Hallo allemaal, welkom op deze blog….

Wat vind je hier?
Persoonlijke, non-fictieve en fictieve verhalen en… soms een gedicht.

Wie schrijven hier?

  • Plato, die (samen met zijn kat) de filosofische beschouwingen voor zijn rekening neemt. Kat wil ook nog wel eens stiekem een eigen bijdrage schrijven maar meestal is hij daar te lui voor.
  • Tuinier. Ook niet vies van een filosofietje maar die wortelt dan meestal in de woeste aarde. Tuinier wil ook nog wel eens melancholisch worden. Maar verder is het wel een aardige kerel.
  • Cornelis Critieck. Zelf benoemd geleerde en criticus. Schiet op alles wat beweegt. Heeft altijd gelijk, zelfs als het bewezen onjuist is wat hij zegt. Knorrig manneke. Pas maar voor hem op.
  • Ik schrijf zelf ook wel eens. Maar ten opzichte van bovengenoemde heren ken ik natuurlijk mijn plaats. Enfin, oordeelt u zelf.

 

Geplaatst in verhalen fictie

Clear!! WE-300

En dit is nog maar een klein deel

Zoals U  weet ben ik een verwoed lezer. Nederlandse- Vlaamse, Russische literatuur, Griekse- en Romeins, sprookjes-, kunst- en kinderboeken, ik lees het allemaal. Eigenlijk heb ik meer boeken dan ruimte. Dat betekent dat, als ik iets nieuws koop, er wat anders weg moet (en dat is ZO moeilijk).

Meestal zijn mijn boekenkasten mooi op orde.  Maar, op een dag betrad ik de boekenkamer en trof daar een enorme puinhoop aan.
‘Welke etterbak is hier aan het donderjagen geweest,’ brulde ik. Ik verwachtte geen boekenantwoord maar moest gewoon even stoom afblazen.
Plotseling klonk er een schuchter geruchtje: ‘I am, Sir.’
Verward draaide ik mijn hoofd naar alle kanten. ‘Wie, waar?’
‘Here.’
Mijn oog viel op  het kleine, marmerachtige beeldje  dat sinds jaar en dag links op de derde plank van boven zit te lezen. Ik was stom van verbazing.
‘Sorry Sir, ‘ zei het met een zacht stemmetje.
‘Wat?’
‘Ik mean excuses, mijnheer. But dat komt, ik could’nt find  a boekje van Piet Grijs.’
‘Dat staat bij de B van Brandt Corstius. Maar hoe komt het dat jij plotseling praat? Je zit daar al zo lang.’
‘I can it altijd al. Maar I does’nt dare. Mijnheer Critieck is always so … ehhh.’
‘Naar…. bedoel je?’
‘Ja, sorry.’

‘Trek je van hem maar niets aan. Hoe ben je hier gekomen?
‘You bought me, op de rommelmarkt. Years ago. Originally I’m English.
‘Oh…  Je spreekt redelijk Nederlands. Hoe kan dat?
‘I don’t know, it’s like a knop in my head.  Met that knop I can read all your boeken.’
‘Allemaal?’
‘Bijna. When I saw them all I had not questions meer. It was clear to me: hier zou ik always gelukkig zijn.’
‘We moeten snel eens verder praten, maar niet nu.’
‘Why not?
‘De 300 woorden zijn om.’

tekst:   © Platoonline, 2019
Foto’s:  © Platoonline, 2019
PS.
Na dit gesprek vroeg ik het manneke nog of hij ene Moeltje kende (Zie weblog van Rianne). ik zag namelijk wat overeenkomsten in taalgebruik tussen de twee. Hij antwoordde ontkennend. In het vervolggesprek toch nog maar eens ter sprake brengen.
Geplaatst in WE-300 | 30 reacties

WE-300, zullen we weer eens?

Van een aantal bloggers kreeg ik de afgelopen tijd het bericht: ‘Plato, waar blijft die WE-300 toch?  Wij zitten hier al een tijdje wat bedroefd te wachten op een nieuwe uitdaging, maar er komt niets. Doe daar eens wat aan man!’ 
Tja, dacht ik, het is waar, ik heb mijn WE (WE = Word Exact) rubriekje danig verwaarloosd. Gelukkig zijn er meer blogs die prima uitdagingen presenteren (zelfs de WOW is weer present, hoera!) en bij Corline zag ik een leuke rubriek waarin ze de meest vreselijke taalblunders van de TV afplukte (een aanrader) maar als de behoefte er is, blaas ik de WE met veel plezier weer leven in.
Ik vroeg net aan Cornelis Critieck, die boven op de voorkamer boeken zit te sorteren, welk woord hij me zou aanraden. Hij hoestte wat in zijn kraag en gromde sarcastisch: ‘kniezen, zeuren, somberen, treuren, kletsen, roddelen, dat lijkt me wel wat voor dat publiek van jou.’
Húú, ik deed snel de deur weer dicht want als Cornelis bij tien graden nog steeds dat verschrikkelijke winterhumeur heeft, is er geen land met hem te bezeilen. Tjonge zeg, wat kan die vent af en toe… maar hé, dat is eigenlijk wel een aardig woord….

