Druk? Hoezo… druk?

Men zegt altijd: ‘ja, dan zijn ze met pensioen en dan zouden ze het rustig aan kunnen doen, maar ze hebben het nog nooit zo druk gehad.’Ik hoor het vaak om me heen en tot nu toe moest ik daar altijd een beetje om glimlachen.
Maar nu niet meer.

Zoon heeft een huis gekregen en dat betekent niet alleen verhuizen maar ook een enorme bende in huize Plato.  U kent het scenario: dozen, kratten vol dingen die nog moeten worden uitgezocht. Elders wordt, terwijl de zon door de muren heen brandt, geschaafd, geschuurd, gekrabd, geschilderd en zwaar gezucht. Enfin, de rest kun u zelf wel bedenken en u begrijpt dat er menig zweetdruppeltje valt. Vermoedelijk ook dat als de hele zooi achter de rug is, een bepaalde kamer aan het thuisfront zwaar aan renovatie toe is.

Vandaar dat het een tijdje stil was op deze weblog. Geen vakantie, geen tuinwerk, alleen maar die verhuizing. Zoon en ik hebben er allebei dubbele gevoelens bij. Heerlijk om een huis voor jezelf te hebben, maar ja….bijna 27 jaar samen zal toch behoorlijk wennen worden.

Nu weet u het allemaal. Over een week of wat komt alles hier weer terug, inclusief de WE-300, als jullie daar tijd en zin in hebben. Tot die tijd- en reageer lees ik zoveel mogelijk  bij op de nog actieve weblogs.

Wenst u ons een beetje sterkte? :-)

 

Geplaatst in verhalen non fictie | 47 reacties

Oude pijn

Bij het opruimen van de schuur vind ik in een kistje wat foto’s. Oude zwart-wit afbeeldingen van vroegere buren van mijn moeder. Terwijl ik er naar kijk vliegt mijn geheugen wijd open. Achter die eenvoudige zwart-witfoto’s schuilt verdriet.

Hij heeft een litteken aan zijn rechterhand. Hij werkt als arbeider voor een papierfabriek. Zal zijn ongeval zich daar hebben afgespeeld? Zijn persoonsbewijs, dat is afgestempeld op 3 juli 1941, geeft daar geen duidelijkheid over. Dat zegt slechts dat hij op 15 oktober 1889 werd geboren te Wormer en dat hij aan de ‘Esschenstraat’ te Wormerveer woont. Een dubbele vingerafdruk bestempelt zijn identiteit. Zijn naam: Cornelis Battem.

Toen wij in 1966 naar Wormerveer verhuisden, woonden ze nog steeds op hetzelfde adres. Ze waren nagenoeg buren van mijn oma. Omdat Cornelis toen al behoorlijk sukkelde met zijn gezondheid, vroeg mijn moeder zijn vrouw Anna (die ook niet van kwalen vrij was) wel eens op de koffie. Later, toen hij was overleden, kwam ze altijd samen met oma op visite. Beiden waren eenvoudige, doodgoede en vriendelijke mensen.

Het moet aan het begin van de 20e eeuw zijn geweest toen ze trouwden. Op de foto, voor een huis vol bloemenranken, staat Cornelis, met stevige snor en een gezicht waar de ernst des levens stevig op ingebeiteld is. zijn linkerhand steunt met gebogen vingers op een tafeltje met tafelkleed waarop een vrolijk bosje bloemen prijkt. Anna (lange donkere rok en wit, tot aan de hals gesloten bloesje met lange mouwen) zit op een stoel. Ook zij heeft de hand, waarvan de duim en wijsvinger elkaar raken, op het tafeltje gelegd. Met een deels onderzoekende, deels berustende blik kijkt ze in de camera. 

Het huwelijk blijft kinderloos. Ergens in de jaren 1910 – 1915 besluiten ze een kind te adopteren. Hij heet Jan. Van hem zijn twee foto’s overgeleverd. Op de eerste staat hij, keurig in pak, lange jas, met ziekenfonds brilletje en gleufhoed, lachend naast een herenfiets. De tweede foto toont hem, met een gordijn op de achtergrond, weer in pak, een strakke scheiding over links terwijl (jawel) zijn linkerhand op een zuiltje met vaas rust.
Hij ziet er uit als een student, een lieve jongen waar de wereld nog veel van zal horen.

Maar het liep ander. Jan moest in dienst en werd later door de bezetter gedeporteerd naar Duitsland. Daar is het hartstikke fout gegaan.
Na de oorlog hebben Cornelis en Anna wanhopig geprobeerd informatie over hem te krijgen. Het leverde niets op. Mijn moeder en mijn oma waren er getuige van hoe diep dat verdriet tot hun dood bleef knagen.
Hopelijk hebben ze hem daarna weer in de armen kunnen sluiten.
Hier, voor hen dit klein eerbetoon. Opdat zij en hun foto’s levend blijven.

