Welkom op de verhalenblog van Platoonline.


Veel leesplezier.
Reacties worden zeer op prijs gesteld.

 

 


 

Voor alle teksten op deze blog (tenzij anders vermeld) geldt: © Platoonline-wordpress 2003-2014
Geplaatst in Welkom bij Plato Online | 92 reacties

101: keelmen

Vandaag zo maar eens een schilderij en wel uit de Romantische periode.
De schilder William Turner (1775-1851) werd bekend door zijn landschappen en zeegezichten die hij schilderde in fenomenale kleuren.
Zijn schilderijen waren voor mij een openbaring. Wie ze ziet, begrijpt waarom hij gezien wordt als ‘schilder van het licht.’
Ik ga hier geen lang verhaal neerzetten. Dat heeft Turner niet nodig.
Overigens: keelmen waren mannen die op platte boten de kolen vanaf de rivieroever naar de wachtende schepen transporteerden. Deze konden, vanwege hun diepgang, niet aan de rivieroever komen.

Ik zei toch: dat licht!!

LMWT 1835

 Keelmen Heaving in Coals by Moonlight, 1835

 

 

 

 

Geplaatst in Kunst en cultuur | 29 reacties

Contrôle

Met een washandje veegde hij de door damp gesluierde badkamerspiegel schoon, keek naar zijn gerimpelde kop en bedacht dat hij daar, de eerste jaren niet meegeteld, nu al ongeveer voor de tweeëntwintigduizendste ochtend stond.
Eigenlijk kregen ze thuis pas een badkamer toen hij twaalf was. Maar boven de gootsteen, waar ze zich indertijd wasten, hing een spiegeltje, dus klopte het eigenlijk toch.
Wat een gedoe vroeger, dacht hij terwijl hij zich zorgvuldig droog boende. En dan, op zaterdag, één voor één in de grote teil. Dat laatste leverde soms rare taferelen op.

Hij herinnerde zich hoe hij met  vader en moeder op  een zondag onverwacht bij oom Cor en tante Marie (die het begrip huishouden van Jan Steen zorgvuldig in ere hielden) op bezoek kwam. 

‘Cor komt zo, ik zet alvast koffie,’ had tante Marie vanuit de keuken geroepen.
Even later werd de schuifdeur naar de slaapkamer opengerukt en verscheen een spiernaakte, met sop en schuim bedekte oom Cor in de deuropening.
‘Waar zijn @#!@#%#% die handdoeken?’ riep hij wild terwijl zijn ogen zich tot spleetjes vormden om de zeep te weren. 

‘Dag Cor, zei moeder liefjes en vader bromde iets van: ‘nou, nou, nou.’ 
‘Hè ho, zijn jullie er?’ riep oom, glibberde achteruit en schoof de deuren met een woeste klap weer dicht. ‘Ik kom eraan lui, brulde hij vanuit een holle verte.’
‘Cor is zich nog even aan het wassen, hoor, hij moest zaterdag de hele dag werken, schetterde tante Marie, onkundig van onze informatie, vanuit de keuken.
Het was nog maar half elf in de ochtend.

De armoede van toen had hem al vroeg geleerd zijn leven op een perfecte manier vorm te geven. Zijn studie, zijn baan, zijn hele leven was zonder noemenswaardige rimpelingen verlopen. Getrouwd was hij nooit want als er één onzekere factor in het leven was, dan waren het wel vrouw en, erger nog, kinderen. Alles in het leven draaide om controle. En dat had hij.

Afgelopen weekeinde leek er iets mis te gaan. Op weg naar de supermarkt stond hij voor het stoplicht en juist toen dat op groen sprong, reed er een fietser door rood en riep achter hem iemand iets tegen een kennis. Tegelijkertijd zag hij een vrouwtje dat haar rollator moeizaam over de drempel van haar huis wrong. Op het grasveld naast de school blafte een hond. Flarden van indrukken die  niets met elkaar te maken schenen te hebben, kregen op een versluierende manier vorm in zijn hoofd.  Het maakte dat hij, warrig, stokstijf op het trottoir bleef staan.
‘He opa, het is groen hoor,’ hoorde hij roepen.
Het duurde slechts enkele seconden. Toch voelde hij zich nadien soms onzeker, eenzaam zelfs en had vaker dan ooit het gevoel de sluier van zijn leven met geweld te moeten wegvegen om enige controle te kunnen houden.

