Welkom op deze blog….

Wat vind je hier?
Persoonlijke-, non-fictieve en fictieve verhalen.

Waarom Platoonline?
Omdat ik ooit het verhaal over de grot en andere stukken van Plato las. Het sprak mij aan en toen ik later een blog begon kreeg het zijn naam. Niet omdat ik filosoof ben maar uit bewondering en respect voor zijn werk. 

Medeschrijvers
U maakt hier kennis met twee schrijvende heren.
Tuinier is voor (herstel van) het natuurlijk evenwicht, te beginnen in zijn eigen tuin. Hij  zou graag alle mensen in harmonie met elkaar zien leven. Dat dit vaak anders uitpakt maakt dat hij van tijd tot tijd woest in de aarde spit. Zijn stukjes hebben dan een wat moedeloze ondertoon.
Cornelis Critieck, zijn naam zegt het al, is een man van de venijnige maatschappijkritiek en dat leest u ook terug in zijn bijdragen. Cornelis heeft weinig vrienden, waarom begrijpt hij niet. Hij heeft immers gelijk, zeg nou zelf.

Reacties?
Wij vinden het fijn als u reageert. Reacties zijn welkom. Vooral de positieve tintelen zo heerlijk door in de ziel.

Veel leesplezier

Plato

Atheense school

Muurschildering: de school van Athene, Rafaël

Foto: https://ciaotutti.nl/reizen-door-italie/rome/concurrentie-voor-de-sixtijnse-kapel
Deze site geeft meer info over de schildering en de kunstenaar. 

Geplaatst in verhalen fictie

Oma

‘Zo is het mij mogelijk bij u in heden, verleden en toekomst te kijken. Tot over de grens van leven en dood.’
Even was het doodstil in de zaal. Daarna begon het roezemoezen.
Plotseling, daar bovenuit, de temerige stem van mevrouw Seur.
‘Ik geloof er niets van. Het is gewoon psychologisch inzicht en slim vragen stellen.’
De paragnost bleef vriendelijk.
‘U hoeft niets te geloven. Het is een gave waarmee ik geboren ben. U krijgt trouwens de groeten van een mevrouw met zo’n ouderwets ziekenfondsbrilletje. Vroeger haakte ze pannenlappen en daar zong ze dan bij. Ze zingt nu ook: ‘Louise, zit  niet op je nagels te bijten.’ Ze is 96 jaar geworden. Uw oma van moederskant, nietwaar?’
‘Grm, grm.’
‘Zeg eens, klopt het?’
‘Zo’n beetje,’ zei mevrouw Seur zuinig.
‘Uw oma zegt: ik ben niet zo’n beetje je oma maar helemáál. Ik waarschuwde je vaak: je bent zo narrig, wees eens wat vriendelijker.’
‘Ze zei wel meer wat.’
‘Maar je luisterde nooit. Dat maakte haar verdrietig.’
‘Ach wat, het is MIJN leven, ‘ gispte mevrouw Seur.
‘Uw oma zegt nu: ‘kind, ik voorspel je, met zo’n akelig mentaliteit komt er later geen kip op je begrafenis. Doe wat je wilt. Meer zeg ik niet.’

Sinds die avond huisde er iets onrustigs in het leven van Louise Seur.
Die pannenlappen, dat liedje, ze wilde het niet geloven maar ze moest… die vreselijke voorspelling kwam werkelijk van haar truttige oma die altijd maar vriendelijk was en nooit anders dan gelijk had.
Maar niet NU, nam ze zich heilig voor. Ze zou mensen uitnodigen, haar verjaardag vieren en zich geliefd maken. Die voorspelling mocht niet uitkomen.
Zo ging het, vier jaar lang. Daarna stierf ze. Haar begrafenis was sober en zonder  toespraken. Wel waren er twee buren en een achternicht.