Klieren

Uitdaging:

  • Schrijf over klieren een fictief verhaal van 300 woorden op uw weblog.
  • Gebruik dit woord niet in het verhaal (omschrijvingen of synoniemen mogen natuurlijk wel).

Tip: 

Doet u mee? Veel schrijf en/of leesplezier.

Alweer vijftien prachtige verhalen verschenen. Lees bij:

  Melody   

Ria    

Ferrara     

Anneke

Reismeermin

Marja

Rianne

Jokezelf

Greecha

Hanneke

Annemarie

Vivapo

Joanne

Dwarsbongel

Anja

Plato

Villashappo

 

Geplaatst in WE-300 | 49 reacties

Talent

‘Koud vandaag Tuinier. Jongen, dat jij met dit weer in de tuin bezig bent. Je kunt wel griep krijgen.’
‘Valt mee, Plato. Ik ben het gewend. En wat moet ik anders? Tuinieren is ongeveer het enige wat ik kan.’
‘Nu ben je te bescheiden. Je bent toch best handig?’
‘Ik? Zeker niet. In mijn familie barstte het van de schilders, timmerlieden en machinebankwerkers. Met hen vergeleken was ik een nul. Ik weet nog dat oom Kees, toen ik (als jongen van 15) een deurtje van een duivenhok stond te schilderen, zei: `Tuiniertje, ga nou niet lopen kwasten, dat wordt niks. Laat mij maar even.’ Hij pakte de kwast uit mijn handen, schilderde in korte tijd een perfect deurtje, gaf de kwast terug en zei daarna fijntjes: kijk eens, eenvoudig!!’ Ik zie nog dat geringschattende lachje dat bij die woorden hoorde.’
‘Nou, aardig was anders. Maar je was jong. Je kon nog van ze leren.’
‘Oh, daar hadden mijn ooms geen geduld voor. Maar in die tijd moest wij, via school, één keer per week naar de Lagere Technische School, om extra vaardigheden op te doen. Nou, de eerste ochtend ging het al verschrikkelijk fout. Ik moest bij houtbewerken met zo’n venijnig beiteltje werken. Binnen tien minuten had ik het ding in de muis van mijn hand gedreven. Ik werd meteen naar de conciërge gebracht. Die schrok zo van al het bloed dat hij me van de zenuwen een daverende klap voor mijn kop gaf. Daarna verbond hij mopperend mijn hand en stuurde me naar huis.’
‘Zo zeg… en toen?’
‘Een maand moesten we bij metaalbewerken een kachelpook maken. Als zo’n ding bijna klaar was, moest je hem in het vuur gloeiend heet maken en aan het einde platslaan… dacht ik tenminste. Maar die leraar riep: ‘Tuinier, dat doe je verkeerd, geef hier die pook!’  Dus ik gaf hem braaf aan en hij greep, terwijl hij ondertussen de klas in het oog hield, precies in het gloeiende staal. De gil was vreselijk. De oorvijg die hij me daarna met zijn goede hand gaf, ook. Achter me klonk het brullende lachen van de jongens. ‘Wat een lul, hoorde ik roepen en zo voelde ik me ook.’
‘Je bent zeker niet erg lang op stage gebleven?’
‘Toch nog een jaar. Maar het was een lijdensweg, voor mij en voor de leraren.’
‘Gelukkig dat er tuinen bestaan hè?’
‘Precies, als ik nu een verkeerde struik ontwortel, loop ik tenminste geen klappen op.’
‘Ehh, koffie dan maar?’
Lekker, zal IK even..?’
‘Néé néé, Tuinier, laat MIJ dat maar doen.’

Geplaatst in Tuinierverhalen | 37 reacties

Denken

Hoe vaak had hij al een verhaal verzonnen, zijn laptop geopend en al schrijvend en schrappend (vaak moeizaam want de goede vorm vinden was nog niet zo gemakkelijk) een zo goed mogelijk stukje geproduceerd?
Maar ook, hoe vaak was hij maar lukraak begonnen met typen zonder dat hij eigenlijk maar een greintje inspiratie voelde. Bij dat laatste kreeg hij soms het merkwaardige gevoel alsof er iets in hem voer, de macht overnam en het stukje binnen 20 minuten panklaar op het scherm toverde.
Hoe werkte dat? Hij vroeg het zich vaak af, maar een antwoord vond hij niet.