Geplaatst in verhalen fictie | 33 reacties

Karel van het Reve en ‘de kleine cliché’

reve-karel-interviews-2011Afgelopen zaterdag na een bezoek aan het Rijksmuseum, stuitte ik op een bundeltje oude interviews met de Slavist en columnist Karel van het Reve. Een daarvan leek me leuk om hier eens naar voren te halen. Het interview (‘De grote cliché’ door Ischa Meijer) werd gepubliceerd in de Haagse Post op 19 augustus 1978.
In het interview werd gerefereerd aan een aantal columns in 1977 (door van het Reve geschreven onder het pseudoniem Henk Broekhuis) waarin ‘algemeen geaccepteerde stellingen op hun werkelijke waarde getoetst werden.’
Het gaat hier om zaken waarin bijna iedereen gelooft maar die toch niet juist zijn. Vaak zijn het ideeën van grote denkers die worden overgenomen door de grote massa. In de loop van de tijd wordt zo’n gedachte vaak veranderd en gaat een eigen leven leiden.

Een voorbeeld (uit een interview drie jaar later in de Tijd):
In elke generatie komen mensen voor die zeggen: de armen worden steeds armer. Reve: ‘dat heb ik wel eens uitgerekend, hoeveel die bouwvakker zou verdienen als hij twee eeuwen lang ieder jaar één procent minder gaat verdienen. Je hoeft echt geen feiten te raadplegen om die theorie te ontmaskeren, die theorie draagt haar eigen onjuistheid in zich.’ 

Omdat het om heel veel gedachten gaat zou je kunnen zeggen dat onze cultuur er eigenlijk op drijft. Het zijn allemaal kleine cliché’s; Van het Reve verbaast zich erover dat ze vrijwel nooit worden tegengesproken, in tegenstelling tot dat grote cliché, het geloof, dat wel degelijk wordt bestreden.
Het zou interessant zijn al die op hol geslagen stellingen eens te verzamelen en terdege te bestuderen, dacht van het Reve. ‘Als je nu eens heel veel sociologisch en psychologisch onderzoek, waarvan de uitslag vaak al van te voren duidelijk is, nu eens zou vervangen door zo’n project, dan pas zou je de cultuur van een land werkelijk leren kennen.’

We kennen ze allemaal, die (soms pseudo) waarheidjes die we vaak zonder nadenken van anderen overnemen (Sinds de invoering van de Euro zijn de prijzen meer dan verdubbeld, alle politici en medici zijn schurken en geldwolven, van masturberen word je doof). Zullen we hier eens ook een kleine verzamelpoging wagen?

Welke stellingen van mensen, waar je, bij wat dieper nadenken, vraagtekens bij zou kunnen zetten, ken jij?

Geplaatst in Algemeen | 34 reacties

Verzet

De mens gebruikt zijn kracht om heel de wereld in te lijven.
Wat hij verwoest daar kun je boeken over schrijven.
Maar toch is er soms onverwacht verzet.
Zie toch de boom die naarstig poogt om boom te blijven.

