Piet 16: verhalen van vroeger: schoen

Vroeger waren wij arm, zeer arm. Mijn vader was machine bankwerker en verdiende maar heel weinig. Toen ik twaalf jaar oud was en Piet dus 7 jaar, verhuisden we naar Wognum (West-Friesland). Piet, die tot dan toe tamelijk Amsterdams sprak, mat zich in vrij korte tijd een origineel soort West Fries accent aan. Hij voelde zich in Wognum erg thuis en binnen niet al te lange tijd had hij vriendjes met wie hij in de bosjes naast de snelweg aan het vogelkijken was of met wie hij naar boer Boeder ging om daar mee te helpen bij het melken. Op een dag kwam hij thuis en vertelde ons dat de koeien maar twee namen hadden: Olga en Corry. En omdat er meer dan twee koeien op de boerderij rondliepen, kregen de dames een volgnummer. Op een dag kwam Piet thuis en vertelde dat hij had geholpen om Corry 13 te melken. Hij was er erg trots op en zou het liefst elke dag op de boerderij doorbrengen.

De Wognummers die echt willen winkelen, doen dat voornamelijk in Hoorn.
Op een dag moest Piet nieuwe schoenen hebben. De oude waren tot op de draad versleten, minder door het lopen dan door het slootje springen, voetballen en ravotten. Die avond toonde hij trots zijn nieuwe aanwinst en omdat de oude er NIET meer uitzagen, werden deze meteen weggegooid.
De volgende dag ging Piet met de nieuwe schoenen naar school. Na afloop van school kwam hij thuis en vertelde dat hij naar Boeder ging. Pas je wel op je kleren, zei mijn moeder. Dat zei ze altijd en vermoedelijk was ze zich van dat zinnetje niet eens bewust. Niemand luisterde er dan ook echt naar en als je vaag ja, ja zei was het al goed. Tegen etenstijd kwam Piet thuis. Wij zagen onmiddellijk dat er wat aan de hand was. En als we het niet gezien hadden, dan hadden we het wel geroken. Wat is er gebeurd, brulde mijn vader. Wat is er gebeurd, informeerde mijn moeder met zes angstige rimpels op haar voorhoofd.
Ik ben in de gierput gevallen, zei Piet. In de gierput, getverdemme, wat stink je, zeiden mijn ouders collectief. En daar was geen onwaar woord bij. God, wat stonk die jongen. Maar ik ben op de boerderij al een beetje gewassen hoor, zei Piet zwakjes. Hij werd linea recta onder de douche gestuurd en moeder kieperde meteen de vuile kleren in de wasmachine. Daarna pakte ze de schoenen…..de schoenen? Maar ze vond er maar één….een gloednieuwe schoen die onder de drek zat. Maar waar was die andere schoen. Ze holde naar boven. Waar is je ene schoen gebleven, riep ze hard door de douchedeur heen. Piet deed de deur een klein stukje open en zei, zo zacht dat je het bijna niet kon horen: die is een beetje naar de bodem van de gierput gezakt, mam!
Die avond hebben mijn ouders (onder het slaken van vloeken en teksten als: “het is toch zonde met die jongen”, zitten grutten in de vuilnisbak, waaruit ze Piet’s oude schoenen  weer opdiepten. En met die schoenen ging Piet de volgende dag gewoon weer naar school. Weer een paar nieuwe schoenen, dat was ondenkbaar. Want vroeger waren wij arm.

Dit bericht werd geplaatst in Ateliertje. Bookmark de permalink .

Ja, schrijft u maar.....

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s