Wat vind je op Platoonline?

Korte, fictieve verhalen (Plato, Tuinier)
Gedichten (Plato)
Spirituele overpeinzingen (K. At)
Kritieken (Cornelis Critieck)
WE-300 (Plato)

Toelichting:
De WE-300: driewekelijkse uitdaging voor iedereen.
Doel: schrijf van een verhaal in exact 300 woorden. Het gegeven onderwerp mag in het stuk niet worden genoemd.
Het onderwerp: wordt elke drie weken door Plato opgegeven.
Het schrijven: doet iedereen op zijn eigen blog.
Link: zet de link van je verhaal bij Platoonline in het reactieveld van de opdrachtblog. Krijg je meer lezers.
Wie (alleen) wil  lezen: prima.
Hint: geef schrijvers even een reactie, vinden ze leuk.
Geplaatst in verhalen fictie

Tuinier: Omaatje

Het was druk in de supermarkt. Lichtelijk geërgerd wrong Tuinier zich door het winkelende publiek.
‘Wat was er toch mis met die goede oude buurtwinkel?’ gromde hij terwijl hij een opkomende aanvechting, hier en daar een fikse schouderduw uit te delen, ternauwernood onderdrukte. ‘Ik moet verdorie alleen maar kattenvoer en plakband, maar daarvoor moet ik die hele bliksemse vreetfabriek door.’
Bij de koffieautomaat was het rustig. Terwijl hij spijtig naar het bakje suikerzakjes keek, tapte hij het bekertje vol, deed er melk bij en roerde met een plastic staafje door de drab.
‘Gesellig hè, so’n bakkie leut?’
‘Nou… lekker!’ zei Tuinier terwijl hij zijn blik schuin omlaag richtte.  Het was een mini-omaatje dat zichzelf behaaglijk op een stoeltje had geparkeerd. Ze droeg een dikke winterjas die tot bovenaan was dichtgeknoopt alsof ze vreesde dat het in de supermarkt nog danig zou gaan stormen. Onder de jas waren twee in slofjes gestoken voetjes zien. Vanuit de kraag stak een dun grijsbehaard hoofdje omhoog. Haar mond had het ingebouwde glimlachje van mensen die toenemend afhankelijk zijn.
‘Ik kejje geen stoel aanbiede,’ zei omaatje. ‘Ik mag toch wel sitte blijve hè? Ik ben tweeënnegentig hoor.’ Haar oogjes twinkelden in het TL-licht.
‘Tuurlijk’, antwoordde Tuinier. Zo’n leuk oud vrouwtje.
‘Se segge dat ik op me moeder laik. Nou, dan moet ik seker  ook zesennegentig worre. Daar moet je toch niet an denke, in deze rotwereld, hè?’
‘Och,’ zei Tuinier.
‘Moeder had seuker op ‘t laatst. Daardoor zag ze zo slecht. Toen moest ze naar het bejaardentehuis. Dat vond se verskrikkelijk.’
‘Ja, knikte Tuinier. Daar kon hij inkomen.
‘Ik weet nog dat ik haar de eerste keer gingen bezoeken. Ze zat op een stoel en ze klaagde en klaagde…
‘Wat is er?’ vroeg ik.
‘Ach kind, ik wil TV kijken maar hoe ik ook aan die knoppen draai, ik krijg geen beeld. Kijk maar.’
‘Hè vervelend,’ Tuinier kon het zich indenken.
‘Vervelend? Welnee man, se sat met die oge van haar voor het oventje te loere. Ik kon me lache bijna niet inhouwe. Dat is toch humor, niet dan.’
Tuinier grijnsde.
‘Seg geef me effies een steuntje? Ik moet gaan. Me dochter komt straks. Sal wel weer geld tekort hebben. Nou doeg hoor.’
Terwijl hij zijn koffie opdronk, keek hij hoe ze strompelend opging in de menigte.
Zijn ergernis was verdwenen. Kattenvoer…plakband, dacht hij. En misschien straks maar even naar de brillenwinkel voor een oogmeting.