Mevrouw Seur herkende haar aan de rood-groene pannenlap die ze bij zich droeg.
Oma zag er jong, stralend en behoorlijk doorschijnend uit.
‘Een teken,’ zei ze,’dat ik snel naar een hogere sfeer mag.  Ik mocht nog even op je wachten.’
‘Hm,’ zei mevrouw Seur. ‘Dat komt goed uit. Dan kunt u nu toegeven dat uw voorspelling niet is uitgekomen.’
‘Welke voorspelling, kind?’
‘Dat er geen kip op mijn begrafenis zou zijn.’
‘Oh hihi, dat zei ik alleen maar om je te stimuleren wat vriendelijker te worden. Maar trouwens, de voorspelling klopte toch?
‘Helemaal niet!!’ Hoe dan?
‘Heb jij een kip op je begrafenis gezien?’

Verhaal: ©  Platoonline 2019
Foto: © Platoonline 2019
Geplaatst in verhalen fictie | 31 reacties

Kauwen

‘Vuilakken,’ snerpte de stem van Cornelis C, ‘lazer op, vlug wat.’
Zoals hij daar voor het raam stond te molenwieken liet Cornelis duidelijk zien dat hij zo giftig was als het in de tuin opgeschoten vingerhoedskruid.
Hij draaide zich naar Tuinier die bij de tafel de krant zat te lezen. ‘Zeg nou, het is toch Godgeklaagd?’
‘Ach, zo’n beest moet ook eten,’ mompelde Tuinier. ‘Waar maak je je druk om.’
‘Druk… ja ik máák me druk. Heb ik net de tuintafel vol pinda’s en broodkruimeltjes gelegd voor de mussen en andere kleine vogels, komt er zo’n kraai die alles wegpikt. Kijk, nu zijn het er zelfs drie. Ze jagen verdorie alles weg.’
‘Schreeuwen achter glas helpt niet, Cornelis. Het is trouwens een kauw, geen kraai.’
‘Wat kan mij dat schelen, een kauw dan! Maar wat moet ik dán doen?’
‘Naar buiten gaan en in je handen klappen. Maar pas op (Tuinier ging over tot fluisteren), kauwen zijn vreemde vogels. Ze hebben hypnotiserende krachten en als ze de pik op je hebben, moet je goed voor ze oppassen.’
‘Ach kom, mij maak je niet bang.’
‘Pas maar op, ze zijn sluw en… ze zijn met velen,’ zei Tuinier met een vilein grijnsje. ‘Ik ga een nieuwe hark kopen. Veel succes met de strijd.’

Voor de zoveelste keer klapte Cornelis stevig in zijn handen. Zeven kauwen vlogen krijsend op uit de appelboom en zetten zich neer op het topje van de schuur.  Bij vorige gelegenheden vluchtten ze nog de tuin uit. Maar allengs waren ze brutaler geworden. Veertien fel-gloeiende ogen staarden hem aan alsof ze hun blikken tot diep in zijn ziel wilden boren. Er werd nadrukkelijk gekrast. Een der kauwen sloeg de vleugels uit waardoor hij twee keer zo groot leek.
Cornelis slikte.

Hij stond voor de keukendeur en keek. Ze zaten in toppen van de appelboom, op de rand van de droogmolen, op de regenton en op de grote tuintafel. Het waren er inmiddels negentien, ze zaten maar nauwelijks drie meter van hem vandaan. Hun gekras klonk Cornelis zo langzamerhand als een onheilspellende mantra in de oren.
‘Verdwijn, geteisem.’ Hij klapte zo hard mogelijk. Geen kauw vloog nog op.
Dat staren! Werd dat nu steeds intensiever of leek het maar zo?
Opeens werd het hem teveel. Hij sprong de keuken in en en draaide de deur op slot. De klik klonk hem als een pistoolschot in de oren. Buiten had een aantal kauwen zich verzameld op het kozijn en begon hard en nadrukkelijk op het raam te tikken. Hun ogen waren als dolken.
Cornelis voelde een zeurderige hoofdpijn opkomen.  Ik zal mijn gezicht eens met koud water betten, dacht hij. En misschien moet ik ook maar even gaan liggen. Hij strompelde de trap op en maakte in de badkamer een washandje nat.
Toen keek hij in de spiegel.
Een grote zwarte kauw met felle ogen staarde hem in het gelaat.
Cornelis hapte naar adem en schreeuwde.
Het geluid klonk als: ‘Kraaaaaa!!’