 

 

 

 

 

Geplaatst in verhalen non fictie | 32 reacties

Gedenken

Beste Ferdinand,
Wat kan ik anders doen dan je deze virtuele brief schrijven?  Je onverwacht verscheiden heeft me immers niet alleen geschokt maar ook belet tijdig afscheid te nemen  van mijn beste vriend.

We weten allebei dat je een man van bewuste risico’s was. Als alle vakantieorganisaties een negatief reisadvies voor Egypte gaven, boekte jij vrolijk een vlucht naar Cairo. Toen wij samen in Napels waren, moest jij beslist die wijk, bekend om zijn verregaande criminaliteit, bezoeken. En weet je nog van Bagdad? Niemand haalde het in zijn hersens om juist op dat tijdstip naar die bestemming te reizen, JIJ wandelde daar doodgemoedereerd over een drukke markt en genoot van de gezelligheid in dat volle koffiehuis.
Vorige week nog boekte jij die vlucht, waarvan je wist dat hij over oorlogsgebied voerde. Natuurlijk adviseerde ik je hartstochtelijk een langere, veiliger reisroute te kiezen.  Ik riep dat het belachelijk was dat er nog steeds maatschappijen waren die, om kerosine uit te sparen, bewust de gevaarlijke weg namen.  Weer zweeg je grijnzend, precies zoals je al die jaren mijn vermaningen onbezorgd weglachte.

Ooit zei je:  ‘Frank , een mens moet ergens aan doodgaan.  En tot die tijd moet je LEVEN.’ Ik zag je ogen schitteren van ondernemingslust en in mijn hart was ik een beetje jaloers omdat ik maar al te  graag wilde zijn zoals jij. Maar ik besefte ook dat ik dat, hoewel jij er altijd zonder kleerscheuren van afkwam, nooit zou kunnen.

Nu je er plotseling niet meer bent (die barre werkelijkheid begint langzamerhand door te dringen), realiseer ik me dat wij nooit die wonderlijke speling van het lot, die ervoor zorgde dat jouw leven abrupt eindigde door een stomme struikeling over een stofzuigersnoer,  kunnen bediscussiëren.
Maar jij zou beslist hard om zo’n toevalligheid gelachen hebben.

Voor altijd in mijn gedachten.

Frank

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in WE-300 | 30 reacties

Zwijm op Zater: klote Hollanders

Toen ik van de week het liedje zag, wist ik meteen: dit is iets voor Zaterdag.
Sommigen worden er kwaad om, ik vind het leuk.
Sommigen storen zich aan het taalgebruik, ik zeg: kijk daar overheen.
Sommigen zeggen: ze heeft ongelijk, ik zeg: kijk naar die prachtige emotie en naar dat jeugdig enthousiasme.
Sommigen klikken het ongeïnteresseerd weg, ik zeg: kijken en helemaal uitluisteren.

Hier komt Nina. Verder commentaar van mij is overbodig.

UPDATE
Maria zegt (en zij weet want ze is Spaanse) dat de vertaling veel grover is dan het 
origineel. Dat je die woorden eigenlijk niet zo letterlijk moeten vertalen. 

Als ze bijvoorbeeld in Spanje heel fel zeggen ´Coñjo´ dan bedoelen ze geen schuttingwoord.
Het is een emotie die je beter kunt vertalen met ´verdorie nog aan toe.´ 

Dus als dat meisje zingt: chinchar a tu Madre bedoelt ze eigenlijk
niet anders dan:
´ga je moeder lastig vallen.´

Het is echt iets voor de media om daar wat meer spectaculairs van te maken.

 

Geplaatst in Algemeen | 33 reacties

WE-300 het woord voor juli

Soms gebeuren er dingen in je leven die je niet in de hand hebt maar die je nooit meer vergeet.
Dit jaar is het 35 jaar geleden. Er was pijn. Geleidelijk aan verdween deze in het doosje waarin alle herinneringen rusten. Op den duur dacht ik dat alles verwerkt was. Maar bij het horen van bepaalde muziek of het zien van een foto, kwam alles gewoon terug.  Ik heb er nu maar zo’n beetje vrede mee dat het zo werkt.

Vandaag geef ik, over de grens van leven en sterven, een liedje (háár liedje) aan C. om haar te laten weten dat ik haar niet vergeten ben.

Het nieuwe WE-300 woord is

Gedenken

Omdat het zomer, en dus vakantie, is mogen degene die zin hebben om een leuk verhaal te schrijven, er de rest van de maand juli over doen. Veel schrijfplezier.