De winterzon tekende fijntjes kleine schitteringen in de parkvijver. Hij kon daar eindeloos naar kijken. Je zou het nooit precies zó kunnen schilderen, want water en zonlicht zijn onderhevig aan een eeuwigdurende beweging. Een filmpje maken, dat kon  maar toch filmde je het echt levende nooit mee. Hoe kon dat? Waar bleef die magie?

“Mooi hè?” Hij draaide zich om en keek in het gezicht van een oude, kleine man met een fijn gesneden gezicht en een vriendelijke glimlach. Zijn haar, dat vroeger donker moest zijn geweest, lag als een dunne, zilverkleurige krans om zijn hoofd. Heel zijn wezen straalde wijsheid, vertrouwen uit. Zo’n vader had je moeten hebben, dacht hij in een flits.  Een die op alle vragen antwoord had en je nooit uitlachte als je iets niet wist.
“Heel mooi,” antwoordde hij.
De man glimlachte. ‘U bent een natuurliefhebber, hè?’ zei hij zacht. ‘Maar ook een zoeker, een denker, nietwaar?”
“Ik geloof van wel,” aarzelde hij.
“Er zijn vele levensvragen,’ de man klonk nu wat raadselachtig maar op een of andere manier ook beslist.” Hoeveel antwoorden heeft uw denken al opgeleverd?”
Weer aarzelde hij, “ik vrees niet een.”
“De meeste mensen zitten vol angsten, verlangens en dwanggedachten. Ze denken zich een ongeluk.” zei de man.” En een vol hoofd staat niet open voor antwoorden.
“Maar een mens kan toch niet anders dan steeds maar denken? Wat moet hij dan doen?”
“Stil zijn, gewaarworden zonder oordeel, leegte in het hoofd creëren. Dan ontstaat er ruimte voor nieuwe informatie.”
Opnieuw werd zijn blik gevangen door de felle, golvende waterschittering. “Het klinkt heel goed, maar hoe moet dat dan? Hoe kan ik mijn denken stop zetten?” riep hij, zichzelf omdraaiend.
Maar achter hem was het leeg.

Geplaatst in Esoterische verhalen | 50 reacties

Diepe schaamte

Excuses
Ja, want ik had veel eerder moeten schrijven, dat had best gekund. Maar het kwam er niet van; mijn hoofd stond er niet naar.

Verklaring.
Er is nogal veel en vaak gewijzigd in mijn medicatie omdat mijn hart veel te veel overslagen had.
Pas in november was dit merendeels onder controle. Daarna mocht ik eindelijk aan de revalidatietraining meedoen. Perfecte begeleiding, leuke oefeningen en volgens de therapeuten ging ik goed vooruit. Ook voelde ik me langzamerhand minder gespannen.
Nu is de training voorbij en wordt het ziekenhuisbezoek beperkt tot periodieke hart- en ICD controle. Ik voel me beter en heb meer zin in activiteiten.

Nu moet ik mijn eigen weblog weer een beetje leren kennen en als eerste ga ik een abonnement nemen, vanwege die verrekte reclame hier. Trouwens, het is hier helemaal een rotzooi. Dat is vast de schuld van Plato, Tuinier en Cornelis Critieck. Ja, veel grote woorden maar als het op opruimen en netjes houden neerkomt dan zijn ze nergens te bekennen. Ik zal ze…

Ik ben er dus weer en ik zal vanaf nu mijn best doen er weer een wekelijks gebeuren van te maken.

Willem

Geplaatst in Algemeen | 91 reacties

WE 300: Gezondheid

Hé Plaat, hoe is het ?
Hallo, sorry dat ik zo lang niets liet horen. Ik hoop het hier een beetje goed te maken.

De afgelopen maanden prettig bezig geweest?
Nou,  ik deed thuis ongeveer alles wat ik daarvoor ook deed, maar helaas in een veel lager tempo en aanvankelijk met de nodige stress in het lijf.

En ben je nog steeds klachtenvrij?
Wel wat betreft die extreme hartritmestoornissen. Na de operaties in februari verliet ik het ziekenhuis met die ICD en in mijn lijf en een waslijstje medicatie.

Da’s fijn. Maar die stress?
Tja, de eerste maanden voelde ik elk pijntje, tintelingetje en dacht dan: oei, daar komt het weer. Dat schijnt normaal te zijn.  Maar gelukkig is de stress in de loop der maanden wat weggeëbd.

