in plaats van natuurlijk, waar ze te warskippen gaan in plaats van te logeren. De streek waar ik mijn eerste grote liefde ontmoette. De streek waar ik me altijd thuis heb gevoeld.

Via Oosterblokker reden we over Binnenwijzend. Daar op een kleine, bomenrijke begraafplaats ligt hij: mijn vader.

Dscf0030

De eerste keer dat ik er kom zoek ik vergeefs naar zijn graf. Informatie van zijn weduwe leert me dat ik bij een bepaald paaltje moet zoeken.
Op het paaltje staat geen nummer. Slechts de aanduiding bij de omliggende graven maakt me duidelijk: hier moet het zijn.
Geen grafmonument, geen steen, alleen drie eendere, bijna kale planten.

Het is het jaar 1965. Mijn vader verlaat het gezin voor een andere vrouw. Met hem gaat er een wolk van onvrede en ruzies mee de deur uit. Een bevrijding, maar toch: de zeventien jarige die ik ben wil hem het liefst in duizend mootjes hakken. Want moeder zit daar maar, zonder één cent, met twee opgroeiende pubers en een in elkaar gestorte droom. Wij verhuizen naar de Zaanstreek waar we een aantal (financieel) moeilijke jaren hebben.
In de veertig jaren die volgen, doorloop ik alle stadia: van woede, ontkenning, veel vragen, enig begrip tot (uiteindelijke) acceptatie. Slechts die laatste stap kan ik  maar niet zetten. Ik zie mijn vader nooit weer.

Mijn broer probeert wel contact met hem te krijgen. Dat lukt. Maar als hij bedlegerig wordt door zijn reuma, verbreekt mijn vader alle banden. Het kon wel eens besmettelijk zijn, zo verdedigt hij zijn keuze. Mijn broer kan deze schokkende ervaring moeilijk verwerken maar uiteindelijk doet hij dat toch op bewonderenswaardige wijze.

Op een januaridag in 2002 krijgen we bericht dat hij is overleden. Hij is 81 jaar geworden. De begrafenis heeft al plaats gevonden. Een telefoontje naar de weduwe levert als informatie op: ook de relatie met haar is een vechthuwelijk geweest, zodanig dat ze na zijn dood haar eigen naam weer aanneemt. Hij heeft mijn leven verpest, zegt ze bitter. Ze verschaft me de informatie over de begraafplaats en wij verbreken de verbinding.

Dscf0032

Die eerste keer, staande voor de drie planten die zijn graf  aanduiden, bedenk ik me dat hij vroeger altijd zei: op een dag ben ik er niet meer, dan verdwijn ik door een gat in de heg en dan zal niemand mij meer kunnen vinden. Hoe bijna waar zijn deze woorden uitgekomen. Ik bel zijn weduwe voor de tweede keer en vraag of het de bedoeling is dat er nog een grafsteen komt. Ik krijg een vaag antwoord. Mag ik dan zelf iets plaatsen? Het antwoord is negatief. Dat wil ze beslist niet hebben. Wij verbreken de verbinding. Nu definitief.

Daar aan dat graf dat geen graf is, zet ik de laatste stap. Ik schrijf een gedicht. eenn van de regels is: pas nu je dood bent, kan ik van je houden.

Dscf0034Nu stond ik daar voor de tweede keer, 15 oktober 2006 om 15.30 uur. Er stond nog steeds geen grafsteen. Zelfs de drie struiken waren niet of nauwelijks gegroeid. Maar de zon speelde zo mooi tussen de bladeren en wierp grillige schaduwen op het grindpad. En de hoge eeuwenoude bomen legden hun armen over de graven en bedekten allen die daar lagen, liefdevol en zonder enige uitzondering.

Een steen is ook maar een symbool.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Familieverhalen. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s