foto: internet
Geplaatst in Gedichten | 42 reacties

De WE-300 van maart en… een vreemde conversatie

Joh, wat trekt dat ding snel op? Hoeveel pk heeft ie eigenlijk?
Huh? Weet IK veel. Hij rijdt gewoon lekker.
Ik bedoel alleen maar ongeveer?
130 denk ik. Waarom wil je dat weten. Je HEBT niet  eens een auto.
Oh, ik zat wat te fantaseren. Stel dat je ‘s nachts de nummerborden van je buurmans bolide een uurtje op je eigen auto zet. En dan op de snelweg bij een paar flitspalen flink gas geven.
Zodat ie een gigantische boete…? Hahaha, idioot.
Is toch lachen? Ghegheghe.
Behalve als de politie mijn auto fotografeert.
Hmm, inderdaad. Dan zou je exact zo´n zelfde auto moeten hebben. Of je zou de zijne moeten ehhh… lenen en de benzine aanvullen zodat hij later denkt: daar kán niet mee gereden zijn.
Jij bent echt ziek in je hoofd he. Waarom zou ik?
Nou, stel dat je buurman al jaren illegaal stroom van je aftapt?
Mijn buurman, stroom?
Ja,omdat ie stiekem een wietplantage heeft?
Dan ga ik naar de politie?
Nee, dan verklapt hij dat jij al jaren met zijn vrouw rommelt.
Hoor eens even, dat DOE ik toch niet?
Hij zegt van wel.
Laat zijn vrouw dat dan tegenspreken.
Durft ze niet. Dan zegt hij dat zij regelmatig make-up jat bij Kruidvat.
Zij? Dat doet ze niet.
Nee, maar jouw vrouw wel.
MIJN vrouw? Wat klets je nou man?
Om die extra dure wiet van buurman te kunnen bekostigen.
Zeg luister jij eens. Hoe…
EN omdat hij anders verraadt dat zij een verhouding heeft.
Gloeiende, gloeiende… met wie?
Met mij.
Wááát. Smerige schoft, vuile hufter, ik vermoord je en die buurman erbij!!
Rustig, rustig. Het was toch maar fantasie?
Ja dat zeg je NOU, hond! Maar hoe weet ik dat?
Omdat je helemaal geen vrouw hebt. Joh, wat trekt dat ding snel op. Lekker gevoel man.

De nieuwe WE-300 is:

Manipuleren

Tijd: de hele maand maart

Veel schrijfplezier

Melody    Plato    Letterzetter    Ria    Laura    Yvonne    Dwarsbongel
 HHHulk    Melody II    Marja    Rebelse    Kakel    Corline    Anneke
Mrs T    Ferrara    Jackles    Trees    Marja II

 

Geplaatst in verhalen fictie | 62 reacties

Vijftig cent

Diep in de krochten van het Brusselse Centraal Station, strategisch opgesteld tussen een meedogenloos metalen hekje en de keurig tussen M en V verdeelde toiletten, zit een middelbare vrouw aan een houten tafeltje.
Ze kan maar moeilijk haar ogen open houden want het is warm. Ze beseft echter dat ze goed wakker moet blijven want er zal verdorie maar een nooddruftige onverlaat over het hekje klimmen om zijn behoefte gratis achter te laten. Daarom springt ze af en toe op, hupt een beetje en laat zich dan weer in haar zetel zakken.

Het gezicht van het mannetje met de te wijde broek is rood van opwinding. Hij moet kennelijk zeer nodig want met op hol geslagen motoriek wil hij dwars door het aanwezige draaideurtje banjeren.
Het draaideurtje geeft niet mee.
Onmiddellijk opent de middelbare vrouw haar ogen en roept in nijdig Vlaams met veel Franse tongval:
‘Vijftig cent, ge moet er vijftig cent in werpen!’
‘Wablief?’
‘Nondeju, vijftig cent.’ Ze staat driftig op. ‘Hier in de gleuf!!’
‘Ah, excuseer madame.’ Hij graait wild in zijn zakken en jawel, daar is het muntje.
‘En nu inwerpen, allee hè, er zijn meer mensen hier!’ Het liefst zou ze het muntje er zelf in willen wrikken, maar nee, dat behoort niet tot haar takenpakket.
De man stopt het muntje in de gleuf en wil rap doorlopen. Maar zijn snelheid is groter dan die van het draaideurtje. Even later staat hij, met het paaltje tussen de wijde pijpen, volkomen klem in het dwarse mechanisme.
Hij kijkt de vrouw met smekende hondenogen aan. ‘Ik zit vast, Madame.’
‘Nondeju, nondeju nog an toe.’ Ze richt zich hijgend op en klikt ergens onder een stang. Het draaideurtje geeft mee en de man wordt de vrijheid in gekatapulteerd. Met zijn hand voor de broek rent hij  blind vooruit, de verlossing tegemoet.
‘Neeee, zo gaat ge naar de dames, allee, terug hè, terug zeg ik!’
Het mannetje stopt, kijkt verwilderd op en rent in de juiste richting.

