One o One: Gordon

Gelezen? Gordon vreemdgegaan.
Zeventien jaar jongere vriend gooit verhaal in publiciteit.’
‘Hoe reageert hij?’
‘Hij zegt dat de relatie niet 100% was. Anders had hij het niet gedaan.’
‘Kom zeg, velen gaan vreemd zonder slechte relatie.’
‘Nu zoekt hij een vriend van dertig jaar ouder met een eigen carrière’.
‘Is dat de ultieme oplossing?’
‘Welnee. Hij reageert natuurlijk vanuit zijn emoties.’
‘Laat hij eens goed nadenken over zijn eigen gedrag. HIJ ging vreemd.
Toch zoekt hij de oplossing BUITEN zichzelf.
‘Om na te denken moet je toch hersenen hebben?’
‘Ahhh, ik wist dat er ergens een redenatiefout zat.’

Bron: teletekst. Dialoog: plato 2012.
Foto van internet
En dan hieronder een staaltje van ECHT goede muziek
Geplaatst in 101 | 39 reacties

Eenzaam

Op kousenvoeten liep de jongen over de gang en stak voorzichtig zijn hoofd om de deur van de slaapkamer.
Vader zat, met zijn rug naar hem toe, roerloos achterover in zijn bureaustoel, en beroerde met zijn rechterhand de computermuis. Als ik mijn hand uitsteek, kan ik hem aanraken,  dacht de jongen, maar hij deed het niet.  Langzaam sloop hij terug naar zijn eigen kamer.

Vroeger was geen  vrouw veilig  voor hem. Bij zijn vrienden stond hij erom bekend. ‘Hé Ronald, ouwe wijvenjager,’ riepen ze als hij het café betrad. Een geuzennaam. Hoeveel had hij er, via dancing en disco, door zijn stoere verschijning verleid? Geen idee. Het ging allemaal zó vanzelf.

Vijftien jaar geleden trouwde hij met Miranda. Aanvankelijk schonken zij elkaar de geneugten der liefde en was hij een brave, monogame echtgenoot.  Maar vanaf haar zwangerschap ging het mis. Twaalf jaar lang verborg hij zijn dubbellevens en leidde samen met vrouw en zoontje een ogenschijnlijk harmonieus gezinsleven. Tot het allemaal uitkwam.

Het was bijna donker toen de jongen zich opnieuw naar de kleine kamer begaf.
‘Pa, moeten we niet wat eten?’
‘Gunn hongerrr.  Eet jij mrrr.’
Zwijgend ging de jongen naar de keuken en bereidde een eenvoudige maaltijd voor twee personen.  Daarna liep hij met het dienblad de trap op en zette een bord bij vader op de kleine computertafel.
‘Hier pa, eet nou wat,’ fluisterde hij.
‘Dannnk’,  gromde de man.

Terwijl hij moeizaam zijn vork hanteerde zag hij ineens weer dat halflege huis na die bittere scheiding. Die eenzaamheid. Miranda was na een jaar hertrouwd. Zijn zoon kon het niet met haar man vinden en was bij hem teruggekomen. Kort daarna kreeg hij de TIA die van hem een moeizaam rondploeterende  arbeidsongeschikte maakte zodat hij nog net geschikt was om simpele computerspelletjes te spelen. Hartenjagen bijvoorbeeld.

Op zijn stille kamer at de jongen zijn maaltijd en dacht na.  Hij hield van zijn vader en wilde hem zo graag wat opgevrolijkt zien. Maar vader was vaak zo… zo ver weg.
Hij sloot zijn ogen en begon diep, heel diep te denken over wat hij zou moeten doen opdat het in huis weer wat gezelliger zou worden.

Verhaal ©Plato 2012
Geplaatst in verhalen fictie | 36 reacties

WE-300: Vormen

17.15.
Mijn reis is een uur oud. De lentezon prikt veelbelovend door de coupéruiten. Zojuist heeft de trein station Utrecht verlaten en dendert gelijk een jong veulen door het polderlandschap. Boven het ritme der treinwielen (M’streech, M’streech, we gaon nach M’streech), zit ik en lees.

Plotseling een metalen stem: ‘reizigers voor Arnhem-Nijmegen te Den Bosch overstappen!’ Gelukkig, denk ik, dat raakt mij niet. Die positieve gedachte wordt echter onmiddellijk getorpedeerd: ‘deze trein rijdt vanwege een stroomstoring niet verder dan Den Bosch. Maar géén nood: de NS heeft bussen ingehuurd om u comfortabel naar Eindhoven te vervoeren.’