Plato

Melody    Frederique    Ria    Narda    Marja    Elisabeth    Smijling    Dwarsbongel    Greet    Ferrara    Reismeermin   Mrs T    Plato    Corline    Rianne    MdMama    Corline II

 

Geplaatst in WE-300 | 34 reacties

Her-schepping

Geacht opperwezen,
Graag wijs ik op een omissie in uw schepping.
Het is me opgevallen dat het menselijk lichaam geen  aan- en uitknoppen heeft. Natuurlijk, we kunnen hier en daar vingergewijs  een lichaamsopening dichtproppen,  maar dat is nauwelijks afdoende.
Weet u hoe vervelend dat is?

Één voorbeeld:
Vandaag  zat ik in de intercity van Maastricht naar Amsterdam.  U wilt niet weten hoeveel tomeloos en vooral luid geouwehoer ik weer heb moeten aanhoren, zowel rechtstreeks als via mobiele telefoons.

Vindt u het gek dat mensen niet  zo liefdevol zijn als U zou willen?  Het is werkelijk om dol van te worden.

Daarom pleit ik hierbij (zie het als een beginnetje, later kom ik met meer voorstellen) voor een update (het liefst een tussentijdse) van het menselijk lichaam. Wilt u de beide oren voorzien van een deugdelijke  aan- en uitknop? Dat moet kunnen want elke  stereo-installatie heeft er een.

Hartelijk dank
Plato

Geplaatst in Esoterische verhalen | 37 reacties

Angst

Er was eens een kogelrond mannetje met verschrikkelijke angst voor de dood.  Deze was nergens op gebaseerd maar zo aanwezig dat het dagelijks ter sprake kwam. Zijn vrouw had uit zelfbehoud een pantser van jewelste ontwikkeld.
‘Ik voel me vandaag niks lekker.’
‘Ga maar naar de dokter.’
‘Durf ik niet. Stel dat ik wat heb. Dat ik binnenkort…’
‘…dood ga? Pff, ze willen je hierboven niet eens. Ze denken, laat hem maar lekker bij zijn vrouw. Bij MIJ dus!!’
‘Maar, het kan toch? Ik voel overal steken.’
‘Vind je het gek? Man, je bent een TON. Vermager!!
Maar hij luisterde nooit, haar compassie versleet gaandeweg en de relatie verschrompelde tot een wrang automatisme.

Op weer zo’n dag mompelde hij: ‘Als ik minder eet en terugval van 120 kilo naar 60, halveert misschien ook mijn angst.
Hoopvol begon hij te lijnen. Langzaam daalde zijn gewicht en op een dag was hij 60 kilo.
Maar zijn angst bleef.
Na een tijdje had hij de ultieme oplossing. Op een ochtend miste zijn vrouw hem in bed. Tevergeefs werd naar hem gezocht.
Drie maanden later was hij terug… in een rolstoel, zijn linkerbeen keurig verpakt in een kistje.
‘Wwwat, hhhoe…’ stamelde ze.
‘Ik bespaar je de details,’ antwoordde hij. ‘Het basisidee is: ‘met maar één been is er minder om doodsangst voor te hebben. Goed hè?
‘Je bent hartstikke gek,’ brulde zijn vrouw. Het hielp niets.
Ze begroeven het been in de achtertuin.
Twee maanden later stierf zijn vrouw van wanhopig verdriet.
‘Kijk nou,’ kermde het mannetje. ‘De dood is nabij. Snelheid is geboden.’
Enkele maanden later begroef hij ook zijn rechterbeen en nam een verzorgster om tegenaan te zeuren.
Alleen… die angst.
Na een halfjaar waagde hij een vervolgstap. Hij was rechts, dus zijn linkerarm had hij nauwelijks nodig. Eenmaal weer buiten in zijn rolstoel, zag hij hoe men hem nakeek. Hij beschouwde het als bewondering en glimlachte als een heldhaftig slachtoffer.

Op zijn 70e was hij nog slechts hoofd en romp. Er kon écht niets meer af.
En zijn angst was groter dan ooit.

Op een warme dag hing hij in zijn rolstoel in de tuin wat te soezen. Plotseling zag hij een vreemdeling bij de heg.
‘Gaat het?’ vroeg deze belangstellend.
‘Beetje heet,’ zuchtte het mannetje. ‘God, wat zou ik graag een pilsje pakken.’
‘Dat kan,’ fluisterde de vreemdeling. ‘Kom, dan vatten we er een. Ik help je.’
‘Wil ik dat?’ vroeg het mannetje argwanend.
‘Ik denk het wel,’ antwoordde de vreemdeling. Even raakte hij het mannetje aan.
‘Goh, ik ben weer compleet, dank je,’ zei deze verwonderd. ‘Is dat nou alles?’
‘Meer is het niet,’ glimlachte de vreemdeling.
En toen gingen ze een hemels pilsje pakken.

Plato 22-6-2014
Geplaatst in verhalen fictie | 40 reacties