 

Geplaatst in verhalen fictie | 31 reacties

WE-300: Afscheid van Kat

9 Mei, 4.30 uur
Die nacht, bekaf aan Plato’s veilig voeteneinde, droomde ik over de levensfilosofie die ik, na jaren van piekeren, zorgvuldig had opgebouwd maar helaas nooit kon afmaken. Telkens was er die merkwaardige sluier zodat ik de volgende dag opnieuw moest beginnen.
Om dol te worden.
Begrijpen mensen dit wel?

Droom, tijdloos
Ik stond aan de nachtelijke oever der vergetelheid en bewoog  voorzichtig mijn linkervoorpoot door het maanverlichte water dat glinsterend sluierend onder mij lag. 
Het gebeurde in een flits. Plotseling zag ik het water wijken voor een landschap vol zon en zachte kleuren. Daardoorheen de contouren van iets bekends, in bruinzwarte en witte tinten. Er was een fluisteren: “… kom… kom…” 
Was dat mama?
Had dit liefdevolle tafereel te maken met mijn filosofisch zoeken? 

Onmachtig mauwend roerde ik mijn poot om het beeld te behouden.
Maar het was voorbij.

5.05 uur
Ik ontwaakte. Een natuurlijke drang volgend, strompelde ik de trap af, vocht me door het kattenluikje (ik ben een 18-jarige) en ontlastte mij onder de vlinderstruik.
Denkend aan mijn droom slenterde ik naar de sloot.
Er was geen maan, het water was roerloos donker.
Ik boog mijn stramme lijf voorover om een teugje te drinken.
Daarna was er slechts zwart.

Tijdloos
Yess, ik ben wakker. Verrassing:  ik zie er uit als een tweejarige en voel me ook zo.
Mama is hier. Zij trok me door de zwarte sluier naar deze zonnige plek met zijn vele struiken, bloemen en… katten (die allemaal vriendschappelijk met elkaar omgaan).
Ik denk veel aan Plato. Later, als ik gewend ben, kan ik op aarde komen en hem zeggen dat filosofisch piekeren hier niet hoeft.
Wilt u, lezer, Plato vertellen dat ik hem mijn dagboeken heb nagelaten. Ze liggen tussen de brieven van de belastingdienst.
Alvast bedankt.
Nu geen tijd meer want we gaan spelen.
Doeiiii.

Een liefdevolle groet van mij
voor alle lezers van Plato.

Kat (25-7-2001 – 9-5–2019) 
Geplaatst in WE-300 | 38 reacties

WE- 300 voor april/mei

De afgelopen maand kwamen er hier maar liefst 19 verhalen binnen. En wat voor verhalen… ik heb ze met plezier gelezen. U ook? En dat nadat mijn blog zo lang inactief was. Ik was blij verrast. Alle schrijvers: hartelijk bedankt voor uw bijdragen.

En nu… met wat uitstel, veroorzaakt door de verhuizing van Maria (ze moet haar flat uit omdat het hele complex wordt gerenoveerd waarna de huurprijs zodanig stijgt dat ze wel een andere oplossing moet zoeken)…. met wat uitstel dus, hierbij een nieuwe WE.

Het woord heeft een aantal uiteenlopende kanten.
Aan de ene kant een heel verschrikkelijke. De gebeurtenissen in Utrecht en die (recentelijk) in Sri Lanka zijn er twee harde voorbeelden van.
Aan de andere kant is er ook een bijzonder prettige betekenis. Want
zijn wij niet allen dolblij dat we eens per jaar onze belastingaangifte mogen ondertekenen en dat we zingend van vreugde onze portemonnee omkeren ten behoeve van de staatskas?
Enfin, er zijn nog meer betekenissen. Aan u de eer om er een uit te kiezen.
Het woord is:

Aanslag

Klik op het woord voor de betekenissen

De uitdaging loopt tot 1 juni.

De uitdaging is om uw verhaal in precies 300 woorden te schrijven en het woord van de uitdaging daarin niet te gebruiken (Synoniemen en/of omschrijvingen mogen dus wel)

Zet de link naar uw verhaal in het reactieveld zodat uw verhaal meer wordt gelezen.