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in verhalen fictie | 38 reacties

WE 300: Gezondheid –> Jaloezie

Eerst viel het hem nauwelijks op. Maar half december bemerkte hij ineens een flauwe onrust toen hij de supermarkt binnen kwam.
Hoewel, bij de versproducten, was er eigenlijk niets veranderd. Wanneer hij echter zijn winkelkarretje in de richting van het vlees, het beleg, de kazen en daarna verder door het voedsellabyrint stuurde, ervoer hij de sfeer wel degelijk als drukkend.

Aanvankelijk negeerde hij zijn gevoel. Maar toen hij op een dag duidelijk de ontevreden blikken, die godzijdank niet konden doden, opmerkte, werd hij toch oplettender. Langzamerhand werd hij zich bewust van een bijna collectieve verontwaardiging die soms zelfs de vorm van geluidloze woede bereikte. Vooral in de gangpaden waarin zich onder andere de zoete versnaperingen, de frisdranken en de talrijke puddinkjes bevonden, leek de stemming te snijden.
Het vreemde was dat niemand van de klanten ook maar iets scheen te merken. Ze gooiden allemaal onbekommerd artikelen in hun winkelwagentje, hadden leuke onderlinge gesprekken, proefde glimlachend van de aangeboden kaasblokjes en maakten gretig gebruik van de gratis verkrijgbare automaatkoffie.

Maar waren ze dan blind? Zagen ze dan niet dat de hele winkel verging van, zich langs telepathische weg verspreidend, verwijtend fluisteren? Hoorden ze dan niet die diepe jammerklachten als: ‘waarom zij wel en wij niet?’ en ‘verrader, je laat ons gewoon barsten. Komaan neem ons mee.’ Stil geschreeuw dat hem een akelig schrapend gevoel in de maagstreek bezorgde. Het maakte dat hij als een haas zijn karretje schaarse artikelen in de richting van de veilige kassa schoof en daarna ijlings de winkel verliet.

Thuis legde hij zorgvuldig de verse producten op het aanrecht. Wat zagen ze er tevreden en gezond uit. ‘Gelukkig mag ik jullie nog wél hebben van de dokter’ zei hij. ‘ Maar ik had niet gedacht dat de meeste van jullie collega’s zó kwaadaardig en jaloers zouden reageren.’

© Platoonline 13-1-2016

 

Geplaatst in WE-300 | 42 reacties

Teken van leven of toch maar gewoon een WE-300

Hallo allemaal,
Ik heb behoorlijk verstek laten gaan he? Dat heeft een aantal oorzaken. Een daarvan is de drukte rond mijn cursus. Die slokte tamelijk wat tijd op. Daar kwam bij dat ik me de laatste tijd verre van goed voelde. Onderzoek wees uit dat de oorzaak vermoedelijk suikerziekte is. Maar dat staat nog niet helemaal vast. Enfin, of het nu wel of niet zo is, het betekent behoorlijk wat voor mijn eetpatroon. Ik doe mijn best maar het valt niet elke dag mee.

Vanaf begin januari gaat u weer last van me krijgen. Dan begint het bloggen weeer, vorst of geen vorst, regen of geen regen.

De nieuwe WE betreft een onderwerp waarvan ik hoop dat het jullie er in 2016 (en verder) allemaal heel goed mee gaat:

GEZONDHEID

De einddatum is  18-01-’16

Er staan al 18 mooie verhalen
Veel schrijf- en leesplezier

Melody    Ria    St@@rtje    Liesbeth    AnneMarie    Anja   Corja
Rianne    Reismeermin    Marja    Ferrara    Jackles    HHHULK    Mrs-T.
Smijling    Dwarsbongel    Alie    Laura   

Geplaatst in WE-300 | 76 reacties

101: stijlvol

Hallo allen,
Deze tekening is gemaakt op de bovenverdieping van Magna Plaza (achter de Dam).
Toen wij dit resultaat van een kennelijk geslaagd dagje Amsterdam zagen, schoten we allemaal in een sardonische lach en zeiden, hilarisch hikkend, tegen elkaar: DIT mogen we de trouwe bezoekers van Platoonline niet onthouden. Dan kunnen zij ook eens in een bevrijdende lach schieten bij het zien van deze afbeelding die zo mooi scherp laat zien waar liefde en krankzinnigheid elkaar ontmoeten.
Plato en Maria weten momenteel nog niets van deze plaatsing. Wilt u daarom enigszins voorzichtig reageren.