 18.15.
Een eivolle stationshal. Grote vertragingen, veel treinuitval. 

‘Wáár staan die comfortabele bussen dan ?’ brullen duizenden kelen. 
Maar antwoorden bestaan niet op dit uur. 
Ik sta in de groeiende rij voor het NS-infoloket. Een middelbare lokettiste lijdt zichtbaar onder veel onwetendheid. Ter compensatie heeft ze een flinke stapel brochures ‘geld-terug-bij-vertraging’ neergelegd. Ze meldt: ‘er is inmiddels één bus gearriveerd. Maar we moeten chauffeurs optrommelen. Dat kost tijd.’ 

18.40.
Via ‘M’streech’ haal ik nooit meer mijn aansluiting. Ik besluit via Roosendaal te reizen. De medewerkster van het NS-kaartjesloket debatteert druk met haar collega. Ik vraag of ik kan omboeken. Ze kijkt me aan alsof ik een pterodactylus ben die zojuist wederrechtelijk haar slaapkamer is binnengedrongen. Na veel gedoe (kan dat wel en hoe dan?) krijg ik, tegen fikse bijbetaling, een nieuw kaartje. Ze roept:‘hard hollen, dan haal… oh nee, hij heeft vertraging.’ 

De NS heeft ze in alle soorten en maten.

19.45.
In Roosendaal staan meer conducteurs en stationschefs op het perron dan reizigers.

 20.34.
De Hi-Speed naar Antwerpen rijdt op tijd. Halleluja.

21.01.
Antwerpen. Ik slenter de tijd dood in een nagenoeg leeg stationsgebouw.


21.31.
In de trein naar Hasselt ben ik één van de tien passagiers. 

22. 50.
Eindelijk Maria. Ze was zo ongerust!

Toch maar een mobieltje aanschaffen dan?

Geplaatst in WE-300 | 42 reacties

WE-300: Het woord voor april

Met enig uitstel is hier de nieuwe WE-300

Vormen

Met dit woord kunt u vele kanten op.
Tenslotte is het zowel een werkwoord als een zelfstandig naamwoord.
Klik op het woord voor all betekenissen.

Doel van de WE-300
 Schrijf een verhaal van exact 300 woorden
waarin dit woord zelf niet voorkomt.

Link uw verhaal hier.
Schrijf het verhaal op uw eigen weblog
en zet de link hier in het reactieveld
dan zet ik deze hieronder.  U krijgt
dan meer reacties.

Fotobloggers
Ook u kunt meedoen door het plaatsen
van een eigen foto die op originele manier de titel aanduidt. 

Periode
4-4 t/m  25-4-2012

Veel schrijfplezier
Plato

Trees     Melody     Reismeermin     (Gewoon) Anneke     Gwyn     Truus   Ria     Natasja     Jokezelf     Clair1991     Marja     Minoesjka     Hanscke     Mrs.Triltaal
Villa Kakelbont     Hanneke

          

Geplaatst in verhalen fictie, WE-300 | 30 reacties

Het nieuwe mensmodel

‘Mag ik even Uw aandacht? Ook daar in de hoek van het Andromedastelsel? Fijn. Dan nu onze nieuwe mensmodellen. Wie wil als eerste…Aardegod? Aan U het woord.’
‘Dank u Magister. Zoals u weet gaat de huidige mensvorm, in aardse termen uitgedrukt, alweer een tijdje mee. Zijn vrije wil heeft inmiddels tot van alles geleid. Denk aan termen als EGO-vorming, jaloezie en het vermogen tot ziekmakende activiteiten. Met name dit laatste  geeft veel praktische zorg. De mens heeft een vrij ingewikkeld economisch systeem dat niemand meer helemaal doorgrondt en beheerst en dat soms ontspoort. Dan wordt de aarde gedompeld in een crisis die er voor zorgt dat mensen te weinig geld hebben om het lichaam afdoende te kunnen onderhouden en herstellen en….’

‘Dit is allemaal bekend, Aardegod. Is die EGO-vorming niet veel belangrijker? Maar goed, beschrijf ons thans uw versie van de update van het menselijk lichaam.’

‘Graag, maar toch nog één aanvulling. De huidige mens denkt inmiddels dat hij uiteindelijk alles kan verklaren vanuit een wetenschap die hij zelf denkt te hebben uitgevonden. Dat heeft het draagvlak voor het geloof in een allesoverkoepelende, liefdevolle God fors aangetast. Om hem enigszins tegemoet te komen heb ik het menselijk model aangepast op grond van één van zijn eigen uitvindingen. Deze aanpassing bestaat uit een fijnmazig buizensysteem dat zich op essentiële punten buiten het lichaam ontwikkelt en voorzien is van schroefmechanismen. Hierdoor kunnen verstoppingen, ontstekingen, perforaties etc. sneller en goedkoper worden genezen. Op deze simpele  afbeelding ziet u een ruw voorbeeld. Ik noem het nieuwe model: de homo erectus sifonus.’