Veel schrijf- en leesplezier

Plato

—————————————————————————————————————————————–

Klik hieronder op de links en je komt bij de verhalen…..

Laura I

Melody

Anja

Anneke

Vivapo

Margreet

Dwarsbongel

Ferrara

Hanneke

Rianne

Laura II

Jackles

Plato

 

 

Geplaatst in verhalen fictie | 26 reacties

Clear!! WE-300

En dit is nog maar een klein deel

Zoals U  weet ben ik een verwoed lezer. Nederlandse- Vlaamse, Russische literatuur, Griekse- en Romeins, sprookjes-, kunst- en kinderboeken, ik lees het allemaal. Eigenlijk heb ik meer boeken dan ruimte. Dat betekent dat, als ik iets nieuws koop, er wat anders weg moet (en dat is ZO moeilijk).

Meestal zijn mijn boekenkasten mooi op orde.  Maar, op een dag betrad ik de boekenkamer en trof daar een enorme puinhoop aan.
‘Welke etterbak is hier aan het donderjagen geweest,’ brulde ik. Ik verwachtte geen boekenantwoord maar moest gewoon even stoom afblazen.
Plotseling klonk er een schuchter geruchtje: ‘I am, Sir.’
Verward draaide ik mijn hoofd naar alle kanten. ‘Wie, waar?’
‘Here.’
Mijn oog viel op  het kleine, marmerachtige beeldje  dat sinds jaar en dag links op de derde plank van boven zit te lezen. Ik was stom van verbazing.
‘Sorry Sir, ‘ zei het met een zacht stemmetje.
‘Wat?’
‘Ik mean excuses, mijnheer. But dat komt, ik could’nt find  a boekje van Piet Grijs.’
‘Dat staat bij de B van Brandt Corstius. Maar hoe komt het dat jij plotseling praat? Je zit daar al zo lang.’
‘I can it altijd al. Maar I does’nt dare. Mijnheer Critieck is always so … ehhh.’
‘Naar…. bedoel je?’
‘Ja, sorry.’

‘Trek je van hem maar niets aan. Hoe ben je hier gekomen?
‘You bought me, op de rommelmarkt. Years ago. Originally I’m English.
‘Oh…  Je spreekt redelijk Nederlands. Hoe kan dat?
‘I don’t know, it’s like a knop in my head.  Met that knop I can read all your boeken.’
‘Allemaal?’
‘Bijna. When I saw them all I had not questions meer. It was clear to me: hier zou ik always gelukkig zijn.’
‘We moeten snel eens verder praten, maar niet nu.’
‘Why not?
‘De 300 woorden zijn om.’

tekst:   © Platoonline, 2019
Foto’s:  © Platoonline, 2019
PS.
Na dit gesprek vroeg ik het manneke nog of hij ene Moeltje kende (Zie weblog van Rianne). ik zag namelijk wat overeenkomsten in taalgebruik tussen de twee. Hij antwoordde ontkennend. In het vervolggesprek toch nog maar eens ter sprake brengen.
Geplaatst in WE-300 | 44 reacties

WE-300, zullen we weer eens?

Van een aantal bloggers kreeg ik de afgelopen tijd het bericht: ‘Plato, waar blijft die WE-300 toch?  Wij zitten hier al een tijdje wat bedroefd te wachten op een nieuwe uitdaging, maar er komt niets. Doe daar eens wat aan man!’ 
Tja, dacht ik, het is waar, ik heb mijn WE (WE = Word Exact) rubriekje danig verwaarloosd. Gelukkig zijn er meer blogs die prima uitdagingen presenteren (zelfs de WOW is weer present, hoera!) en bij Corline zag ik een leuke rubriek waarin ze de meest vreselijke taalblunders van de TV afplukte (een aanrader) maar als de behoefte er is, blaas ik de WE met veel plezier weer leven in.
Ik vroeg net aan Cornelis Critieck, die boven op de voorkamer boeken zit te sorteren, welk woord hij me zou aanraden. Hij hoestte wat in zijn kraag en gromde sarcastisch: ‘kniezen, zeuren, somberen, treuren, kletsen, roddelen, dat lijkt me wel wat voor dat publiek van jou.’
Húú, ik deed snel de deur weer dicht want als Cornelis bij tien graden nog steeds dat verschrikkelijke winterhumeur heeft, is er geen land met hem te bezeilen. Tjonge zeg, wat kan die vent af en toe… maar hé, dat is eigenlijk wel een aardig woord….