Het duurt even voor hij de hoek weer om komt. Een donkere plek op zijn broek getuigt van het  leed dat hij tijdelijk met zich meedraagt. Met gebogen hoofd strak wegkijkend  beweegt hij naar de centrale hal.
Plotseling klinkt een snerpende stem: ‘vijftig cent, ge moet er vijftig cent in werpen.’
Even zie ik hem in elkaar krimpen. Dan versnelt hij zijn pas en gaat onnavolgbaar op in de menigte.

Geplaatst in verhalen fictie | 40 reacties

Loszingen

Het was een lichtgrijze ochtend. Majestueuze bomen weerspiegelden zich rimpelend in het donkere water van de stille gracht.
Hoog boven de huizen klonk het tinkelen van een carillon. Daartussendoor waren er de melodieuze communicatiepatronen van mussen, mezen en merels die zich, nu nog moeiteloos, loszongen van de ochtendlijke geluiden die, langzaam maar onmiskenbaar,  bezit namen van de omgeving:  het geklikklak van de schoenen van een vroege wandelaar, het huilende en kreunende geluid van een vuilniswagen die de propvolle containers leegde in de halfvolle laadbak, het schrille scharnieren van een tram in de bocht van een nabijgelegen straat.

Uit het portiek van een leegstaand kantoorpand strompelde een oude zwerver. Hij propte zijn versleten slaapgerei in een vuile jutezak, wreef zich over zijn veelkleurige, woeste baard en rekte zich uit alsof hij zo de restanten van een onbehaaglijk ochtendgevoel van zich wilde afschudden.
Even stond hij stil en keek nadenkend naar de langzaam ontwakende gracht.
‘Elke dag opnieuw,’mompelde hij. Wat zou een mens er niet voor geven om de stilte van de nacht vast te kunnen houden. Maar de opkomst der geluiden was net zo onontkoombaar als de gestage ontwikkeling van de mensheid die, via een ogenschijnlijke keten van noodzakelijkheden, uiteindelijk wel móest leiden naar een roemloos einde. ‘Mensen zijn nu eenmaal automaten die worden voortgestuwd door machtshonger en hebzucht,’ fluisterde hij. Het waren woorden van zijn vader die hij zich sinds lang had eigen gemaakt.
Traag kwam hij in beweging en bereikte via een steegje de winkelstraat. Zouden ze op de markt nog klusjes voor hem hebben? Dan zou hij ’s avonds eventueel een maaltijd in de stadskantine kunnen gebruiken. Het idee deed hem glimlachen.
In gedachten stak hij schuin over. Eens kijken of de bakker nog oud brood voor hem ha… Vlak achter hem klonk een luid getoeter gevolgd door een woest ‘kejjenieuitkijkekloozak.’ Hevig geschrokken sprong hij naar een vluchtheuvel en wachtte hijgend tot de weg vrij was.
Vlakbij de bakkerij flitste er, ogenschijnlijk vanuit het niets, een merkwaardige gedachtekronkel door hem heen. ‘Je bent dan wel zwerver geworden,’ fluisterde de kronkel, ‘maar je bent net zo min vrij als de anderen. Je loopt trager, je paden ogen simpeler, maar ook jij kan je niet loszingen van je lot.’
Woest schudde hij zijn hoofd en duwde, luidruchtiger dan de bedoeling was, de winkeldeur open.
Maar de gedachte bleef nog lang in zijn hoofd ronddwalen.

Geplaatst in verhalen non fictie | 37 reacties