Gegroet namens het voltallige Plato-management.

Cornelis Critieck

WIJ

 

 

 

 

Geplaatst in 101 | 72 reacties

De WE-300 voor november 2015

Toen vanmorgen de wekker ergerniswekkend piepte schoot ik meteen in een onheilspellende gedachte:
Je had allang een nieuw WE-woord moeten bedenken!
Meteen parkeerde mijn hersen zich in de herfststand.
Maar ik MOEST een woord.

Wanhopig vroeg ik hulp aan Cornelis.
‘Oh, nu moet ik jou helpen. Terwijl je nog niet eens gereageerd hebt op mijn stukje in de welkomsttekst’, siste hij. ‘Man, doe wat nuttigs. Houd een fikse boekbespreking, zet een discussie op, schrijf iets waar je lezers iets van meenemen.’
Cornelis wil de mensheid graag iets meegeven. Daar gelooft hij in. Ik niet.
Met de neus in de lucht schreed hij mij voorbij.

Tuinier, dacht ik. Die is weliswaar vaak somberder dan Schopenhauer (Hij tekent vaak tuinen zonder onkruid en vindt het oneerlijk dat de echte er dan nog steeds mee volstaan; hij heeft Schopenhauer dan ook niet helemaal begrepen) maar… als ik hem complimenteer met de plantjes klaart ie meteen op.
‘Tuinier, je tuin is een verademing. Zeg…weet jij nog een WE woord?’
‘Watte? Eh, ik zou niet weten.’
‘Hè, je hebt altijd zoveel ideeën.’
‘Maar nu niet. Veel te druk. Ik moet nog alle kwetsbare planten uitgraven en…’
Ik wist genoeg.

‘Hoi, Plato. Was het gesellig bij tante Ria? En hebbu nog vijn gewandelt in Nijmege en Amersvoort?’
Jordy is een taalwonder. Ooit zal hij toetreden tot het Platoonline-management.
‘Heel gezellig Jordy. Maar nu moet ik een WE woord bedenken. Niet te moeilijk want tante Ria vindt mijn woorden altijd zo ingewikkeld en dan moet ze teveel piekeren.
En nu pieker ik dus.’
‘Da’s toch makelijk,  mag ik de hele dag aan de laptop? dan geef ik u effe een woort.’
‘Hmm, nou, vooruit dan maar.
‘Hoi hoi, hoi. Nou dan neemd u gewoon iets waar ik hardstike goet in ben: SPELLEN.

Die knul is geniaal!!

Plato

———————————————————————————————–

Het woort van de maand November is:

Spellen

U heeft schreiftijt tot en met 2 december

U mag zoveel spelfauten maken as u wil solang het verhaal maar 300 woorde bleift.

Veel schreifplesier gewenst

Alweer 19 mooie verhalen. Leest u mee?

Melody    Ria    Grunn.wichtje    Corja    Anneke    Barbara    Dwarsbongel    Kakel    Rianne    Mrs. T    Robbert    Ferrara    Smijling     Alie
MdMama    Frederique    AnneMarie    Greet    Corja II         