Klieren

Uitdaging:

  • Schrijf over klieren een fictief verhaal van 300 woorden op uw weblog.
  • Gebruik dit woord niet in het verhaal (omschrijvingen of synoniemen mogen natuurlijk wel).

Tip: 

Doet u mee? Veel schrijf en/of leesplezier.

Alweer negentien prachtige verhalen verschenen. Lees bij:

  Melody   

Ria    

Ferrara     

Anneke

Reismeermin

Marja

Rianne

Jokezelf

Greecha

Hanneke

Annemarie

Vivapo

Joanne

Dwarsbongel

Anja

Plato

Villashappo

Natasja

Laura

Geplaatst in WE-300 | 56 reacties

Talent

‘Koud vandaag Tuinier. Jongen, dat jij met dit weer in de tuin bezig bent. Je kunt wel griep krijgen.’
‘Valt mee, Plato. Ik ben het gewend. En wat moet ik anders? Tuinieren is ongeveer het enige wat ik kan.’
‘Nu ben je te bescheiden. Je bent toch best handig?’
‘Ik? Zeker niet. In mijn familie barstte het van de schilders, timmerlieden en machinebankwerkers. Met hen vergeleken was ik een nul. Ik weet nog dat oom Kees, toen ik (als jongen van 15) een deurtje van een duivenhok stond te schilderen, zei: `Tuiniertje, ga nou niet lopen kwasten, dat wordt niks. Laat mij maar even.’ Hij pakte de kwast uit mijn handen, schilderde in korte tijd een perfect deurtje, gaf de kwast terug en zei daarna fijntjes: kijk eens, eenvoudig!!’ Ik zie nog dat geringschattende lachje dat bij die woorden hoorde.’
‘Nou, aardig was anders. Maar je was jong. Je kon nog van ze leren.’
‘Oh, daar hadden mijn ooms geen geduld voor. Maar in die tijd moest wij, via school, één keer per week naar de Lagere Technische School, om extra vaardigheden op te doen. Nou, de eerste ochtend ging het al verschrikkelijk fout. Ik moest bij houtbewerken met zo’n venijnig beiteltje werken. Binnen tien minuten had ik het ding in de muis van mijn hand gedreven. Ik werd meteen naar de conciërge gebracht. Die schrok zo van al het bloed dat hij me van de zenuwen een daverende klap voor mijn kop gaf. Daarna verbond hij mopperend mijn hand en stuurde me naar huis.’
‘Zo zeg… en toen?’
‘Een maand moesten we bij metaalbewerken een kachelpook maken. Als zo’n ding bijna klaar was, moest je hem in het vuur gloeiend heet maken en aan het einde platslaan… dacht ik tenminste. Maar die leraar riep: ‘Tuinier, dat doe je verkeerd, geef hier die pook!’  Dus ik gaf hem braaf aan en hij greep, terwijl hij ondertussen de klas in het oog hield, precies in het gloeiende staal. De gil was vreselijk. De oorvijg die hij me daarna met zijn goede hand gaf, ook. Achter me klonk het brullende lachen van de jongens. ‘Wat een lul, hoorde ik roepen en zo voelde ik me ook.’
‘Je bent zeker niet erg lang op stage gebleven?’
‘Toch nog een jaar. Maar het was een lijdensweg, voor mij en voor de leraren.’
‘Gelukkig dat er tuinen bestaan hè?’
‘Precies, als ik nu een verkeerde struik ontwortel, loop ik tenminste geen klappen op.’
‘Ehh, koffie dan maar?’
Lekker, zal IK even..?’
‘Néé néé, Tuinier, laat MIJ dat maar doen.’

Geplaatst in Tuinierverhalen | 37 reacties