Er klonk gemompel van enige bijval maar toch met name van kritiek. Uiteindelijk sprak de Magister: ‘U krijgt het voordeel van de twijfel. U heeft tweemaal de aardse tijdsspanne om uw model te vervolmaken. Daarna spreken wij verder. De volgende…’

Middernacht. Op het bovenkamertje klonk lang en heftig gekreun. Daarna was het even stil. Toen, plotseling, klonk er een gil die tot ver in de straat hoorbaar was. Het gillen ging over in jammeren? Buiten gingen lichten aan, deuren open. De man in het kamertje zonk op zijn knieën en brulde zijn verwijtend gebed de ether in: ‘mijn God, waar hebben wij dit aan verdiend?’

God hoorde deze hartekreet aan en fluisterde enigszins hulpeloos: ‘Ja, sorry, het was ook nog maar een proefopstelling.’

Geplaatst in verhalen fictie | 35 reacties

Hard

Zelfs op dit vroege uur was het druk op het zonovergoten plein. Auto’s reden af en aan, mensen sjouwden boodschappen, stonden voor de geldautomaat of verorberden snacks bij het Aziatische kraampje.
Tuinier zette zich naast een oude man op een bankje. ‘Zwaar,’ glimlachte hij, wijzend op zijn boodschappentas.’
‘Tja,’ zei de man nadenkend. ‘Een mens heeft weinig nodig. Toch verzamelen we maar raak: teveel voedsel,  boekjes, hebbedingetjes, beeldjes… noem maar op.  We zijn ons er amper bewust van dat we het ons enorm moeilijk maken.’
Tuinier knikte. ‘Ik heb ook te veel. Maar die spulletjes vertellen het verhaal van mijn leven. Daarom is het moeilijk weggooien.’
‘Eigenlijk,’ mijmerde de man, ‘gaat het niet om spulletjes maar om gedachten en emoties. ‘Soms denk je ze allang losgelaten te hebben. Maar ineens gebeurt er iets en…’ Hij zweeg en blikte peinzend met toegeknepen ogen tegen de zon in.
Herkenbaar, dacht Tuinier. Hij spitte in zijn brein om iets zinnigs te kunnen zeggen, maar daarbinnen bleef het angstig duister.

‘Afgelopen zondag,’ hernam de man, ‘was ik bij zo’n esoterische vereniging. Een mevrouw vertelde heel kundig over de spirituele achtergronden van het mandalatekenen.
Ze zei: ‘Mensen die zacht kleuren hebben vaak ook een zacht karakter. Maar zij die hard kleuren zijn daarentegen vaak hard, tiranniek.’
‘Meteen was ik terug in de tijd. Mijn vader tekende vaak en kleurde extreem hard alsof hij met kleurpotlood een olieverfschilderij wilde maken. Hij WAS inderdaad een tiran.  Ikzelf kleurde aanvankelijk zacht maar dat leek nooit goed. Daarom ging ik er daarna alsnog hard overheen. Mooi werd zo’n tekening nooit. Het voelde als het bedekken van mijn onkunde. Waarom deed ik het dan? Ik wist het niet. Maar nu, na die uitleg, begreep ik plotseling de symboliek.’ Hij slikte. ‘Aan zijn  beeld heb ik nooit kunnen voldoen.’

Tuinier dacht: ik moet iets opbeurends zeggen, maar wat?
‘Gek hè,’ zei de man. Ik dacht dat ik allang over die emoties heen was. Maar een paar woorden waren genoeg om ze in een flits voluit over me heen te storten.
Hij stond op. ‘Nooit goed genoeg’, fluisterde hij en haalde hulpeloos zijn schouders op. Nou, bedankt voor uw luisterend oor. Gedag hè. Daarna slofte hij verder door de mensenmenigte als torste hij twee zware boodschappentassen.

Loslaten is zó moeilijk, mompelde Tuinier terwijl hij zijn boodschappentas vastpakte.
Bij het kraampje trakteerde hij zichzelf op een miniloempia en dacht: morgen ga ik opruimen.

Verhaal: Plato © 2012
Geplaatst in verhalen fictie | 35 reacties

One O One: Hypothecriet

Zeg buurman, wat vind je van Samson?’
‘Tja, ik rook niet.’
Nee… die man, Samson, je weet wel.’
‘Oh, da’s een sterke.’
‘Weet je dat NU al?’
‘Hij was altijd al sterk. Tenminste, toen hij zijn haar nog had.’
‘Nee, ik bedoel die PvdA-er.’
‘Oh die.’
‘Juist, Diederik.’
‘Ik ken hem niet zo goed.’
‘Hij wil de hypotheekrenteaftrek aanpakken.’
‘Niet erg, IK heb een huurhuis.’
En hij is niet perse tegen de aanpak van scheefwoners.’
‘Oei, da’s minder. De rotzak.’
Maar hij heeft een goed links hart.
‘Maar verdomd weinig haar. Weg met die vent.’

© Plato 2012

 

Geplaatst in 101 | 37 reacties