Wat vind je op Platoonline?

Korte, fictieve verhalen (Plato, Tuinier)
Gedichten (Plato)
Spirituele overpeinzingen (K. At)
Kritieken (Cornelis Critieck)
WE-300 (Plato)

Toelichting:
De WE-300: driewekelijkse uitdaging voor iedereen.
Doel: schrijf van een verhaal in exact 300 woorden. Het gegeven onderwerp mag in het stuk niet worden genoemd.
Het onderwerp: wordt elke drie weken door Plato opgegeven.
Het schrijven: doet iedereen op zijn eigen blog.
Link: zet de link van je verhaal bij Platoonline in het reactieveld van de opdrachtblog. Krijg je meer lezers.
Wie (alleen) wil  lezen: prima.
Hint: geef schrijvers even een reactie, vinden ze leuk.
Geplaatst in verhalen fictie

De WE-300 voor mei-juni 2016

Met 14 mensen was Plato’s woonkamertje wel ongeveer volgebouwd. Buiten regende het, binnen was alles energie.
Sommigen verbaasden zich: Plato organiseert een gratis huismiddag? Was hij jarig… of 40 jaar getrouwd? Het antwoord: nee hoor, gewoon voor de gezelligheid.
Ze kwamen.

De aanleiding
Plato en buurtgenoot Pierre oefenden al een tijdje voor hun plezier  elke dinsdagochtend op gitaar en samenzang. Hoewel zeer verschillend (Pierre de ras-straatmuzikant, Plato, die tot dan toe hooguit binnensmonds zong) konden ze het muzikaal goed met elkaar vinden. Pierre’s grootste wens: samen eens op te kunnen treden in een zaal vol publiek. Plato’s grootste verzuchting: oh, God, als DAT maar goed gaat!!

Voorbereidingen
Een zaaltje komt niet zo maar vol. Dus besloten we eerst wat try-outs te doen. Plato besloot dat het gratis en zonder allerlei regeltjes moest (die zijn er al genoeg in de wereld). Er werden flyers gemaakt, mensen werden aangesproken. De buurtgenoten waren enthousiast. Al snel zaten we volgeboekt.

En hoe was het?
Geweldig. We speelden 30 nummers, refreinen werden voluit meegezongen, er werd van versnaperingen genoten, er werd gedanst, gelachen, gefotografeerd en na afloop meldden velen (ook buurtgenoten die er van hadden gehoord) zich voor een vervolg. We waren verbaasd want tja, je organiseert wel wat maar je hebt van het verloop geen flauw idee.

Hoe nu verder?
In juni doen we het nog eens maar dan in de tuin. Dan kunnen er wat meer mensen bij. Moet het wel mooi weer zijn natuurlijk.
Nou, dat was het  mensen…

…Hohooo, en de foto’s dan? Je gaat toch niet vertellen dat er geen….
Ja hoor. Maar die vind je in het verslag van buurtgenote Yvonne (klik)

En wat heeft dat nu met de nieuwe WE te maken?
Oei, bijna vergeten. Nou, het woord voor de periode t/m 22 juni is:

Musiceren

Hopelijk hebben jullie er zin in:-)

Melody    Ria    Reismeermin    AnneMarie    Toet, Rozifantje& Rianne   Minoesjka

Geplaatst in WE-300 | 30 reacties

101: Koppieop

Enige tijd geleden werd ik benaderd door iemand die graag een WE-300 wilde schrijven maar geen eigen blog had.
Ik nodigde hem uit bij mij een gastblog te schrijven. Dat wilde hij wel en vervolgens publiceerde hij (onder de naam ‘koppieop’) een aantal WE’s. Deze werden door jullie goed ontvangen.
Onlangs kreeg ik een reactie van hem met daarbij een link. Deze klikte ik aan en… ja hoor, hij had de sprong gewaagd.

Bij deze zijn jullie allemaal uitgenodigd zijn gloednieuwe site te bewonderen. Hij zal zeker blij zijn met jullie bezoek en reacties. Ook goede  Wordpresstips zijn welkom.

https://koppieopblog.wordpress.com

 