En hoe is de hartrevalidatie je bevallen?
Die heb ik nog niet gedaan.

Want?
De nieuwe medicatie bleek een slechte invloed te hebben op de ‘overslagen’ die mijn hart altijd al maakten maar waarmee ik tot dan toe (zonder medicijnen) goed kon leven. Nu werden ze, bij inspanning of nervositeit, frequenter en dat voelde ik.  Het probleem werd bevestigd tijdens een inspanningstest. Het revalidatieprogramma werd gecanceld. Eerst moest de medicatie worden aangepast.

Om die overslagen op te lossen? 
Juist. Besloten werd in september een nieuwe test te doen en daarna verder te kijken. Gisteren was die test.

Aha. En het resultaat?
Ik fietste 40 watt meer dan in mei. Vond ik wel positief. Maar ja, daarna die uitslag. ‘Toch nog te veel overslagen,’ zei de dienstdoende cardioloog. ‘Voor u nog geen revalidatie. Aanstaande vrijdag hoort u verder van uw eigen cardioloog. Maar die zal ongetwijfeld de medicatie weer ophogen.’

En nu?
Beetje teleurgesteld natuurlijk.  Enfin, vrijdag op herhaling en daarna een aantal weken in de wachtkamer.

Sterkte Plaat. ’t Komt goed joh.

Dank je 🙂


Dit was mijn WE- 300 over gezondheid

Wie wil meedoen aan deze WE?

Schrijf een WE-300 over dit onderwerp

(gezondheid).

U heeft hiervoor de tijd tot 15 oktober 2017

 

 

 

 

 

Geplaatst in WE-300 | 39 reacties

Ik ben dus ik denk, of…?

Cornelis was de laatste tijd niet zichzelf.
Eigenlijk een raar zinnetje want wanneer is iemand nu precies zichzelf? Neem nu Cornelis: als twaalfjarige was hij een schuw en verlegen jongetje dat zwaar gebukt ging onder pesterijen vanwege zijn kromme neus. Toch zou hij, als hem werd gevraagd of hij zichzelf was, beslist gezegd hebben: ‘ja natuurlijk, wie anders?’
De Cornelis van middelbare leeftijd, getaand en gepekeld door een moeizaam leven, had inmiddels een onklopbaar universum rond zichzelf opgebouwd waarin het goed toeven was. Zijn schuwheid had hij ingeruild voor een extreem kritische houding. Niemand waagde het hem nog te pesten want zijn afweermechanisme was van gewapend beton, wat zich aanvankelijk uitte in vileine spotternijen, later in snerpende, neersabelende kritieken.
Stel dat iemand toen had durven vragen: ‘bent u wel zichzelf?’ dan had hij ongetwijfeld geroepen: ‘mijnheer, de waarheid is hard, maar ik heb haar eenmaal in pacht. Zo ben IK.

Maar sinds kort waren er haarscheurtjes in zijn bikkelharde pantser merkbaar. Tuinier had al eens tegen Plaat gefluisterd: ‘hij is zwijgzaam geworden, hij snerpt niet maar hij bromt en… hij loopt gebogen. Plaat had bedachtzaam geantwoord: ‘ik denk dat het komt door ons gesprek van twee maanden geleden.’
Tuinier herinnerde het zich precies. Plaat had hen verteld van de ziekenhuisopname van ene Wiro. Niemand, behalve Plaat, had eerder van hem gehoord. Deze Wiro, aldus Plaat, was in het ziekenhuis opgenomen en het zou geruime tijd duren voor hij weer de oude was. Tuinier, Critieck en Jordy hadden de schouders opgehaald. ‘Akelig, maar wat moeten wij daarmee,’ had Cornelis op hoge toon geroepen.
Plaat’s antwoord was kort, eenvoudig maar sloeg in als de bekende bom:
‘Omdat wij zonder Wiro geen stap kunnen zetten!’
‘Hoezo, wat bedoel je, verklaar je nader,’ riepen de anderen in koor.
‘Heel eenvoudig. Ik  heb sterke aanwijzingen dat wij geen zelfstandige entiteiten zijn maar door Wiro zijn bedacht. Als hij zwijgt, moeten we dus meezwijgen.’
Meer had Plaat niet kunnen, wellicht niet willen, zeggen.
Zwijgend waren allen naar hun kamer gegaan.
Maar sindsdien was Cornelis dus niet zichzelf.

(wordt vervolgd)

 

 

 

Geplaatst in verhalen fictie | 37 reacties