Madeira

Toen ik jullie nog via de PC op de hoogte kon houden, zaten wij in het Noordwesten in het plaatsje Porto Moniz.
Daarna zijn we de westkust afgereisd met hier en daar een flinke uitstap naar het binnenland. In het westen wonen de arme mensen in kleine dorpjes die bestaan uit een aantal tegen de bergen geplakte huisjes, een kerk, een kroeg, een koffieshop (waarin men dus gewoon koffie verkoopt en zich geen onoirbare praktijken veroorlooft zoals bijvoorbeeld in Amsterdam) en een paar winkeltjes zoals wij ze in de jaren ’50 hadden. Een uitkeringsgerechtigde moet het doen met 300,00 en werk is er haast niet te krijgen, tenzij je je talen kent en in het buitenland een flinke dosis hotelervaring hebt opgedaan.Zo kon het voorkomen dat we in gesprek raakten met een jongen van een jaar of 30. Hij had een armblessure opgelopen bij het werken in een restaurant en zat zijn dag uit op een bankje bij de koffieshop. Tegenover hem zat een in-trieste man met zwarte baard op een stoel te slapen. Daar zat hij de hele dag. Soms kwam er iemand langs die hem speels bij de arm pakten en in onvervalst Portugees riep: he joh, sta eens op en ga wat doen. Dan schudde hij zijn vermoeide kop en stak een vinger op. Dat betekende zoiets als: ok, maar nu even niet, ik dommel. Ik schatte hem in de zestig. We vroegen aan de jongen: wie is die man toch en waarom zit hij daar? Komt hij van Madeira? Nee, zei de jongen, hij is een jaar of 10 geleden van Portugal naar Madeira gekomen omdat hij hier een meisje ontmoette. Ze zijn hier getrouwd en ze vestigden zich in het dorp. Na een paar jaar is het meisje overleden. Toen was hij alleen. Hij was eenzaam. Hij werd ziek. Daarna werd hij weer beter maar niet lang daarna werd hij weer ziek. En dat is hij gebleven. Hij kreeg een uitkering, verloor zijn baan en sindsdien doet hij niets. Hij zit hier op die stoel en slaapt. Goh, zei ik, en hoe oud is hij nu? Ongeveer 42, zei de jongen. Wij konden het haast niet geloven. De man zag er veel ouder uit. Even laten besloten we op te breken. De jongen was inmiddels in gesprek met de eigenaar van de koffieshop en ook de man met de baard was inmiddels opgestaan en stond kromgetrokken aan de weg, alsof hij op iets of iemand wachtte. Toen we langs hem reden zwaaiden we vriendelijk naar hem. Hij keek ons een tel ongelovig aan alsof hij niet verwachtte dat ooit iemand zijn hand naar hem zou opsteken. Daarna opende hij zijn mond met alleen nog twee bruine boventanden en grijnsde onzeker. En ware het niet dat de auto even later al de berg afdraaide, dan zou ik hebben gezworen dat hij daarna zijn hand minstens 4 centimeter optilde om naar ons terug te zwaaien.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in verhalen non fictie. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s