Geplaatst in Gastblog | 11 reacties

Liedje

‘Nou, effies denke hoor… ‘
Met gesloten ogen beweegt ze haar grijze kopje langzaam heen en weer.
Dan zingt ze met een klein stemmetje: ‘k lig op mijn kussen stil te dromen….’
Even later opent ze haar ogen en zegt: ‘ken jai dat liedje?
En of ik het herken. In 1989 was het een hitje van Hepi en Hepi, twee hooggehakte geiten uit zo’n verkeerde Nederlandse liedjesstal. De tekst was een huilerige vertaling van het nummer Send me the Pillow geschreven door Hank Locklin (vertolkt door Conny Francis, Dean Martin en anderen). Vroeger zou ik meteen geroepen hebben ik dat ik dit soort liedjes meer dan pulp vond. Maar nu niet meer.
Nooit meer.
Het liedje herinnert me heftig  aan de tijd dat mijn moeder, wier wereld door reuma en diabetes was verschrompeld tot haar kleine huiskamer, zo graag naar dergelijke nummers luisterde. Meestal neuriede ze zachtjes mee. Ook vroeg ze me vaak of ik ze wilde spelen op haar elektronische orgel waar ze zelf tamelijk goed mee overweg kon, tot haar ogen te slecht werden.
‘Speel nog eens van het kleine café aan de haven op het orgel. Of doe eerst maar ehhh…  waarheen waarvoor.‘
Ik deed het altijd.

‘Zeg verstaan jai me wel? Of je dat liedje kent!
Ik knik. ‘Ja, ik ken het hoor. ’t Is van Hepi en Hepi.
‘Dat hewwe je fout, knul… ’t is van de Selfiera’s. Die hewwe ook van de Postkoets gesonge.’’
‘En ken je ook nog oudere nummers, uit de jaren ’30, toen je een tiener was?’
‘Ja, da’s zo’n taid gelede. Die ben ik allegaar vergete. Maar dit was een heel speciaal liedje voor main.
‘Wat was het bijzondere er dan aan, buuv?’
‘Omdat het op de radio was toen main Henk overleed. Ach, ik mis hem zo verskrikkeluk. Aigenlijk wil ik heel graag weer bai hem sain.’
Even lijken de emoties vat op haar te krijgen. Dan begint ze te grijnzen, kijkt me quasi streng aan en zegt:
‘En nou je koffie opdrinke, voor et helegáár koud worre.’

Geplaatst in verhalen non fictie | 33 reacties

101: Denkpieker

Tipt aarzelend met vingers op toetsenbord.
Zet schrijfhersens in stand 1.
Rustig aan nu… niets  overhaasten!!
(denkt: hoe lang is het al geleden;
wat is er inmiddels allemaal
niet gebeurd in de wereld?)
Piekert: ik wil wel… maar waarover en… voor wie?
(Denkt: de meesten zullen me onderhand zijn
vergeten. Zoals laatst iemand mailde: de
wereld is zo vluchtig).
Piekert: hoe vluchtig ben ik zelf?
Hoe kan ik zo gemakkelijk
de knop omdraaien  en weer gaan doorvlinderbloggen?
(Denkt: wat een onzin allemaal. Gewoon schrijven. Klaar!)
Piekert: Ja maar, straks vraagt iemand nog een
referendum aan:
“Mag Plato nog meeschrijven?”
[] JA  –  [] NEE

 

 

Geplaatst in 101 | 49 reacties

101: Bommetje

‘Ik zei nog zo… geen bommetje!’
Kent u hem nog, die lachwekkende sterspot waarin koeien, met zwemvleugeltjes, enthousiast een zwembad lieten overlopen? Voor de melkverkoop.
Ik denk er aan bij het journaalturen naar wéér een bomaanslag en wéér een represailleraket boven een troosteloze zandbak.
‘Voor ons glorieuze opperwezen,’ brullen wrede terroristen uitzinnig.
‘Voor de wereldvrede,’ repliceert de beschaving, nog een onschuldig dorp platgooiend.
Het opperwezen zwijgt. Hij heeft dit nooit gewild, want hij weet: oorlog levert uitsluitend oorlog op. Maar ja, de mensheid heeft nu eenmaal een vrije wil gekregen.

Die oude reclamekoeien waren minder lachwekkend dan de mensheid anno 2016.

 