Geplaatst in Algemeen, verhalen fictie, WE-300 | 55 reacties

Rotsmoes

Cornelis stond voor het  raam en keek grommelend naar de herfst.  Geen plaats,’ siste hij tussen zijn tanden. ‘Rotsmoes. Als hij nou zegt…’
‘Goeiemorgen Cornelis.’ zong Tuinier, binnenkomend, met de nadruk op ‘MORG.’
‘Mogge,’ snauwde Cornelis, ‘zo goed is het vandaag niet.’
‘Hoezo?’
‘Plato gaat vandaag met Maria naar Wijchen. Op bezoek.’
‘Oh, leuk.’
‘En zondag naar Enschede, naar die kladschilder met zijn felle kleuren.’
‘Kladschilder? Onzin, dat is Romantiek. Turner.. die man was beroemd.’
‘Ach wat. Het gaat om Plato. Die trekt er gewoon tussenuit.’
‘Nou, dan zien we nog eens wat van de wereld.’
‘Ha, daar heb ik je. NIETS WIJ! Zelfs Jordy niet.’
‘Niks wij?’
‘Nee, de auto is te klein. Wij mogen bij KAT blijven. En juist nu ik dit weekeinde de tijd had.’
‘Maar jij begrijpt toch ook, dat hij wel eens met Maria alleen wil zijn?’
‘WAT nou, WAT nou? Wie was er eerder, zij of ik?’
‘Ehhh… IK.
‘Jij?’
‘Ik was een maand eerder bij Plato dan jij.’
‘Wat DOET dat er nu toe, ik, ik…. (stikt bijna van woede en onmacht)|
‘Maar JIJ maakt er een punt van, met je grote EGO. Je kunt niet altijd haantje de eerste zijn.’
‘Haantje de voorste!’
‘Kijk, nu zeg je het zelf.’
‘Neeeheeeeee… ik bedoel, het is niet haa…’
‘Zeur niet man. Jij bent ook jong geweest.’
‘WAT? Hij is even oud als wij. ‘
‘Nu ophouden Cornelis. Jij had dit weekeind vrij, hè?
‘Inderdaad en nou mag ik n…’
‘MOOI… dan help je me maar in de tuin. Er is veel te doen.’
‘ZEG, wat denk je wel, ik ben schrijver, criticus, geen…
‘Kun het onkruid mooi kritisch toespreken. Kom, ik heb nog wel een oude broek voor je.’
Cornelis werd iets kleiner. Dan, met een zwichtend gebaar, sprak hij theatraal:
‘Zo behandeld men talent dus in Nederland. ‘
‘Behandelt is met een T, Cornelis,’ gaf Tuinier hem de genadeslag.
‘Wel @#$%@#$@#@^#^.’

Geplaatst in verhalen fictie | 30 reacties

Moe

De huisschilder zag er moe en verregend uit, vond de oude vrouw.
Ze tikte tegen het raam en mimede: k.o.f.f.i.e?
De man knikte.
Ze liet hem binnen. ‘Wacht maar tot de regen over is.  Zo kun je niet werken.’
Hij zette zich in een leunstoel.
Zij schonk koffie voor hem in.
De klok tikte.
De kat in de vensterbank likte zijn vacht.
Even leek de tijd stil te staan.

‘’t Is me het weertje wel,’ zei de man.
‘Nou,’ zei de oude vrouw, ‘OF het snel gaat. Ik ben al 89.’
Doof, dacht de man en articuleerde: ‘daar ziet u niet naar uit!’
‘Tja,’ peinsde ze. ‘Ze kunnen veel, maar het weer hebben ze niet in de hand.’
Hij haalde diep adem en riep: ‘lekkere koffie!’
Ze lachte. ‘Ja, maar zeg eens, is de koffie goed?’
Weer knikte hij. ‘Ouderwets lekker.’
De kat sprong van de vensterbank, besnuffelde zijn broekspijpen en gaf twee goedkeurende kopjes.
De klok sloeg galmend elf.
‘Niet iedereen hier schenkt koffie,’ probeerde hij extra hard.
Ze schudde het hoofd.
Begrijpt ze het nou? aarzelde hij en vervolgde: ‘bij bepaalde mensen drink ik geen koffie. Die zijn zo vuil, daar kun je de smeer zo van het aanrecht schrapen.’
Ze lachte. ‘Nog een bakje?
Hij stond op. ‘Nee, ik moet door. Anders raak ik achter.’

Terwijl ze deur voor hem open hield zei ze:
‘Fijn dat je hier schildert. Maar ach, het zal mijn laatste jaar wel zijn. Suikerziekte hè. En nou heb ik de laatste tijd overal wonden.’ Ze stroopte haar mouw op. ‘Kijk, allemaal grote zweren met pus er in. Raar hè?’
Hij verbleekte, mompelde iets onduidelijks, graaide naar zijn pot verf en verdiepte zich in de vensterbank.

De oude vrouw zette zich weer in haar leunstoel.
De kat sprong op haar schoot.
De klok tikte.
‘Niet eens tijd voor een tweede bakje,’ mompelde ze. ‘Mensen hebben nergens meer tijd voor. ‘Vind jij het gek dat ze allemaal zo moe zijn?’
Afwezig aaide ze de kat.
De kat gaapte.
Hij vond het niet gek.

Geplaatst in verhalen fictie | 42 reacties