Geplaatst in Algemeen | 43 reacties

Tuinier: Omaatje

Het was druk in de supermarkt. Lichtelijk geërgerd wrong Tuinier zich door het winkelende publiek.
‘Wat was er toch mis met die goede oude buurtwinkel?’ gromde hij terwijl hij een opkomende aanvechting, hier en daar een fikse schouderduw uit te delen, ternauwernood onderdrukte. ‘Ik moet verdorie alleen maar kattenvoer en plakband, maar daarvoor moet ik die hele bliksemse vreetfabriek door.’
Bij de koffieautomaat was het rustig. Terwijl hij spijtig naar het bakje suikerzakjes keek, tapte hij het bekertje vol, deed er melk bij en roerde met een plastic staafje door de drab.
‘Gesellig hè, so’n bakkie leut?’
‘Nou… lekker!’ zei Tuinier terwijl hij zijn blik schuin omlaag richtte.  Het was een mini-omaatje dat zichzelf behaaglijk op een stoeltje had geparkeerd. Ze droeg een dikke winterjas die tot bovenaan was dichtgeknoopt alsof ze vreesde dat het in de supermarkt nog danig zou gaan stormen. Onder de jas waren twee in slofjes gestoken voetjes zien. Vanuit de kraag stak een dun grijsbehaard hoofdje omhoog. Haar mond had het ingebouwde glimlachje van mensen die toenemend afhankelijk zijn.
‘Ik kejje geen stoel aanbiede,’ zei omaatje. ‘Ik mag toch wel sitte blijve hè? Ik ben tweeënnegentig hoor.’ Haar oogjes twinkelden in het TL-licht.
‘Tuurlijk’, antwoordde Tuinier. Zo’n leuk oud vrouwtje.
‘Se segge dat ik op me moeder laik. Nou, dan moet ik seker  ook zesennegentig worre. Daar moet je toch niet an denke, in deze rotwereld, hè?’
‘Och,’ zei Tuinier.
‘Moeder had seuker op ‘t laatst. Daardoor zag ze zo slecht. Toen moest ze naar het bejaardentehuis. Dat vond se verskrikkelijk.’
‘Ja, knikte Tuinier. Daar kon hij inkomen.
‘Ik weet nog dat ik haar de eerste keer gingen bezoeken. Ze zat op een stoel en ze klaagde en klaagde…
‘Wat is er?’ vroeg ik.
‘Ach kind, ik wil TV kijken maar hoe ik ook aan die knoppen draai, ik krijg geen beeld. Kijk maar.’
‘Hè vervelend,’ Tuinier kon het zich indenken.
‘Vervelend? Welnee man, se sat met die oge van haar voor het oventje te loere. Ik kon me lache bijna niet inhouwe. Dat is toch humor, niet dan.’
Tuinier grijnsde.
‘Seg geef me effies een steuntje? Ik moet gaan. Me dochter komt straks. Sal wel weer geld tekort hebben. Nou doeg hoor.’
Terwijl hij zijn koffie opdronk, keek hij hoe ze strompelend opging in de menigte.
Zijn ergernis was verdwenen. Kattenvoer…plakband, dacht hij. En misschien straks maar even naar de brillenwinkel voor een oogmeting.

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in verhalen fictie | 46 reacties

WE 300: Gezondheid –> Jaloezie

Eerst viel het hem nauwelijks op. Maar half december bemerkte hij ineens een flauwe onrust toen hij de supermarkt binnen kwam.
Hoewel, bij de versproducten, was er eigenlijk niets veranderd. Wanneer hij echter zijn winkelkarretje in de richting van het vlees, het beleg, de kazen en daarna verder door het voedsellabyrint stuurde, ervoer hij de sfeer wel degelijk als drukkend.

Aanvankelijk negeerde hij zijn gevoel. Maar toen hij op een dag duidelijk de ontevreden blikken, die godzijdank niet konden doden, opmerkte, werd hij toch oplettender. Langzamerhand werd hij zich bewust van een bijna collectieve verontwaardiging die soms zelfs de vorm van geluidloze woede bereikte. Vooral in de gangpaden waarin zich onder andere de zoete versnaperingen, de frisdranken en de talrijke puddinkjes bevonden, leek de stemming te snijden.
Het vreemde was dat niemand van de klanten ook maar iets scheen te merken. Ze gooiden allemaal onbekommerd artikelen in hun winkelwagentje, hadden leuke onderlinge gesprekken, proefde glimlachend van de aangeboden kaasblokjes en maakten gretig gebruik van de gratis verkrijgbare automaatkoffie.

Maar waren ze dan blind? Zagen ze dan niet dat de hele winkel verging van, zich langs telepathische weg verspreidend, verwijtend fluisteren? Hoorden ze dan niet die diepe jammerklachten als: ‘waarom zij wel en wij niet?’ en ‘verrader, je laat ons gewoon barsten. Komaan neem ons mee.’ Stil geschreeuw dat hem een akelig schrapend gevoel in de maagstreek bezorgde. Het maakte dat hij als een haas zijn karretje schaarse artikelen in de richting van de veilige kassa schoof en daarna ijlings de winkel verliet.

Thuis legde hij zorgvuldig de verse producten op het aanrecht. Wat zagen ze er tevreden en gezond uit. ‘Gelukkig mag ik jullie nog wél hebben van de dokter’ zei hij. ‘ Maar ik had niet gedacht dat de meeste van jullie collega’s zó kwaadaardig en jaloers zouden reageren.’

© Platoonline 13-1-2016

 

Geplaatst in WE-300 | 42 reacties